Organisatiekunde Samenvatting
Bij organisaties (= doelgerichte samenwerkingsverbanden) werken
mensen samen om doelstellingen te bereiken en maken gebruik van
middelen.
Organisaties zijn bedrijven en overige organisaties
Doel van bedrijven is producten en/of diensten verkopen met het doel
winst te maken. Indien dit gebeurt met het doel winst te maken, spreekt
men van een onderneming (profitorganisaties). Geen vooropgezet doel
winst maken non-profit organisatie. Beiden bedrijven zijn afhankelijk
van hun klanten om te blijven bestaan. Overige organisaties zijn niet
afhankelijk van klanten om te blijven bestaan zoals de
amateurssportvereniging of de kerk.
Organisaties zonder rechtspersoonlijkheid eenmanszaak, maatschap,
vof, commanditaire vennootschap
Organisaties met rechtspersoonlijkheid bv, nv (beursgenoteerde
venootschap = haar aandelen op de beurs verhandeld kunnen) ,
vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij en de stichting.
Ook wel rechtspersonen (= organisatie die zelfstandig aan het
rechtsverkeer deelneemt en als zodanig eigen rechten en plichten heeft).
Fusie = door bedrijfssamenvoeging ontstaat een nieuwe organisatie
Joint venture = samenwerkende organisaties brengen een deel van hun
vermogen in voor een nieuw bedrijf, dat voor gezamelijke rekening en
risico een project tot ontwikkeling brengt.
Bedrijfsovername = overgenomen organisatie houdt op te bestaan
Strategische samenwerking = samenwerkingsverband van twee of meer
organisaties die met behoud van zelfstandigheid en identiteit
samenwerken op een deelgebied dat van wezenlijk belang is voor de
continuïteit van de afzonderlijke organisaties
Eerste aanzet tot organisaties werd gegeven tijdens de industriële
revolutie = versnelde ontwikkeling op technologisch en economisch
gebied. Door onder meer uitvinding stoommachine sterke impuls
urbanisatie ontstaan grotere organisaties. Behoefte aan kennis om deze
organisaties te besturen Organisatiekunde
Adam Smith met laisser-faire
Onzichtbare hand in de markt die de economie regelt zonder enige
regelgeving of bemoeienis overheid. Bekritiseert protectionisme en
handelsbellemeringen
,Scientific management = tot doel heeft de efficiëntie van
productieprocessen te verhogen door werkzaamheden wetenschappelijk te
analyseren, te standaardiseren en te optimaliseren (Frederick Taylor)
General management = omvat het aansturen en coördineren van diverse
aspecten binnen een organisatie om doelen efficiënt te bereiken, waarbij
een general manager verantwoordelijk is voor het dagelijkse reilen en
zeilen van een afdeling of bedrijfsonderdeel
Eenheid-van-bevelprincipe = iedere werknemer heeft één baas die
instructies geeft en waaraan verantwoording moet worden afgelegd
Het humanrelationsbenadering stelt dat arbeidsprestaties niet allen tot
stand komen obv rationele overwegingen, maar dat sociale aspecten
evenzeer een belangrijke rol spelen.
Revisionsime probeerde human relations en scientific management te
integreren.
Door de gebeurtenissen in de wereld spanningen tussen oost en west
bijvoorbeeld groeide het besef dat organisaties moeten worden
beschouwd als open systemen die invloed uitoefenen op hun omgeving en
(vaak nog sterker) door hun omgeving worden beïnvloed.
Interdepenties zijn toenemende afhankelijkheiden
Organisatiekunde heeft als vakgebied een sterk interdisciplinair karakter;
oplossingen voor praktische bedrijfskundige problemen kunnen niet meer
uitlsuitend worden gezocht in eenzijdige monodisciplines, zoals de
economie en psychologie.
Er word steeds meer afstand genomen van het idee dat er in de
organisatie slechts één beslisser is. Vormen van betrokkenheid, delegatie
en medezeggenschap komen op
Wet op de ondernemingsraad zorgde voor steeds meer bevoegdheden
voor de werknemers ten aanzien van beleidsaspecten.
Contigentiebenadering / situationeel leiderschap = er is geen één beste
manier van leidinggeven en structureren. De beste manier wordt bepaald
door de situatie waarin een organisatie zich bevindt.
Mintzberg basisconfiguraties; ideaaltypen van manier van leidinggeven en
structureren. Uitgangspunt is dat de ideale manier niet bestaat.
Porter kwam met het vijfkrachtenmodel, hulpmiddel bij analyseren van de
markt en de concurrentie. Hij onderscheit directe concurrenten, potentiële
toetreders, aanbieders van substitueerartikelen, handel en de
, leveranciers, tegen de achtergrond van toetredingsbarrières en
uittredingsbarrières.
Hamel en Prahalad kernbekwaamheden – core competences = laten
voordelen zien ten opzichte van de concurrentie
Consumentisme = beweging die belangen behartigt van consumenten tov
allerlei organisaties.
Er is sprake van een organisatie-evenwicht als een organisatie erin slaagt
haar externe en interne belanghebbenden (stakeholders) zodanig te
belonen dat zij in ruil voor hun bijdragen gemotiveerd blijven deelnemen
aan die organisatie.
Managementproces/transformatieproces is integraal onderdeel van
organisatiekunde en gericht op bevorderen van doelmatigheid en
effectiviteit van een organisatie. Doel is om de middelen van de
organisatie te beheren en te coördineren zodat de doelstellingen van de
organisatie worden bereikt. Drie functies:
1. Beleidsvorming (analyseren, doelstellingen, plannen)
2. Structurering (organisatiestructuur ontwerpen)
3. Uitvoering (doen uitvoeren, beheersen en bijsturen)
Constituerende beslissingen = strategische beslissingen die een kader,
structuur, beleid en doelstellingen creëren waarbinnen andere,
uitvoerende (dirigerende) beslissingen worden genomen
Een missie beschrijft het bestaansdoel, de identiteit en de dagelijkse
activiteiten van een organisatie: wat je doet, voor wie, en waarom, hier en
nu. Een visie is een inspirerend, toekomstgericht ideaalbeeld: wat je op
lange termijn wilt bereiken en welke verandering je in de wereld wilt
realiseren.
7 s’en model
Strategy geeft in grote lijnen aan waar de onderneming naartoe wil
(middellange- lange termijn)
Strategie biedt leidraad aan en daarmee houvast. Er wordt met beleid
toegewerkt naar het realiseren van die doelen en iedereen weet welke
koers wordt aangehouden.
Plannen is nu beslissen wat in de toekomst moet gebeuren. De organisatie
zal moeten anticiperen op ontwikkelingen in de onderneming en de
omgeving. Hierdoor kan de organisatie sneller reageren met
Bij organisaties (= doelgerichte samenwerkingsverbanden) werken
mensen samen om doelstellingen te bereiken en maken gebruik van
middelen.
Organisaties zijn bedrijven en overige organisaties
Doel van bedrijven is producten en/of diensten verkopen met het doel
winst te maken. Indien dit gebeurt met het doel winst te maken, spreekt
men van een onderneming (profitorganisaties). Geen vooropgezet doel
winst maken non-profit organisatie. Beiden bedrijven zijn afhankelijk
van hun klanten om te blijven bestaan. Overige organisaties zijn niet
afhankelijk van klanten om te blijven bestaan zoals de
amateurssportvereniging of de kerk.
Organisaties zonder rechtspersoonlijkheid eenmanszaak, maatschap,
vof, commanditaire vennootschap
Organisaties met rechtspersoonlijkheid bv, nv (beursgenoteerde
venootschap = haar aandelen op de beurs verhandeld kunnen) ,
vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij en de stichting.
Ook wel rechtspersonen (= organisatie die zelfstandig aan het
rechtsverkeer deelneemt en als zodanig eigen rechten en plichten heeft).
Fusie = door bedrijfssamenvoeging ontstaat een nieuwe organisatie
Joint venture = samenwerkende organisaties brengen een deel van hun
vermogen in voor een nieuw bedrijf, dat voor gezamelijke rekening en
risico een project tot ontwikkeling brengt.
Bedrijfsovername = overgenomen organisatie houdt op te bestaan
Strategische samenwerking = samenwerkingsverband van twee of meer
organisaties die met behoud van zelfstandigheid en identiteit
samenwerken op een deelgebied dat van wezenlijk belang is voor de
continuïteit van de afzonderlijke organisaties
Eerste aanzet tot organisaties werd gegeven tijdens de industriële
revolutie = versnelde ontwikkeling op technologisch en economisch
gebied. Door onder meer uitvinding stoommachine sterke impuls
urbanisatie ontstaan grotere organisaties. Behoefte aan kennis om deze
organisaties te besturen Organisatiekunde
Adam Smith met laisser-faire
Onzichtbare hand in de markt die de economie regelt zonder enige
regelgeving of bemoeienis overheid. Bekritiseert protectionisme en
handelsbellemeringen
,Scientific management = tot doel heeft de efficiëntie van
productieprocessen te verhogen door werkzaamheden wetenschappelijk te
analyseren, te standaardiseren en te optimaliseren (Frederick Taylor)
General management = omvat het aansturen en coördineren van diverse
aspecten binnen een organisatie om doelen efficiënt te bereiken, waarbij
een general manager verantwoordelijk is voor het dagelijkse reilen en
zeilen van een afdeling of bedrijfsonderdeel
Eenheid-van-bevelprincipe = iedere werknemer heeft één baas die
instructies geeft en waaraan verantwoording moet worden afgelegd
Het humanrelationsbenadering stelt dat arbeidsprestaties niet allen tot
stand komen obv rationele overwegingen, maar dat sociale aspecten
evenzeer een belangrijke rol spelen.
Revisionsime probeerde human relations en scientific management te
integreren.
Door de gebeurtenissen in de wereld spanningen tussen oost en west
bijvoorbeeld groeide het besef dat organisaties moeten worden
beschouwd als open systemen die invloed uitoefenen op hun omgeving en
(vaak nog sterker) door hun omgeving worden beïnvloed.
Interdepenties zijn toenemende afhankelijkheiden
Organisatiekunde heeft als vakgebied een sterk interdisciplinair karakter;
oplossingen voor praktische bedrijfskundige problemen kunnen niet meer
uitlsuitend worden gezocht in eenzijdige monodisciplines, zoals de
economie en psychologie.
Er word steeds meer afstand genomen van het idee dat er in de
organisatie slechts één beslisser is. Vormen van betrokkenheid, delegatie
en medezeggenschap komen op
Wet op de ondernemingsraad zorgde voor steeds meer bevoegdheden
voor de werknemers ten aanzien van beleidsaspecten.
Contigentiebenadering / situationeel leiderschap = er is geen één beste
manier van leidinggeven en structureren. De beste manier wordt bepaald
door de situatie waarin een organisatie zich bevindt.
Mintzberg basisconfiguraties; ideaaltypen van manier van leidinggeven en
structureren. Uitgangspunt is dat de ideale manier niet bestaat.
Porter kwam met het vijfkrachtenmodel, hulpmiddel bij analyseren van de
markt en de concurrentie. Hij onderscheit directe concurrenten, potentiële
toetreders, aanbieders van substitueerartikelen, handel en de
, leveranciers, tegen de achtergrond van toetredingsbarrières en
uittredingsbarrières.
Hamel en Prahalad kernbekwaamheden – core competences = laten
voordelen zien ten opzichte van de concurrentie
Consumentisme = beweging die belangen behartigt van consumenten tov
allerlei organisaties.
Er is sprake van een organisatie-evenwicht als een organisatie erin slaagt
haar externe en interne belanghebbenden (stakeholders) zodanig te
belonen dat zij in ruil voor hun bijdragen gemotiveerd blijven deelnemen
aan die organisatie.
Managementproces/transformatieproces is integraal onderdeel van
organisatiekunde en gericht op bevorderen van doelmatigheid en
effectiviteit van een organisatie. Doel is om de middelen van de
organisatie te beheren en te coördineren zodat de doelstellingen van de
organisatie worden bereikt. Drie functies:
1. Beleidsvorming (analyseren, doelstellingen, plannen)
2. Structurering (organisatiestructuur ontwerpen)
3. Uitvoering (doen uitvoeren, beheersen en bijsturen)
Constituerende beslissingen = strategische beslissingen die een kader,
structuur, beleid en doelstellingen creëren waarbinnen andere,
uitvoerende (dirigerende) beslissingen worden genomen
Een missie beschrijft het bestaansdoel, de identiteit en de dagelijkse
activiteiten van een organisatie: wat je doet, voor wie, en waarom, hier en
nu. Een visie is een inspirerend, toekomstgericht ideaalbeeld: wat je op
lange termijn wilt bereiken en welke verandering je in de wereld wilt
realiseren.
7 s’en model
Strategy geeft in grote lijnen aan waar de onderneming naartoe wil
(middellange- lange termijn)
Strategie biedt leidraad aan en daarmee houvast. Er wordt met beleid
toegewerkt naar het realiseren van die doelen en iedereen weet welke
koers wordt aangehouden.
Plannen is nu beslissen wat in de toekomst moet gebeuren. De organisatie
zal moeten anticiperen op ontwikkelingen in de onderneming en de
omgeving. Hierdoor kan de organisatie sneller reageren met