Interbellum 1919-1939 tijd tussen 2 wereldoorlogen.
Stalin
geboren in 1878 overleden in 1953. Werd in 1928 van de communistische
partij en daarmee de leider van de SU. Hij vertrouwde niemand en zag alles als
een aanval op de SU. Iedereen was vijand van Stalin.
Planeconomie
de SU werd een planeconomie. De overheid beslist wat het land nodig had en
wat er werd geproduceerd. De gedachte erachter was dat de SU meer moest
produceren dan andere landen om zo machtiger te worden. Heel veel kleine
boerderijen werden samengevoegd tot 1 groot bedrijf. de boerengezinnen
wonen en werkten met elkaar. Alles was van iedereen. Deze collectivisatie
moest zorgen voor een hogere opbrengst. Bedrijven die vaak erg hoge
productiedoelen niet haalden werden ervan verdacht tegen het communisme
te zijn.
Totalitaire samenleving
samenleving waarbij de overheid alle macht had en grote invloed heeft op het
leven van de burgers.
censuur = het achterhouden van informatie wat niet mag gepubliceerd worden
-indoctrinatie =
-terreur = gewelddadig gedrag waarmee je mensen laat gehoorzamen
-geweld =
-geheime politie = onderdeel van de geheime dienst dat tegenstanders opspoorde en uit de
wegruimde
-gelijkschakeling =
-1 politieke partij
-geen grondrechten
Republiek van Weimar
einde wO1 vluchtte Duitse keizer naar Nederland. Duitsland werd een
republiek. De republiek van Weimar was een parlementaire democratie.
Regering kreeg enorme problemen. Volgens het verdrag van Versailles moest