Leerdoelen :
• Studenten kunnen uitleggen wat de relevantie is van neuro-kennis voor de afgestudeerde
(ortho)pedagoog in de beroepspraktijk [WG]
De relevantie van het vak =
- Het weerstaan van de seductieve allure van het neurowetenschappelijk onderzoek
- Het inzien van het gevaar van neuromythen/neurobollocks
- Kunnen herkennen wanneer er mogelijk problemen zijn met de werking van het
zenuwstelsel/brein
- Kunnen inschatten wat de rol is van de opvoeding- en onderwijsomgevingen bij het ontstaan,
in stand houden of verergeren van de problemen
- De oorzaken en aanpak/behandeling van problemen (helpen) bepalen
- De oorzaken en aanpak/behandeling van problemen helder kunnen uitleggen aan het kind en
zijn ouder(s)/verzorger(s)
• Studenten kunnen de bouw en de functionele organisatie van het zenuwstelsel benoemen
[HC].
Centrale zenuwstelsel (brein en ruggenmerg, worden beide omsloten door bot) &
Perifere zenuwstelsel (buiten de botten.
-> autonoom en somatisch → grote verschil – autonoom gaat automatisch (gereguleerd vanuit de
hersenstam), somatisch; willekeurig; interactie met de buitenwereld; van hersenen naar lichaam en
andersom )
, • Studenten kunnen het functioneel-neuroanatomische model van de hiërarchische
organisatie van de hersenen beschrijven [HC]
Grote hersenen –
Buitenste geplooide laag = cerebrale cortex (schors van de grote hersenen)
Kleine hersenen - cerebellum
,Structuren zijn volgens de evolutietheorie na elkaar ontstaan → toename complexiteit van gedrag en
cognitie met de uitontwikkeling van de
prefrontaalkwab als ‘sluitstuk’
Forebrain, midbrain en hindbrain zijn
termen die ontstaan bij de bevruchting
en vanuit daar wordt de rest gevormd.
Prefrontale cortex ontwikkelt door tot
20-25e jaar.
• Studenten kunnen uitleggen wat de functie is van het sympatische en parasympatische
zenuwstelsel en hun effecten in het lichaam verklaren [HC]
sympathisch parasymp.
, • Studenten kunnen uitleggen wat de samenhang is tussen het zenuwstelsel en het
hormoonsysteem (HC]
(hormonen hebben regelfuncties in het hele lichaam)
Hoofdstuk 1 : The development of neuropsychology
1.1 The brain theory
Het brein is zo goed als symmetrisch. Linker en rechter cerebrale hemisferen hebben een buitenlaag
(de neocortex) die bestaat uit 4 lobben/kwabben. Temporaal, frontaal, pariëtaal en occipitaal.