PARAGRAAF 1.1 REKENEN MET PROCENTEN EN VERHOUDINGEN
Procentberekeningen
Je onderscheidt hierbij de absolute- en relatieve veranderingen. Rekenen met getallen
valt onder absolute verandering, en rekenen in procenten onder relatieve
veranderingen.
Er zijn 7 vragen die voor kunnen komen bij deze stof:
• Hoeveel is 11,8% van 580? De berekening hierbij is 0,118 × 580
23
• Hoeveel % is 23 van 78? De berekening hierbij is 78 ×100%
• Een hoeveelheid neemt toe van 35 tot 47, hoeveel % is de toename? De
47−35
berekening hierbij is × 100%. Oftewel nieuw-oud delen door oud × 100%
35
• Een hoeveelheid van 250 neemt met 8% toe, hoeveel is de nieuwe hoeveelheid?
1% = 2,5 × 8 = 20 en dan 250+20
• Een hoeveelheid van 1800neemt met 11% af, wat is de nieuwe hoeveelheid? 1%
= 18 × 11 – 198 en dan 1800-198
• Een hoeveelheid neemt met 12% toe tot 1456, hoeveel was de oorspronkelijke
1456
hoeveelheid? OUD = 1,12
• Een hoeveelheid van 290, is 58% van het totaal, hoeveel is het totaal?
290÷58 ×100
➔ Nieuw en oud moeten in dezelfde nauwkeurigheid genoteerd staan en
percentages moeten afgerond worden met 1 decimaal na de komma.
Verhoudingen
Bij verhoudingen horen verhoudingstabellen. Stel je wilt een bedrag van 225 euro
verdelen in de verhouding 2:3, als eerst tel je de verhouding bij elkaar op, 2+3=5.
Vervolgens deel je 225 euro door 5 =45, je volgt dezelfde stappen als je een verhouding
van 2:4:8 hebt.
PARAGRAAF 1.2 MAATSYSTEMEN
De wetenschappelijke notatie
De wetenschappelijke notatie is ideaal voor lange reeksen van getallen, zodra je GR
bijvoorbeeld 2.6214E11 laat zien, is dit hetzelfde als 2.6214 × 1011.
➔ Handmatig doen? Dat kan ook! Hierbij volgt een plaatje op de volgende pagina.