(Kristen, Lamp, Lindeman, Luchtman, de Zanger)
Week 1
Hoofdstuk 3 – Algemeen
§5 Excursie: bestuursrechtelijke handhaving van sociaaleconomisch recht
- HF 5 Awb is een algemene regeling die voor de bestuursrechtelijke handhaving in veel
opzichten een vergelijkbare functie heeft als de algemene bepalingen van Sr en Sv
voor de strafrechtelijke handhaving.
- 5:11-5:20 Awb vormen in beginsel het kader voor bestuursrechtelijk onderzoek.
- Titel 5.1 Awb zijn algemene bepalingen: medeplegen (5:1 lid 2 Awb), daderschap van
rechtspersonen en feitelijk leidinggevers (5:1 lid 3 Awb), legaliteitsbeginsel (5:4 Awb),
rechtvaardigingsgronden (5:5 Awb), meerdaadse samenloop (5:8 Awb), zwijgrecht
(5:10a Awb).
- Titel 5.4 Awb gaat over de bestuurlijke boete: schulduitsluitingsgronden (5:41 Awb),
ne bis in idem (5:43 Awb), una via (5:44 Awb).
§5.1 De bestuurlijke boete
- BB is een punitieve sanctie in de zin van 6 EVRM, toch is de toepassing ervan geen
strafrecht sensu stricto. Bestuurlijke boetes worden opgelegd door het bestuur, na
onderzoek door het bestuur. Eventuele bezwaren tegen die bestuurshandelen
worden via een bestuursrechtelijke procedure afgedaan (doordat het bij een rechter
kan komen, worden de waarborgen uit EVRM beschermd). Het Algemeen Deel van
het Sr of Sv is niet van toepassing. Daarom spreekt men van bestuursstrafrecht of
punitief bestuursrecht.
o EHRM Engel en Öztürk gaan uit van een autonome interpretatie van begrip
criminal charge, waarbij steeds moet worden gekeken naar (1) welke plaats de
overtreding heeft in nationale rechtssysteem, (2) wat aard van overtreding is
en (3) wat aard en overtreding van de sanctie is. Ook hele kleine geldboeten
kunnen als CC worden gezien, maar het is dan wel mogelijk de rechten van 6
EVRM te relativeren (EHRM Jussila).
- Bestuursrecht kent ook andere sancties die niet punitief zijn maar reparatoir of
preventief (last onder dwangsom, bestuursdwang, intrekken van vergunning komt
ook voor in Wft).
- Bestuurlijke boete is een bestraffende sanctie inhoudende een onvoorwaardelijke
verplichting tot betaling van een geldsom (5:40 Awb). BB kan allen worden opgelegd
als het in de wet staat en de overtreding en sanctie door een aan de gedraging
voorafgaand wettelijk voorschrift zijn omgeschreven (5:4 Awb), kijk daarvoor naar de
bijzondere wetten zoals de Wft. Maximale hoogte van boete moet uit wet blijken
(5:46 Awb).
- Bestuurlijke sanctie is een door een bestuursorgaan wegens een overtreding
opgelegde verplichting of onthouden aanspraak (5:2 lid 1 onder a Awb).
- Bestraffende sanctie is een bestuurlijke sanctie die beoogt de overtreden leed toe te
voegen (5:2 lid 1 onder c Awb).
, - Overtreding is een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens enig
wettelijk voorschrift (5:1 lid 1 Awb).
- Overtreder is degene die een overtreding pleegt of medepleegt (5:1 lid 2 Awb). Dit
kunnen natuurlijke personen en rechtspersonen zijn (51 lid 2 en 3 Sr van
overeenkomstige toepassing).
- In Wft gaat vaststelling van BB anders:
o Toezichthouder mag BB opleggen voor overtredingen die zijn opgenomen in
de bijlage (1:80 aanhef en onder a Wft). In de bijlage staan artikelen uit de
Wft, waarvan overtreding een beboetbaar feit oplevert.
o Uiteindelijk norm moet ik lagere regelgeving worden gezocht (gelede
normstelling).
o BB kan ook worden opgelegd wegens overtreding van voorschriften zijn
gesteld door bij Amvb aangewezen EU-verordeningen (1:80 aanhef en onder b
Wft).
o 1:81 Wft stelt algemene regels over de hoogte van de BB, die weer nader
kunnen worden uitgewerkt in een Amvb zoals het Besluit bestuurlijke boetes
financiële sector.
o Tegen een BB die onder de Wft is opgelegd is bezwaar mogelijk bij AFM of
DNB (6:4 Awb), beroep bij de Rb R’dam (8:1 jo 8:7 lid 3 Awb jo 7
Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (zie bijlage 2 Awb)) en hoger
beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (8:105 Awb jo 11
Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak).
Hoofdstuk 6 – Wet op de economische delicten
§1 Inleiding
- WED vormt kader voor strafrechtelijke handhaving van veel ordeningswetten.
- 1 en 1a WED: welke overtreding van voorschriften worden als economisch delict
aangemerkt (overtredingen staan op alfabetische volgorde van eerste zelfstandige
naamwoord dat in citeertitel van de wet voorkomt) (1a WED voornamelijk
milieudelicten)
- 2 WED: is het een misdrijf of een overtreding
- 6 WED: welke hoofdstraffen staan er op deze misdrijven en overtredingen
- 7 en 8 WED: welke bijkomende straffen en maatregelen kunnen in geval van
economisch delict worden opgelegd.
- Titel III: opsporing van economische delicten
- Titel IV: bijzondere constructie van voorlopige maatregelen, die voor de aanvang van
de behandeling ter terechtzitting aan de verdachte kunnen worden opgelegd
- Titel VII, VIII, IX: bijzondere bepalingen over de bevoegdheid en samenstelling van
speciale economische strafkamers en de berechting in eerste aanleg en appel
§2.1-2.2 Het systeem van de WED: de indeling in categorieën
- In 1 en 1a WED worden economische delicten ingedeeld in categorieën.
- In de eerste categorie van zowel 1 als 1a WED bevinden zich de zwaarste
economische delicten. Dat blijkt uit 2 en 6 WED:
o Opzettelijke schending levert altijd een misdrijf op (2 lid 1 WED);