Samenvatting Jurist in Bedrijf
1
Week 1 inleiding Vermogensrecht
Verbintenissenrecht: ziet op rechtsverhoudingen tussen personen onderling.
Welke rechten en verplichtingen zijn er, en hoe deze kunnen worden
afgedwongen.
Verbintenis: verbintenissen ontstaan door een rechtsfeit. Rechtsfeiten zijn alle
feiten met een juridisch gevolg.
- Hoofdregel: verbintenissen zijn rechtens afdwingbaar, art. 7A:1825 BW.
- Natuurlijke verbintenis: een juridisch niet afdwingbare verbintenis zoals
bijv. een weddenschap.
- Civiele verbintenis: een (juridisch) afdwingbare verbintenis zoals bijv.
een overeenkomst of onrechtmatige daad.
Schema civiele verbintenis
Crediteur: Debiteur:
Vorderingsrecht Schuld en plicht
Rechtsvordering/actie Aansprakelijkheid
Verhaalsrecht, art. 3:276 BW Uitwinbaarheid
Een natuurlijke verbintenis kent alleen een crediteur met het vorderingsrecht en
een debiteur met een schuld en dus plicht, de overige rechten niet.
Rechtsfeiten: alle feiten met een juridisch gevolg.
1. Actief menselijk handelen:
- Beoogd rechtsgevolg: is een rechtshandeling. Alle handelingen met een
beoogd rechtsgevolg.
Eenzijdig > de enkele wil van 1 partij. Kan gericht of ongericht.
o Gericht > het rechtsgevolg door de enkele wil tot stand komt
mits de wederpartij daarvan op de hoogte is gebracht.
o Ongericht > het opmaken van een testament en het worden
van erfgenaam (je hoeft de erfenis niet per se te hebben
geaccepteerd of van tevoren wist)
Meerzijdig > kan slechts als er twee of meer partijen voor nodig
zijn. (Elke overeenkomst, afspraak of elk contract)
- Niet beoogd rechtsgevolg:
Rechtmatig > bijvoorbeeld zaakwaarneming.
Onrechtmatig > de onrechtmatige daad art. 6:162 BW.
2. Bloot rechtsfeit: een juridisch relevant feit maar zonder actief handelen van
een mens Bijvoorbeeld geboorte.
Een van de belangrijkste oorzaken verbintenissen: de overeenkomst, een
afspraak tussen minimaal 2 partijen. Bijvoorbeeld:
- Verbintenis tot levering (eigendomsoverdracht) > bijv. koopovereenkomst
- Verbintenis tot betaling > bijv. koopovereenkomst
- Verbintenis tot levering > bijv. schenkingsovereenkomst
Uitgangspunt overeenkomstenrecht BW, boek 6, titel 5, afdeling 1, art.
213 e.v.
,- Contractsvrijheid in verhouding tot dwingende wetgeving (dwingende
bepalingen in het huurrecht, arbeidsrecht bijvoorbeeld.)
- Dwingend recht niet van toepassing in het verbintenissenrecht.
Indeling van overeenkomsten naar:
1. Totstandkoming, art. 6:217 BW: consensueel, formeel, reeel.
2. Inhoud: toepasselijke regelingen
3. Rechtsgevolg: hoeveel verbintenissen?
Tijdbalk overeenkomst:
1. Precontractuele fase > onderhandelingsfase
2. Totstandkoming > aanbod en acceptatie
3. Overeenkomst > verdere eisen;
Wilsovereenstemming, overeenkomst is gewild.
Handelingsbekwaamheid > je moet in staat zijn om de overeenkomst na te
kunnen komen.
Bepaald onderwerp > er moet duidelijk zijn wat er gekocht gaat worden.
Geoorloofde oorzaak
4. Uitvoering overeenkomst; dus verbintenissen correct nakomen.
5. einde overeenkomst
Verbintenissen vanuit de wet: ook zonder dat een overeenkomst ten
grondslag ligt kan de wet een verbintenis doen ontstaan.
- De onrechtmatige daad, art. 6:162 BW: een bron van buiten contractuele
aansprakelijkheid.
- Zaakwaarneming, art. 6:198 BW:
- Onverschuldigde betaling, art. 6:203
Kwalitatieve aansprakelijkheid: een vorm van buiten contractuele
aansprakelijkheid. Zij ontstaat op grond van een bepaalde kwaliteit of
hoedanigheid die betrekking heeft op de schadeveroorzakende persoon. Bijv. in
relatie tot zaken waarvan men bezitter of (bedrijfsmatige) gebruiker is.
- Voor personen: aansprakelijk op grond van een bepaalde kwaliteit waarin hij
tot een ander persoon staat. Bijvoorbeeld door ouder of voogd en werkgever.
De feitelijke dader is dus aansprakelijk.
- Ondergeschikten art. 6:170 lid 1 BW: het vereist een
ondergeschiktheidsverhouding, fout of toerekenbare onrechtmatige daad van
een ondergeschikte en zeggenschap te hebben bestaan over de gedragingen
van de ondergeschikte.
Onrechtmatige daad, art. 6:162 BW: ‘hij die jegens een ander een
onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de
schade die de ander dient ten gevolge lijdt te vergoeden.’
- Rechtsgevolg: een verbintenis met plicht tot het vergoeden van schade die
is geleden en de ander heeft het recht op schadevergoeding.
- Vereisten onrechtmatige daad:
1. Onrechtmatigheid lid 2: in strijd met wettelijke plicht, inbreuk op een
recht en in strijd met maatschappelijke betamelijkheid. 3 categorieën om
een daad als onrechtmatig te kwalificeren:
Inbreuk op een subjectief recht: schending van persoonlijke rechten
zoals recht om lichamelijke integriteit of een absoluut
vermogensrecht zoals eigendom en erfpacht.
Een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht, zoals iemand
niet helpen bij verdrinking.
, Een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven
recht in het maatschappelijk verkeer betaamd: een handelend
persoon moet rekening houden met de gerechtvaardigde belangen
van een ander in de samenleving.
2. Toerekenbaarheid lid 3: de daad is aan de dader toe te rekenen door
handelen/nalaten.
3. Schade lid 1: er dient sprake te zijn van schade, zoals vermogensschade
art. 6:96 BW of ander nadeel zoals lichamelijk letsel art. 6:106 BW.
4. Causaal verband lid 1: (dient ten gevolge) er moet verband zijn tussen
de onrechtmatige gedraging en de schade.
5. Relativiteit art. 6:163 BW: dader is alleen aansprakelijk voor de geleden
schade als hij een norm heeft geschonden die het belang van het
slachtoffer beschermd.
Rechtvaardigingsgronden onrechtmatige daad: een gedraging verliest haar
onrechtmatigheid indien de dader een rechtvaardigingsgrond kan aanvoeren:
1. Overmacht: iedere drang waaraan men geen weerstand aan hoeft te
bieden.
2. Noodweer: wanneer de handeling geboden door een noodzakelijke
verdediging.
3. Uitvoering van een wettelijk voorschrift: een wettelijke bevoegdheid
of bevoegd gegeven ambtelijk bevel.
4. Toestemming: soms toestemming door degene tegenover wie de
gedraging zich uitte.
Week 2 Verdieping Verbintenissenrecht
Totstandkoming overeenkomst: een overeenkomst komt tot stand, als er
sprake is van:
1. Aanbod en aanvaarding: bestaan beide uit een wil en een verklaring die
dient uitgedrukt te zijn.
2. Handelingsbekwaamheid: om een overeenkomst te sluiten moet je
handelingsbekwaam zijn. In sommige situaties zijn minderjarige en onder
curatele gestelde handelingsonbekwaam.
3. Wilsovereenstemming: de wil van verkopen en kopen moet worden
uitgedrukt. De op een rechtsgevolg gerichte wil moet zich door een
verklaring hebben geopenbaard.
4. Niet in strijd met de wet: een overeenkomst mag niet in strijd zijn met
de wet, anders is deze nietig en zal worden geacht nooit te hebben
bestaan. Zoals strijdig met openbare orde (maatschappelijke rust en
veiligheid) en de goede zeden (zonder slechte bedoelingen.)
Aanbod en aanvaarding, art. 6:217 lid 1 BW: een overeenkomst komt tot
stand door aanbod en aanvaarding.
1. Aanbod: er is sprake van een aanbod wanneer dit een duidelijk wil en
verklaring bevat. Als kernprestaties bekend zijn art. 6:227 BW.
Herroepelijk aanbod art. 6:219 lid 1 BW: het artikel gaat ervan
uit dat een aanbod herroepelijk is. Werking van het aanbod kan
worden ontnomen door dit tijdig terug te roepen. Lid 2 gaat ervan
uit dat herroeping niet meer mogelijk nadat het aanbod is aanvaard.
Onherroepelijk aanbod: herroeping is (rechtsgeldig) niet mogelijk
als het een termijn voor aanvaarding inhoudt of onherroepelijkheid
op andere wijze volgt.
o Lindeboom/Amsterdam-arrest:
1
Week 1 inleiding Vermogensrecht
Verbintenissenrecht: ziet op rechtsverhoudingen tussen personen onderling.
Welke rechten en verplichtingen zijn er, en hoe deze kunnen worden
afgedwongen.
Verbintenis: verbintenissen ontstaan door een rechtsfeit. Rechtsfeiten zijn alle
feiten met een juridisch gevolg.
- Hoofdregel: verbintenissen zijn rechtens afdwingbaar, art. 7A:1825 BW.
- Natuurlijke verbintenis: een juridisch niet afdwingbare verbintenis zoals
bijv. een weddenschap.
- Civiele verbintenis: een (juridisch) afdwingbare verbintenis zoals bijv.
een overeenkomst of onrechtmatige daad.
Schema civiele verbintenis
Crediteur: Debiteur:
Vorderingsrecht Schuld en plicht
Rechtsvordering/actie Aansprakelijkheid
Verhaalsrecht, art. 3:276 BW Uitwinbaarheid
Een natuurlijke verbintenis kent alleen een crediteur met het vorderingsrecht en
een debiteur met een schuld en dus plicht, de overige rechten niet.
Rechtsfeiten: alle feiten met een juridisch gevolg.
1. Actief menselijk handelen:
- Beoogd rechtsgevolg: is een rechtshandeling. Alle handelingen met een
beoogd rechtsgevolg.
Eenzijdig > de enkele wil van 1 partij. Kan gericht of ongericht.
o Gericht > het rechtsgevolg door de enkele wil tot stand komt
mits de wederpartij daarvan op de hoogte is gebracht.
o Ongericht > het opmaken van een testament en het worden
van erfgenaam (je hoeft de erfenis niet per se te hebben
geaccepteerd of van tevoren wist)
Meerzijdig > kan slechts als er twee of meer partijen voor nodig
zijn. (Elke overeenkomst, afspraak of elk contract)
- Niet beoogd rechtsgevolg:
Rechtmatig > bijvoorbeeld zaakwaarneming.
Onrechtmatig > de onrechtmatige daad art. 6:162 BW.
2. Bloot rechtsfeit: een juridisch relevant feit maar zonder actief handelen van
een mens Bijvoorbeeld geboorte.
Een van de belangrijkste oorzaken verbintenissen: de overeenkomst, een
afspraak tussen minimaal 2 partijen. Bijvoorbeeld:
- Verbintenis tot levering (eigendomsoverdracht) > bijv. koopovereenkomst
- Verbintenis tot betaling > bijv. koopovereenkomst
- Verbintenis tot levering > bijv. schenkingsovereenkomst
Uitgangspunt overeenkomstenrecht BW, boek 6, titel 5, afdeling 1, art.
213 e.v.
,- Contractsvrijheid in verhouding tot dwingende wetgeving (dwingende
bepalingen in het huurrecht, arbeidsrecht bijvoorbeeld.)
- Dwingend recht niet van toepassing in het verbintenissenrecht.
Indeling van overeenkomsten naar:
1. Totstandkoming, art. 6:217 BW: consensueel, formeel, reeel.
2. Inhoud: toepasselijke regelingen
3. Rechtsgevolg: hoeveel verbintenissen?
Tijdbalk overeenkomst:
1. Precontractuele fase > onderhandelingsfase
2. Totstandkoming > aanbod en acceptatie
3. Overeenkomst > verdere eisen;
Wilsovereenstemming, overeenkomst is gewild.
Handelingsbekwaamheid > je moet in staat zijn om de overeenkomst na te
kunnen komen.
Bepaald onderwerp > er moet duidelijk zijn wat er gekocht gaat worden.
Geoorloofde oorzaak
4. Uitvoering overeenkomst; dus verbintenissen correct nakomen.
5. einde overeenkomst
Verbintenissen vanuit de wet: ook zonder dat een overeenkomst ten
grondslag ligt kan de wet een verbintenis doen ontstaan.
- De onrechtmatige daad, art. 6:162 BW: een bron van buiten contractuele
aansprakelijkheid.
- Zaakwaarneming, art. 6:198 BW:
- Onverschuldigde betaling, art. 6:203
Kwalitatieve aansprakelijkheid: een vorm van buiten contractuele
aansprakelijkheid. Zij ontstaat op grond van een bepaalde kwaliteit of
hoedanigheid die betrekking heeft op de schadeveroorzakende persoon. Bijv. in
relatie tot zaken waarvan men bezitter of (bedrijfsmatige) gebruiker is.
- Voor personen: aansprakelijk op grond van een bepaalde kwaliteit waarin hij
tot een ander persoon staat. Bijvoorbeeld door ouder of voogd en werkgever.
De feitelijke dader is dus aansprakelijk.
- Ondergeschikten art. 6:170 lid 1 BW: het vereist een
ondergeschiktheidsverhouding, fout of toerekenbare onrechtmatige daad van
een ondergeschikte en zeggenschap te hebben bestaan over de gedragingen
van de ondergeschikte.
Onrechtmatige daad, art. 6:162 BW: ‘hij die jegens een ander een
onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de
schade die de ander dient ten gevolge lijdt te vergoeden.’
- Rechtsgevolg: een verbintenis met plicht tot het vergoeden van schade die
is geleden en de ander heeft het recht op schadevergoeding.
- Vereisten onrechtmatige daad:
1. Onrechtmatigheid lid 2: in strijd met wettelijke plicht, inbreuk op een
recht en in strijd met maatschappelijke betamelijkheid. 3 categorieën om
een daad als onrechtmatig te kwalificeren:
Inbreuk op een subjectief recht: schending van persoonlijke rechten
zoals recht om lichamelijke integriteit of een absoluut
vermogensrecht zoals eigendom en erfpacht.
Een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht, zoals iemand
niet helpen bij verdrinking.
, Een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven
recht in het maatschappelijk verkeer betaamd: een handelend
persoon moet rekening houden met de gerechtvaardigde belangen
van een ander in de samenleving.
2. Toerekenbaarheid lid 3: de daad is aan de dader toe te rekenen door
handelen/nalaten.
3. Schade lid 1: er dient sprake te zijn van schade, zoals vermogensschade
art. 6:96 BW of ander nadeel zoals lichamelijk letsel art. 6:106 BW.
4. Causaal verband lid 1: (dient ten gevolge) er moet verband zijn tussen
de onrechtmatige gedraging en de schade.
5. Relativiteit art. 6:163 BW: dader is alleen aansprakelijk voor de geleden
schade als hij een norm heeft geschonden die het belang van het
slachtoffer beschermd.
Rechtvaardigingsgronden onrechtmatige daad: een gedraging verliest haar
onrechtmatigheid indien de dader een rechtvaardigingsgrond kan aanvoeren:
1. Overmacht: iedere drang waaraan men geen weerstand aan hoeft te
bieden.
2. Noodweer: wanneer de handeling geboden door een noodzakelijke
verdediging.
3. Uitvoering van een wettelijk voorschrift: een wettelijke bevoegdheid
of bevoegd gegeven ambtelijk bevel.
4. Toestemming: soms toestemming door degene tegenover wie de
gedraging zich uitte.
Week 2 Verdieping Verbintenissenrecht
Totstandkoming overeenkomst: een overeenkomst komt tot stand, als er
sprake is van:
1. Aanbod en aanvaarding: bestaan beide uit een wil en een verklaring die
dient uitgedrukt te zijn.
2. Handelingsbekwaamheid: om een overeenkomst te sluiten moet je
handelingsbekwaam zijn. In sommige situaties zijn minderjarige en onder
curatele gestelde handelingsonbekwaam.
3. Wilsovereenstemming: de wil van verkopen en kopen moet worden
uitgedrukt. De op een rechtsgevolg gerichte wil moet zich door een
verklaring hebben geopenbaard.
4. Niet in strijd met de wet: een overeenkomst mag niet in strijd zijn met
de wet, anders is deze nietig en zal worden geacht nooit te hebben
bestaan. Zoals strijdig met openbare orde (maatschappelijke rust en
veiligheid) en de goede zeden (zonder slechte bedoelingen.)
Aanbod en aanvaarding, art. 6:217 lid 1 BW: een overeenkomst komt tot
stand door aanbod en aanvaarding.
1. Aanbod: er is sprake van een aanbod wanneer dit een duidelijk wil en
verklaring bevat. Als kernprestaties bekend zijn art. 6:227 BW.
Herroepelijk aanbod art. 6:219 lid 1 BW: het artikel gaat ervan
uit dat een aanbod herroepelijk is. Werking van het aanbod kan
worden ontnomen door dit tijdig terug te roepen. Lid 2 gaat ervan
uit dat herroeping niet meer mogelijk nadat het aanbod is aanvaard.
Onherroepelijk aanbod: herroeping is (rechtsgeldig) niet mogelijk
als het een termijn voor aanvaarding inhoudt of onherroepelijkheid
op andere wijze volgt.
o Lindeboom/Amsterdam-arrest: