Steunend relationeel handelen
Hoofdstuk 22
Bij diagnose LVB werd voorheen alleen gekeken naar het intellectueel
functioneren, IQ-score tussen 50 en 85. Sinds de invoering van DSM-5 is
er sprake van LVB als er gelijktijdig tekorten in of beperkingen van het
huidige aanpassingsgedrag op verschillende terreinen aanwezig is. Het
gaat om een kwetsbare groep die korte of langere tijd behoefte heeft aan
ondersteuning.
Bij DSM-5 wordt er gekeken naar adaptief functioneren. Dit heeft te
maken met het dagelijks functioneren en het reageren op de omgeving.
Onderscheid in 3 domeinen:
- Conceptueel domein: geheugen, taal, lezen, schrijven, rekenen
(competenties gelinkt aan onderwijs)
- Sociaal domein: gedachten, gevoelens, empathie, communiceren,
vriendschap sluiten
- Praktisch domein: leervermogen en zelfmanagement,
verantwoordelijkheden van een baan, geldbeheer.
Er is sprake van LVB als er een beperking in het intellectuele functioneren
en adaptief functioneren.
- Cognitieve ontwikkeling is vertraagd bij VB.
- Emotionele ontwikkeling stagneert bij op het niveau van een
schoolkind.
- Afwijkende sociale informatieverwerking.
Worden vaak overvraagd wat leidt tot faalervaringen en daardoor een
negatief zelfbeeld.
Behandeling en begeleiding moet aansluiten op bovenstaande info.
Geduld, structuur, herhalen, trainen van dagelijkse vaardigheden en
voorspelbaarheid.
SociaalRelationeelHandelen richt zich op de kwaliteit van leven van den
persoon met een psychische of sociale kwetsbaarheid.
- Presente basishouding (kernelementen hoop en vertrouwen)
- Ondersteuning gericht op ontwikkeling en herstel (kernelementen
veerkracht, identiteit en autonomie)
- Ondersteuning gericht op sociale inclusie en meetellen in de
samenleving (kernelementen optimaal laten functioneren in hun
kracht en omgeving voorbereiden op persoon met VB)
, - Ondersteuning maakt gebruik van ervaringskennis en
ervaringsleren als methode voor ontwikkeling en herstel
(kernelementen luisteren naar ervaringen van de persoon en zijn
omgeving en gebruik maken van ervaringsgerichte methoden,
omdat ze sneller leren door te doen)
- Ondersteuning maakt gebruik van positieve psychologie en
empowerment (kernelement identiteit kan versterkt worden door
hoop en vertrouwen. Begeleider moet vertrouwen geven dat hij
meer is dan het beeld van de negatieve ervaringen)
Kernhandelingen:
- Verbinden (aansluiten op de niveau en belevingswereld)
- Verstaan (begrijpen van de beperkingen en de consequenties
hiervan)
Psychiatrie een inleiding
1.1
Psychopathologie: oorzaken en behandelingen en beschrijven van
psychische stoornissen. Waarom doen mensen wat ze doen (afwijkend
gedrag).
Psychiatrie: medisch specialisme dat zich richt op diagnostiek en
behandeling van psychische stoornissen.
Klinische psychologie: oorzaken, behandelingen en beschrijving van
psychologische stoornissen om het geestelijk welzijn te bevorderen.
(klinische psycholoog werkt met zijn voeten in de klei).
Gz-psycholoog: psycholoog die na zijn studie een aanvullende opleiding
heeft gedaan. Bevoegd tot het diagnosticeren en behandelen van
psychische stoornissen.
Psychotherapeut: psycholoog die na zijn studie een aanvullende opleiding
heeft gedaan. Bevoegd tot geven van psychotherapeutische
behandelingen, moet BIG-registratie hebben.
Psychiater: studie geneeskunde met specialisatie diagnosticeren en
behandelen van mensen met een psychische stoornis, mag medicatie
voorschrijven.
, Psychische stoornis: geheel van afwijkende emoties, gedachten of
gedragspatronen dat wordt gekenmerkt door een stoornis in het
functioneren en (persoonlijk) lijden.
- Er zijn veel meer mensen met psychische problemen dan dat er
daadwerkelijk bekend en gediagnosticeerd zijn.
- Veel mensen met psychische problematiek ervaren bevooroordeeld
te worden, uitsluiting en stigmatisering.
- Wat is 'normaal’: hangt af van tijd, plaats, persoon, sociaal-culturele
omgeving.
Symptomen: specifieke eigenschappen/kenmerken van psychische
stoornissen.
1.2
Criteria die professionals gebruiken om te bepalen of gedrag afwijkend is:
- Uitzonderlijk: is niet afwijkend of abnormaal. Is op zichzelf niet
voldoende om gedrag afwijkend te noemen. (anders dan de norm
(van jouw cultuur))
- Sociaal afwijkend: als bepaalde vormen van gedrag niet passen bij
de maatstaven/normen van die cultuur/tijdperk/context. (boer laten
na het eten)
- Foute perceptie/interpretatie van de realiteit
(waanbeelden/hallucineren)
- Aanzienlijk emotioneel lijden van de persoon: als heftige emoties
lange tijd na de aanleiding van de emoties nog in alle hevigheid
aanwezig zijn. (PTSS)
- Ongepast of contraproductief gedrag: gedrag dat onprettige
gevoelens oproept of bijvoorbeeld het veelvuldig controleren van
een deurslot omdat hij een enorme spanning voelt als hij dit niet
doet. (dwanghandelingen)
- Gevaar: Gedrag dat gevaar oplevert voor de betrokkene zelf of voor
anderen. (gewelddadig gedrag)
Gedrag herkennen en labelen als afwijkend is iets anders dan het
begrijpen en verklaren van het gedrag.
Verklaringen kunnen zijn vanuit religieuze perspectieven, biologisch
perspectief, sociologisch of psychologisch perspectief.
Bij de diverse invalshoeken zijn de volgende vragen belangrijk:
Hoofdstuk 22
Bij diagnose LVB werd voorheen alleen gekeken naar het intellectueel
functioneren, IQ-score tussen 50 en 85. Sinds de invoering van DSM-5 is
er sprake van LVB als er gelijktijdig tekorten in of beperkingen van het
huidige aanpassingsgedrag op verschillende terreinen aanwezig is. Het
gaat om een kwetsbare groep die korte of langere tijd behoefte heeft aan
ondersteuning.
Bij DSM-5 wordt er gekeken naar adaptief functioneren. Dit heeft te
maken met het dagelijks functioneren en het reageren op de omgeving.
Onderscheid in 3 domeinen:
- Conceptueel domein: geheugen, taal, lezen, schrijven, rekenen
(competenties gelinkt aan onderwijs)
- Sociaal domein: gedachten, gevoelens, empathie, communiceren,
vriendschap sluiten
- Praktisch domein: leervermogen en zelfmanagement,
verantwoordelijkheden van een baan, geldbeheer.
Er is sprake van LVB als er een beperking in het intellectuele functioneren
en adaptief functioneren.
- Cognitieve ontwikkeling is vertraagd bij VB.
- Emotionele ontwikkeling stagneert bij op het niveau van een
schoolkind.
- Afwijkende sociale informatieverwerking.
Worden vaak overvraagd wat leidt tot faalervaringen en daardoor een
negatief zelfbeeld.
Behandeling en begeleiding moet aansluiten op bovenstaande info.
Geduld, structuur, herhalen, trainen van dagelijkse vaardigheden en
voorspelbaarheid.
SociaalRelationeelHandelen richt zich op de kwaliteit van leven van den
persoon met een psychische of sociale kwetsbaarheid.
- Presente basishouding (kernelementen hoop en vertrouwen)
- Ondersteuning gericht op ontwikkeling en herstel (kernelementen
veerkracht, identiteit en autonomie)
- Ondersteuning gericht op sociale inclusie en meetellen in de
samenleving (kernelementen optimaal laten functioneren in hun
kracht en omgeving voorbereiden op persoon met VB)
, - Ondersteuning maakt gebruik van ervaringskennis en
ervaringsleren als methode voor ontwikkeling en herstel
(kernelementen luisteren naar ervaringen van de persoon en zijn
omgeving en gebruik maken van ervaringsgerichte methoden,
omdat ze sneller leren door te doen)
- Ondersteuning maakt gebruik van positieve psychologie en
empowerment (kernelement identiteit kan versterkt worden door
hoop en vertrouwen. Begeleider moet vertrouwen geven dat hij
meer is dan het beeld van de negatieve ervaringen)
Kernhandelingen:
- Verbinden (aansluiten op de niveau en belevingswereld)
- Verstaan (begrijpen van de beperkingen en de consequenties
hiervan)
Psychiatrie een inleiding
1.1
Psychopathologie: oorzaken en behandelingen en beschrijven van
psychische stoornissen. Waarom doen mensen wat ze doen (afwijkend
gedrag).
Psychiatrie: medisch specialisme dat zich richt op diagnostiek en
behandeling van psychische stoornissen.
Klinische psychologie: oorzaken, behandelingen en beschrijving van
psychologische stoornissen om het geestelijk welzijn te bevorderen.
(klinische psycholoog werkt met zijn voeten in de klei).
Gz-psycholoog: psycholoog die na zijn studie een aanvullende opleiding
heeft gedaan. Bevoegd tot het diagnosticeren en behandelen van
psychische stoornissen.
Psychotherapeut: psycholoog die na zijn studie een aanvullende opleiding
heeft gedaan. Bevoegd tot geven van psychotherapeutische
behandelingen, moet BIG-registratie hebben.
Psychiater: studie geneeskunde met specialisatie diagnosticeren en
behandelen van mensen met een psychische stoornis, mag medicatie
voorschrijven.
, Psychische stoornis: geheel van afwijkende emoties, gedachten of
gedragspatronen dat wordt gekenmerkt door een stoornis in het
functioneren en (persoonlijk) lijden.
- Er zijn veel meer mensen met psychische problemen dan dat er
daadwerkelijk bekend en gediagnosticeerd zijn.
- Veel mensen met psychische problematiek ervaren bevooroordeeld
te worden, uitsluiting en stigmatisering.
- Wat is 'normaal’: hangt af van tijd, plaats, persoon, sociaal-culturele
omgeving.
Symptomen: specifieke eigenschappen/kenmerken van psychische
stoornissen.
1.2
Criteria die professionals gebruiken om te bepalen of gedrag afwijkend is:
- Uitzonderlijk: is niet afwijkend of abnormaal. Is op zichzelf niet
voldoende om gedrag afwijkend te noemen. (anders dan de norm
(van jouw cultuur))
- Sociaal afwijkend: als bepaalde vormen van gedrag niet passen bij
de maatstaven/normen van die cultuur/tijdperk/context. (boer laten
na het eten)
- Foute perceptie/interpretatie van de realiteit
(waanbeelden/hallucineren)
- Aanzienlijk emotioneel lijden van de persoon: als heftige emoties
lange tijd na de aanleiding van de emoties nog in alle hevigheid
aanwezig zijn. (PTSS)
- Ongepast of contraproductief gedrag: gedrag dat onprettige
gevoelens oproept of bijvoorbeeld het veelvuldig controleren van
een deurslot omdat hij een enorme spanning voelt als hij dit niet
doet. (dwanghandelingen)
- Gevaar: Gedrag dat gevaar oplevert voor de betrokkene zelf of voor
anderen. (gewelddadig gedrag)
Gedrag herkennen en labelen als afwijkend is iets anders dan het
begrijpen en verklaren van het gedrag.
Verklaringen kunnen zijn vanuit religieuze perspectieven, biologisch
perspectief, sociologisch of psychologisch perspectief.
Bij de diverse invalshoeken zijn de volgende vragen belangrijk: