Het hart en geleiding
Afbeelding ter beeldvorming*
Het hart bestaat uit 2 soorten holtes. De boezems en kamers. Je hebt een
linker en rechterkant van het hart dus een linkerkamer en boezem en een
rechterkamer en boezem. Bloed komt binnen bij de boezem (Ook wel
atrium genoemd) en stroomt vanuit daar naar de kamer (Ook wel ventrikel
genoemd). Mensen hebben een dubbele bloedsomloop. Dit houdt in dat
het bloed 2 keer door het hart komt. Het bloed komt via de bovenste holle
ader (3) en de onderste holle ader (11) binnen. Vanuit daar gaat het het
rechter atrium in. Vanuit hier wordt het wanneer de tricuspedalisklep open
is door geduwd naar de rechterventrikel. Wanneer de tricuspedalisklep
weer dicht gaat gaan de pulmonaliskleppen open waarna het ventrikel
samentrekt en het bloed de longslagader in wordt geduwd. Hierna gaat
het langs de longen door capillairen waar gasuitwisseling plaats vindt. Hier
wordt Zuurstof opgenomen in het bloed en CO2 afgegeven. Hierna gaat
via de longader het bloed terug naar het hart. Het komt aan in het linker
atrium waarna het langs de mitralisklep wordt geduwd het linker atrium in.
Van uit het linker atrium wordt het weer doorgeduwd wanneer de
mitraliskleppen dicht zijn en de aortakleppen opengaan de aorta in. Vanuit
hier gaat het zuurstofrijke bloed door heel het lichaam om zuurstof en
andere stoffen die in het bloed zitten onder te verdelen. Als je goed hebt
gelezen merk je dat het bloed dus 2 keer door het hart gaat. De eerste
, keer alleen langs de longen. Dit heet de kleine bloedsomloop. De 2e keer
wordt het zuurstofrijke bloed door de rest van het lichaam verspreid. Dit
heet de grote bloedsomloop. De linker kant van het hart moet dus ook
bloed harder rondduwen omdat het van het hart naar je tenen moet maar
ook van het hart naar je hoofd. Daarna moet het bloed ook weer terug
omhoog vanuit je tenen naar je hart dus zit er heel veel druk achter. Links
werkt dus ook harder dan rechts waardoor je linkerhart spier 3 keer zo
groot is als rechts.
Een hart bevat 2 AV kleppen. Dit zijn de atrioventrikel kleppen. De kleppen
die van het atrium naar het ventrikel het bloed tegenhouden. Dit zijn de
tricuspedalisklep (rechts) en de mitralisklep (links). Ook heb je 2 arteriële
kleppen. Dit zijn de pulmonalisklep (longslagader) en de aortaklep (Aorta).
Deze kleppen leiden naar slagaders en hebben grotendeels de functie dat
het bloed wat vanuit het hart de slagader wordt ingeduwd niet meer
terugstroomt het ventrikel in. Hiermee verzekeren de kleppen
eenrichtingsverkeer.
De hartwand bestaat uit 3 lagen. De binnenste laag is het endocardium.
Dit is een glad laagje zodat het bloed er goed langs glijdt. De middelste
laag is het myocardium. Dit is de dikste en belangrijkste laag. Dit is een
dikke spierlaag die voor de samentrekkingen van het hart zorgt. Als laatste
hebben we het epicardium. Dit is de buitenste en beschermende laag van
het hart. Het dient tevens als de binnenkant van het hartzakje.
De prikkelgeleiding van het hart gaat in ongeveer 5 onderdelen. Deze
prikkels zorgen ervoor dat het hart samentrekt en dat de kleppen open en
dicht gaan. De onderdelen zijn als volgt: De sinusknoop: De sinusknoop
maakt de elektrische prikkel die het hart laten werken. Hiermee is het een
soort natuurlijke pacemaker. Hierna komt de atrium/boezemspier. Deze
geleidt de prikkels waardoor de spieren samentrekken. Daarna is de AV-
Knoop. De knoop vertraagd de prikkels kort waardoor het bloed de kamers
goed vult. Als vierde volgt de bundel van his. De bundel van his geleidt de
prikkels van de boezems naar de ventrikels. En als laatste de
purkinjevezels. Deze vezels verspreiden de prikkels snel door de
kamerspieren voor een krachtige en gecoördineerde samentrekking van
de spieren. Deze vezels zitten door de hele kamerspieren verspreid.
De elektrische activiteit in een hart kan je zichtbaar maken door een
elektrocardiogram (ECG). Deze meet de elektriciteit.
Het standaardritme dat door de sinusknoop wordt opgewekt ligt rond de
100 slagen per minuut. Dit wordt het sinusritme genoemd. In rust is het
sinusritme zo’n 75 slagen per minuut Ook wel bpm “beats per minute”
Afbeelding ter beeldvorming*
Het hart bestaat uit 2 soorten holtes. De boezems en kamers. Je hebt een
linker en rechterkant van het hart dus een linkerkamer en boezem en een
rechterkamer en boezem. Bloed komt binnen bij de boezem (Ook wel
atrium genoemd) en stroomt vanuit daar naar de kamer (Ook wel ventrikel
genoemd). Mensen hebben een dubbele bloedsomloop. Dit houdt in dat
het bloed 2 keer door het hart komt. Het bloed komt via de bovenste holle
ader (3) en de onderste holle ader (11) binnen. Vanuit daar gaat het het
rechter atrium in. Vanuit hier wordt het wanneer de tricuspedalisklep open
is door geduwd naar de rechterventrikel. Wanneer de tricuspedalisklep
weer dicht gaat gaan de pulmonaliskleppen open waarna het ventrikel
samentrekt en het bloed de longslagader in wordt geduwd. Hierna gaat
het langs de longen door capillairen waar gasuitwisseling plaats vindt. Hier
wordt Zuurstof opgenomen in het bloed en CO2 afgegeven. Hierna gaat
via de longader het bloed terug naar het hart. Het komt aan in het linker
atrium waarna het langs de mitralisklep wordt geduwd het linker atrium in.
Van uit het linker atrium wordt het weer doorgeduwd wanneer de
mitraliskleppen dicht zijn en de aortakleppen opengaan de aorta in. Vanuit
hier gaat het zuurstofrijke bloed door heel het lichaam om zuurstof en
andere stoffen die in het bloed zitten onder te verdelen. Als je goed hebt
gelezen merk je dat het bloed dus 2 keer door het hart gaat. De eerste
, keer alleen langs de longen. Dit heet de kleine bloedsomloop. De 2e keer
wordt het zuurstofrijke bloed door de rest van het lichaam verspreid. Dit
heet de grote bloedsomloop. De linker kant van het hart moet dus ook
bloed harder rondduwen omdat het van het hart naar je tenen moet maar
ook van het hart naar je hoofd. Daarna moet het bloed ook weer terug
omhoog vanuit je tenen naar je hart dus zit er heel veel druk achter. Links
werkt dus ook harder dan rechts waardoor je linkerhart spier 3 keer zo
groot is als rechts.
Een hart bevat 2 AV kleppen. Dit zijn de atrioventrikel kleppen. De kleppen
die van het atrium naar het ventrikel het bloed tegenhouden. Dit zijn de
tricuspedalisklep (rechts) en de mitralisklep (links). Ook heb je 2 arteriële
kleppen. Dit zijn de pulmonalisklep (longslagader) en de aortaklep (Aorta).
Deze kleppen leiden naar slagaders en hebben grotendeels de functie dat
het bloed wat vanuit het hart de slagader wordt ingeduwd niet meer
terugstroomt het ventrikel in. Hiermee verzekeren de kleppen
eenrichtingsverkeer.
De hartwand bestaat uit 3 lagen. De binnenste laag is het endocardium.
Dit is een glad laagje zodat het bloed er goed langs glijdt. De middelste
laag is het myocardium. Dit is de dikste en belangrijkste laag. Dit is een
dikke spierlaag die voor de samentrekkingen van het hart zorgt. Als laatste
hebben we het epicardium. Dit is de buitenste en beschermende laag van
het hart. Het dient tevens als de binnenkant van het hartzakje.
De prikkelgeleiding van het hart gaat in ongeveer 5 onderdelen. Deze
prikkels zorgen ervoor dat het hart samentrekt en dat de kleppen open en
dicht gaan. De onderdelen zijn als volgt: De sinusknoop: De sinusknoop
maakt de elektrische prikkel die het hart laten werken. Hiermee is het een
soort natuurlijke pacemaker. Hierna komt de atrium/boezemspier. Deze
geleidt de prikkels waardoor de spieren samentrekken. Daarna is de AV-
Knoop. De knoop vertraagd de prikkels kort waardoor het bloed de kamers
goed vult. Als vierde volgt de bundel van his. De bundel van his geleidt de
prikkels van de boezems naar de ventrikels. En als laatste de
purkinjevezels. Deze vezels verspreiden de prikkels snel door de
kamerspieren voor een krachtige en gecoördineerde samentrekking van
de spieren. Deze vezels zitten door de hele kamerspieren verspreid.
De elektrische activiteit in een hart kan je zichtbaar maken door een
elektrocardiogram (ECG). Deze meet de elektriciteit.
Het standaardritme dat door de sinusknoop wordt opgewekt ligt rond de
100 slagen per minuut. Dit wordt het sinusritme genoemd. In rust is het
sinusritme zo’n 75 slagen per minuut Ook wel bpm “beats per minute”