2.1 Het bio-ecologische model van Bronfenbrenner
Studeerhulp
Wat?i
Bronfenbrenner: bio-ecologisch systeemmodel
Alle factoren in omgeving van een kind
die ontwikkeling beïnvloeden: direct en indirect
verschillende lagen in het ui-model
Een voorbeeld van transactie: continue wisselwerking,
constant interactie die invloed hebben op elkaar.
Microsystemen
• Wie?
• Gezin
• School
• Vrienden
• Directe invloed
• Link primaire (eerste, je hele dichte omgeving) socialisatie (leren
omgaan met andere mensen , welke waarden, normen en diengen die
belangrijk zijn belangrijk zijn)
Mesosysteem
• Wie?
• Gezin
• School
• Vrienden
• Invloed op elkaar (staan niet los van elkaar, maar hebben invloed op
elkaar)
, • Ouders spreken met de leerkracht
• Neuzen in dezelfde richting (zitten we op dezelfde lijn van waarden,
normen en dingen die belangrijk zijn.)
• Als ze op dezelfde lijn zitten, dan Stimulerende leer- en
leefomgeving
De ouders van Sam vinden school heel belangrijk.
Ook zijn vrienden werken hard.
Sam is gemotiveerd om zich in te zetten voor school
• Vervreemding (neuzen niet in dezelfde richting, dat maakt het
moeilijk voor het kind)
De ouders van Sam vinden school heel belangrijk.
De vrienden van Sam vinden school saai en niet stoer.
Sam wil zijn ouders trots maken, maar wil ook
geen buitenbeentje zijn…
Lege brooddoos past ook bij vervreemding omdat de focus van het kind
niet zal zijn op school maar op de lege brooddoos.
Belangrijk: stimulerende leer-en leefomgeving VS. Vervreemding!
Exosystemen
• Wie?
• Media
• Job ouders
• Overheid
• Onderwijssysteem
• Lokale economie
• Indirecte invloed
Vb: De ouders van Samir zijn zelfstandig en verdienen
goed hun boterham. In de vakantie gaat Samir steeds
op wetenschapskamp.
Dit leverde hem al een aardige voorsprong op
tijdens de lessen techniek.
Ook probleemoplossend denken is goed ontwikkeld.
Niet rechtsreeks een invloed, maar via via wel
Macrosysteem