Scheikunde Chemie Overal 4havo samenvatting
Hoofdstuk 1
Paragraaf 1:
Stoffen indelen op basis van hun elektrisch geleidingsvermogen en hun formule:
Op basis van hun elektrisch geledingsvermogen:
-> Metaal: geleidt stroom als vaste stof.
-> Zout (ionbinding): geleidt stroom alleen gesmolten of opgelost in water, dus niet als vaste stof.
-> Moleculaire stof: geleidt geen stroom.
Op basis van de formule:
-> Metaal: bestaat uit 1 element (metaal). Bijvoorbeeld: Fe, Cu.
-> Zout: metaal + niet-metaal. Bijvoorbeeld: NaCl, CaCO₃.
-> Moleculaire stof: alleen niet-metalen. Bijvoorbeeld: H₂O, CO₂.
Wat is een metaalrooster, ionrooster en molecuulrooster en welke deeltjes zijn in deze roosters
verantwoordelijk voor de stroomgeleiding?:
- Metaalrooster: Bestaat uit positieve ionen met daartussen vrije elektronen. De vrije elektronen
zorgen voor elektrische stroomgeleiding. Een legering is een mengsel van verschillende
metalen met een metaalrooster.
- Ionrooster: Bestaat uit positieve en negatieve ionen die bij elkaar worden gehouden door een
ionbinding. In vaste toestand geen stroomgeleiding; gesmolten of opgelost in water wel, door
bewegende ionen.
- Molecuulrooster: Bestaat uit neutrale moleculen. De moleculen worden bij elkaar gehouden
door vanderwaalsbindingen. Er zijn geen vrije elektronen of ionen -> geen stroomgeleiding.
, Paragraaf 2:
Welke binding komt er voor in moleculen en de structuurformule van een molecuul tekenen:
Binding:
In moleculen komt een atoombinding voor. Bij een atoombinding delen atomen elektronen om samen
een molecuul te vormen. Deze binding komt voor tussen niet-metalen en geleidt geen stroom.
Structuurformules:
De naamgeving van kleine moleculaire stoffen:
Bestaat uit alleen niet metalen.
Aantal atomen geef je aan met voorvoegsels.
Eerste element: gewone naam (geen ‘mono’ bij 1 atoom).
Tweede element: naam + -ide + voorvoegsel.
Voorbeelden:
- Co -> koolstofmonoxide.
- CO₂ -> koolstofdioxide.
- N₂O₅ -> distikstofpentoxide.
Hoofdstuk 1
Paragraaf 1:
Stoffen indelen op basis van hun elektrisch geleidingsvermogen en hun formule:
Op basis van hun elektrisch geledingsvermogen:
-> Metaal: geleidt stroom als vaste stof.
-> Zout (ionbinding): geleidt stroom alleen gesmolten of opgelost in water, dus niet als vaste stof.
-> Moleculaire stof: geleidt geen stroom.
Op basis van de formule:
-> Metaal: bestaat uit 1 element (metaal). Bijvoorbeeld: Fe, Cu.
-> Zout: metaal + niet-metaal. Bijvoorbeeld: NaCl, CaCO₃.
-> Moleculaire stof: alleen niet-metalen. Bijvoorbeeld: H₂O, CO₂.
Wat is een metaalrooster, ionrooster en molecuulrooster en welke deeltjes zijn in deze roosters
verantwoordelijk voor de stroomgeleiding?:
- Metaalrooster: Bestaat uit positieve ionen met daartussen vrije elektronen. De vrije elektronen
zorgen voor elektrische stroomgeleiding. Een legering is een mengsel van verschillende
metalen met een metaalrooster.
- Ionrooster: Bestaat uit positieve en negatieve ionen die bij elkaar worden gehouden door een
ionbinding. In vaste toestand geen stroomgeleiding; gesmolten of opgelost in water wel, door
bewegende ionen.
- Molecuulrooster: Bestaat uit neutrale moleculen. De moleculen worden bij elkaar gehouden
door vanderwaalsbindingen. Er zijn geen vrije elektronen of ionen -> geen stroomgeleiding.
, Paragraaf 2:
Welke binding komt er voor in moleculen en de structuurformule van een molecuul tekenen:
Binding:
In moleculen komt een atoombinding voor. Bij een atoombinding delen atomen elektronen om samen
een molecuul te vormen. Deze binding komt voor tussen niet-metalen en geleidt geen stroom.
Structuurformules:
De naamgeving van kleine moleculaire stoffen:
Bestaat uit alleen niet metalen.
Aantal atomen geef je aan met voorvoegsels.
Eerste element: gewone naam (geen ‘mono’ bij 1 atoom).
Tweede element: naam + -ide + voorvoegsel.
Voorbeelden:
- Co -> koolstofmonoxide.
- CO₂ -> koolstofdioxide.
- N₂O₅ -> distikstofpentoxide.