SAMENVATTING
Inspannings- en sportfysiologie
Hoofdstuk 1, 2, 3, 5, 6, 7, 9, 10, 11, 14
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 – Bouw en functie van skeletspieren........................................................................................2
Sleutelwoorden....................................................................................................................................... 11
Hoofdstuk 2 – Brandstof voor de spieren.................................................................................................... 15
Sleutelwoorden....................................................................................................................................... 22
Hoofdstuk 3 – Neutrale sturing van beweging............................................................................................ 25
Sleutelwoorden....................................................................................................................................... 29
Hoofdstuk 5 – Energieverbruik en vermoeidheid........................................................................................32
Sleutelwoorden....................................................................................................................................... 34
Hoofdstuk 6 – Werking en regulatie van het cardiovasculaire systeem......................................................36
Sleutelwoorden....................................................................................................................................... 39
Hoofdstuk 7 – Werking en regulatie van het respiratoire systeem..............................................................42
Sleutelwoorden....................................................................................................................................... 44
Hoofdstuk 9 – Trainingsprincipes................................................................................................................ 47
Sleutelwoorden....................................................................................................................................... 49
Hoofdstuk 10 – Effect van krachttraining.................................................................................................... 52
Sleutelwoorden....................................................................................................................................... 54
Hoofdstuk 11 – Effecten van aerobe en anaerobe training.........................................................................55
Sleutelwoorden....................................................................................................................................... 61
Hoofdstuk 14 – Sporttraining...................................................................................................................... 63
Sleutelwoorden....................................................................................................................................... 67
,Hoofdstuk 1 – Bouw en functie van
skeletspieren
1.1
Een individuele spiercel wordt een spiervezel genoemd.
Spiervezels hebben een celmembraan en dezelfde organellen, mitochondria,
lysosomen, en degelijke als andere celtypen, maar ze hebben meerdere celkernen.
Een spiervezel wordt omgeven door een plasmamembraan dat plasmalemma heet.
Het cytoplasma van een spiervezel wordt sarcoplasma genoemd.
Het uitgebreide netwerk van buisjes in het sarcoplasma omdat van T-tubuli en het
sarcoplasmatisch reticulum. De T-tubuli maken de communicatie en transport van
stoffen door de hele spiervezel mogelijk. Het sarcoplasmatisch reticulum is de
opslagplaats voor calcium.
De sarcomeer in de kleinste functionele eenheid van de spier.
2
,1.2
Myofibrillen zijn opgebouwd uit sarcomeren, de functionele basiseenheden van een
spier.
Een sarcomeer is opgebouwd uit twee filamenten van verschillende omvang, de
dikke en de dunne filamenten, die verantwoordelijk zijn voor spiercontractie.
Myosine, het hoofdeiwit van het dikke filament, bestaat uit twee eiwitkoppen, elk
gevouwen tot een globulaire kop aan het uiteinde.
Het dunne filament is opgebouwd uit actine, tropomyosine en troponine. Eén
uiteinde van het dunne filament is bevestigd aan een Z-lijn.
3
, 4