Reclassering literatuur
College 1:
Bijbehorende literatuur:
- De Kok, M., Tigges, L. & Van Kalmthout, A. (2020). Probation in
Europe – The Netherlands. In A. van Kalmthout en I. Durnescu (red.),
Probation in Europe. Utrecht: Confederation of European Probation.
Alleen hoofdstuk 1 t/m 4.4. (zie PDF op Canvas)
- Raad van State (2025). Advies over initiatiefwetsvoorstel ‘Slimmer
Straffen’. Publicatiedatum 22 december 2025. Alleen pagina 1 tot en
met 6. (zie PDF op Canvas)
Probation in Europe – The Netherlands.
Introductie
Reclassering Nederland:
Lange geschiedenis van bijna 200 jaar
Reclasseringswerk wordt uitgevoerd door drie private organisaties
met ieder een eigen Raad van Toezicht
o Opereren zelfstandig maar Ministerie van Justitie en Veiligheid
zijn politiek verantwoordelijk en worden bijna volledig door dit
ministerie gefinancierd
Richt zich voornamelijk op volwassen strafrechtelijke daders
o Voor jongeren aparte organisatie Raad voor de
Kinderbescherming
o Bij zeer ernstige delicten kunnen 16-18 jarigen toch door
volwassenreclassering worden begeleid.
Reclassering is actief in alle fasen van het strafproces
o Voorfase t/m tenuitvoerlegging en zelfs vaak na afloop van de
straf
o Continue en stabiele factor binnen strafrechtsketen
Kerntaken:
o Opstellen advies- en rapportages ter ondersteuning van
beslissingen van justitiële autoriteiten
o Uitvoeren van toezicht op straffen, maatregelen en bijzondere
voorwaarden
o Uitvoeren gedragsinterventies/trainingen
o Uitvoeren en begeleiden van taakstraffen
NL heeft relatief laag gevangenisniveau, wat wordt gekoppeld aan
veelvuldig gebruik van taakstraffen en andere dingen die door de
reclassering worden uitgevoerd
Reclassering werkt intensief samen met o.a.:
o Politie, OM, gevangeniswezen, Rad voor Kinderbescherming,
slachtofferhulp, forensische psychiatrie
o Gaat over strategisch beleid en individuele casussen
Reclassering werkt in opdracht van OvJ, rechters en
gevangenispersoneel. Ook gemeenten kunnen opdrachten geven
Ook samenwerking met maatschappelijke organisaties is essentieel
om te werken aan veiligere en inclusievere samenleving
, o Reclassering zet zich samen met gemeenten en
gevangeniswezen in om detentie goed te laten aansluiten op
terugkeer in samenleving daarom wordt reclassering al
betrokken vanaf moment dat iemand gevangenis binnenkomt
Reclasseringsorganisaties:
De structuur va NL reclassering is uniek omdat drie organisaties
reclasseringstaken voor volwassenen uitvoeren:
1. Reclassering Nederland
2. Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering
3. SVG
Worden allemaal financieel ondersteund door Ministerie van Justitie
en Veiligheid maar werken onafhankelijk
De European Probation Rules zijn niet heel bekend bij het uitvoerende
reclasseringspersoneel en worden niet vaak gebruikt als expliciet
referentiekader toch sluiten veel van deze regels goed aan bij de NL
wetgeving en praktijk.
De Inspectie Justitie en Veiligheid:
Controleert de uitvoering van sancties en gebruikt daarbij
verschillende regels waaronder de European Probation Rules als
onderdeel van beoordelingskader
Onderzoekt in hoeverre reclasseringsorganisaties voldoen aan
onderdelen van dit kader
Gaat niet alleen over interne organisatie maar ook over de
ketensamenwerking: hoe de samenwerking met andere instanties in
de praktijk functioneert
Rapporten zijn openbaar en worden aan parlement aangeboden
Historische ontwikkeling:
1823 begin reclassering met de oprichting va de Nederlandsch
Genootschap tot Zedelijke Verbetering der Gevangenen
o Focus lag vooral op omstandigheden in gevangenissen en het
ondersteunen van gedetineerden bij terugkeer naar
samenleving
1886 werd voorwaardelijke invrijheidsstelling ingevoerd
o Daarna ontstonden lokale reclasseringsorganisaties binnen de
religieuze zuilen van de NL samenleving.
o Deze ontvingen voor het eerst overheidssubsidies in 1905
de overheid zag in dat reclasseringswerk noodzakelijk was bij
uitvoering van sancties in maatschappij
o 1910 kreeg dit wettelijke basis met Probation and After-Care
Order (reclasseringsregeling)
1915 invoering van voorwaardelijke straf met voorwaarden
reclassering kreeg er belangrijke taken bij
o Toezicht houden op bijzondere voorwaarden en het opstellen
van informatierapportages/adviezen voor justitiële instanties
, 1970 ‘Identiteitscrisis’ binnen reclassering. Er waren drie
stromingen:
o Stroming die afstand wilde nemen van strafrechtsysteem en
meer richting welzijnswerk wilde
o Stroming die vond dat sterke inbedding in strafrechtelijke
procedures noodzakelijk was
o Een tussenpositie
crisis werd geleidelijk opgelost doordat steeds meer
reclasseringsorganisaties accepteerden dat zij een aantoonbare
bijdrage moesten leveren aan een veiligere samenleving, vooral
terugdringen van recidive en dat het juist vanuit en stevige
positie binnen het strafrechtsysteem moest gebeuren
o Hierbij hoorde ook het leveren van goed onderbouwde
adviesrapporten over hoe reclassering gedrag van daders
positief kan beïnvloeden
1974 bijstand in de voorfase werd opgenomen in WvSv vanaf dat
moment reclassering betrokken in alle fasen van strafprocedure
1989 ook taakstraffen konden worden opgelegd reclassering werd
officiële uitvoerder van deze taakstraffen
1994 Dutch Probation Foundation opgericht
o Ingericht in 10 regio’s
o Doel: bijdragen aan veiligere samenleving
o Leger des Heils en verslavingsreclassering bleven apart
bestaan omdat zij hun eigen identiteit essentieel vonden voor
effectief werken met specifieke doelgroepen
1995 reclassering krijgt opnieuw taak in strafrecht: uitvoering van
elektronisch toezicht
2008 werd een bijzondere leerstoel Reclassering ingesteld aan de
UvA.
Reclassering raakte sterk ingebed in hoger onderwijs
o Probation and Safety (Avans Hogeschool)
o Working with Mandated Clients (Hogeschool Utrecht)
In 2004 startte het Ministerie van Justitie het beleidsprogramma
‘Reducing Redivism’ hierdoor werd een evidence-based
benadering ingevoerd, inclusief het Risk-Needs-Responsivity model.
Dit leidde tot:
o Ontwikkeling en toepassing van risico- en behoefte-
assesments
o Ontwikkeling en uitvoering van gedragsinterventies, die
worden erkend door een onafhankelijke accreditatiecommissie
o Betere samenwerking tussen gevangenissen en reclassering
o Initiatieven om de organisatie en uitvoering van nazorg door
gemeenten te verbeteren
Kernverschuiving:
o Reclasseringswerk werd meer gericht op verminderen van
crimineel gedrag i.p.v. primair het oplossen van persoonlijke
problemen van daders. analyse van crimineel gedrag en
hoe dit kan worden verminderd kwam centraal te staan
, Recente ontwikkelingen: 2008 tot heden
In 2010 introduceerde de Probation Foundation CoSA (Circles of Support
and Accountability) in NL. = een methode om de recidive van
zedendelinquenten te verminderen. Het doel is herhaling te voorkomen
door:
3 tot 5 vrijwilligers die de dader begeleiden
Onder toezicht van een circle coördinator van de Probation
Foundation
o De vrijwilligers bieden enerzijds sociale steun en monitoren
anderzijds risico’s door signalering en toezicht
o Onderzoek laat zien dat CoSA de kans op recidive aanzienlijk
vermindert
Bij zedendelinquenten met middelmatig tot hoog
risicoprofiel is de recidive in 5 jaar 19,1% terwijl dit in NL
bij CoSA-deelnemers 8,8% is.
In 2008 werd ook een nieuw systeem van forensische zorg ingevoerd:
geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en zorg voor mensen met
verstandelijke beperking binnen het strafrechtsysteem
Doelen:
o Voorkomen van recidive
o Leveren van hoogwaardige zorg
Leidde tot Forensic Care Act (2019)
De Probation Foundation is verantwoordelijk voor needs assesment en
plaatsing in forensische zorg en adviseert de rechter over de noodzaak
daarvan.
De drie vormen:
1. Ambulant
2. Klinisch
3. Beschermd wonen
Het Ministerie va Justitie en Veiligheid is verantwoordelijk voor het hele
forensische zorgsysteem, inclusief financiering.
In 2012 werd het TER-team opgericht (terrorisme, extremisme en
radicalisering)
Personen die zich probeerden aan te sluiten bij IS, anderen
rekruteerden voor gewelddadige jihad of terugkeerde uit Syrië/Irak
Ongeveer 1/3 zijn lateral entrants= niet veroordeeld voor terrorisme,
maar tonen tekenen van extremisme of radicalisering
TER effectief 4,4% recidivepercentage
In 2014 meer aandacht voor slachtoffers:
Reclasseringsorganisaties benadrukken het belang van restorative
justice bij het verminderen van recidive en proberen de positie van
slachtoffers beter te integreren in de dagelijkse praktijk
Zowel daders als reclasseringsmedewerkers worden gestimuleerd
om:
o Inzicht te krijgen in impact van delict op slachtoffer
College 1:
Bijbehorende literatuur:
- De Kok, M., Tigges, L. & Van Kalmthout, A. (2020). Probation in
Europe – The Netherlands. In A. van Kalmthout en I. Durnescu (red.),
Probation in Europe. Utrecht: Confederation of European Probation.
Alleen hoofdstuk 1 t/m 4.4. (zie PDF op Canvas)
- Raad van State (2025). Advies over initiatiefwetsvoorstel ‘Slimmer
Straffen’. Publicatiedatum 22 december 2025. Alleen pagina 1 tot en
met 6. (zie PDF op Canvas)
Probation in Europe – The Netherlands.
Introductie
Reclassering Nederland:
Lange geschiedenis van bijna 200 jaar
Reclasseringswerk wordt uitgevoerd door drie private organisaties
met ieder een eigen Raad van Toezicht
o Opereren zelfstandig maar Ministerie van Justitie en Veiligheid
zijn politiek verantwoordelijk en worden bijna volledig door dit
ministerie gefinancierd
Richt zich voornamelijk op volwassen strafrechtelijke daders
o Voor jongeren aparte organisatie Raad voor de
Kinderbescherming
o Bij zeer ernstige delicten kunnen 16-18 jarigen toch door
volwassenreclassering worden begeleid.
Reclassering is actief in alle fasen van het strafproces
o Voorfase t/m tenuitvoerlegging en zelfs vaak na afloop van de
straf
o Continue en stabiele factor binnen strafrechtsketen
Kerntaken:
o Opstellen advies- en rapportages ter ondersteuning van
beslissingen van justitiële autoriteiten
o Uitvoeren van toezicht op straffen, maatregelen en bijzondere
voorwaarden
o Uitvoeren gedragsinterventies/trainingen
o Uitvoeren en begeleiden van taakstraffen
NL heeft relatief laag gevangenisniveau, wat wordt gekoppeld aan
veelvuldig gebruik van taakstraffen en andere dingen die door de
reclassering worden uitgevoerd
Reclassering werkt intensief samen met o.a.:
o Politie, OM, gevangeniswezen, Rad voor Kinderbescherming,
slachtofferhulp, forensische psychiatrie
o Gaat over strategisch beleid en individuele casussen
Reclassering werkt in opdracht van OvJ, rechters en
gevangenispersoneel. Ook gemeenten kunnen opdrachten geven
Ook samenwerking met maatschappelijke organisaties is essentieel
om te werken aan veiligere en inclusievere samenleving
, o Reclassering zet zich samen met gemeenten en
gevangeniswezen in om detentie goed te laten aansluiten op
terugkeer in samenleving daarom wordt reclassering al
betrokken vanaf moment dat iemand gevangenis binnenkomt
Reclasseringsorganisaties:
De structuur va NL reclassering is uniek omdat drie organisaties
reclasseringstaken voor volwassenen uitvoeren:
1. Reclassering Nederland
2. Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering
3. SVG
Worden allemaal financieel ondersteund door Ministerie van Justitie
en Veiligheid maar werken onafhankelijk
De European Probation Rules zijn niet heel bekend bij het uitvoerende
reclasseringspersoneel en worden niet vaak gebruikt als expliciet
referentiekader toch sluiten veel van deze regels goed aan bij de NL
wetgeving en praktijk.
De Inspectie Justitie en Veiligheid:
Controleert de uitvoering van sancties en gebruikt daarbij
verschillende regels waaronder de European Probation Rules als
onderdeel van beoordelingskader
Onderzoekt in hoeverre reclasseringsorganisaties voldoen aan
onderdelen van dit kader
Gaat niet alleen over interne organisatie maar ook over de
ketensamenwerking: hoe de samenwerking met andere instanties in
de praktijk functioneert
Rapporten zijn openbaar en worden aan parlement aangeboden
Historische ontwikkeling:
1823 begin reclassering met de oprichting va de Nederlandsch
Genootschap tot Zedelijke Verbetering der Gevangenen
o Focus lag vooral op omstandigheden in gevangenissen en het
ondersteunen van gedetineerden bij terugkeer naar
samenleving
1886 werd voorwaardelijke invrijheidsstelling ingevoerd
o Daarna ontstonden lokale reclasseringsorganisaties binnen de
religieuze zuilen van de NL samenleving.
o Deze ontvingen voor het eerst overheidssubsidies in 1905
de overheid zag in dat reclasseringswerk noodzakelijk was bij
uitvoering van sancties in maatschappij
o 1910 kreeg dit wettelijke basis met Probation and After-Care
Order (reclasseringsregeling)
1915 invoering van voorwaardelijke straf met voorwaarden
reclassering kreeg er belangrijke taken bij
o Toezicht houden op bijzondere voorwaarden en het opstellen
van informatierapportages/adviezen voor justitiële instanties
, 1970 ‘Identiteitscrisis’ binnen reclassering. Er waren drie
stromingen:
o Stroming die afstand wilde nemen van strafrechtsysteem en
meer richting welzijnswerk wilde
o Stroming die vond dat sterke inbedding in strafrechtelijke
procedures noodzakelijk was
o Een tussenpositie
crisis werd geleidelijk opgelost doordat steeds meer
reclasseringsorganisaties accepteerden dat zij een aantoonbare
bijdrage moesten leveren aan een veiligere samenleving, vooral
terugdringen van recidive en dat het juist vanuit en stevige
positie binnen het strafrechtsysteem moest gebeuren
o Hierbij hoorde ook het leveren van goed onderbouwde
adviesrapporten over hoe reclassering gedrag van daders
positief kan beïnvloeden
1974 bijstand in de voorfase werd opgenomen in WvSv vanaf dat
moment reclassering betrokken in alle fasen van strafprocedure
1989 ook taakstraffen konden worden opgelegd reclassering werd
officiële uitvoerder van deze taakstraffen
1994 Dutch Probation Foundation opgericht
o Ingericht in 10 regio’s
o Doel: bijdragen aan veiligere samenleving
o Leger des Heils en verslavingsreclassering bleven apart
bestaan omdat zij hun eigen identiteit essentieel vonden voor
effectief werken met specifieke doelgroepen
1995 reclassering krijgt opnieuw taak in strafrecht: uitvoering van
elektronisch toezicht
2008 werd een bijzondere leerstoel Reclassering ingesteld aan de
UvA.
Reclassering raakte sterk ingebed in hoger onderwijs
o Probation and Safety (Avans Hogeschool)
o Working with Mandated Clients (Hogeschool Utrecht)
In 2004 startte het Ministerie van Justitie het beleidsprogramma
‘Reducing Redivism’ hierdoor werd een evidence-based
benadering ingevoerd, inclusief het Risk-Needs-Responsivity model.
Dit leidde tot:
o Ontwikkeling en toepassing van risico- en behoefte-
assesments
o Ontwikkeling en uitvoering van gedragsinterventies, die
worden erkend door een onafhankelijke accreditatiecommissie
o Betere samenwerking tussen gevangenissen en reclassering
o Initiatieven om de organisatie en uitvoering van nazorg door
gemeenten te verbeteren
Kernverschuiving:
o Reclasseringswerk werd meer gericht op verminderen van
crimineel gedrag i.p.v. primair het oplossen van persoonlijke
problemen van daders. analyse van crimineel gedrag en
hoe dit kan worden verminderd kwam centraal te staan
, Recente ontwikkelingen: 2008 tot heden
In 2010 introduceerde de Probation Foundation CoSA (Circles of Support
and Accountability) in NL. = een methode om de recidive van
zedendelinquenten te verminderen. Het doel is herhaling te voorkomen
door:
3 tot 5 vrijwilligers die de dader begeleiden
Onder toezicht van een circle coördinator van de Probation
Foundation
o De vrijwilligers bieden enerzijds sociale steun en monitoren
anderzijds risico’s door signalering en toezicht
o Onderzoek laat zien dat CoSA de kans op recidive aanzienlijk
vermindert
Bij zedendelinquenten met middelmatig tot hoog
risicoprofiel is de recidive in 5 jaar 19,1% terwijl dit in NL
bij CoSA-deelnemers 8,8% is.
In 2008 werd ook een nieuw systeem van forensische zorg ingevoerd:
geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en zorg voor mensen met
verstandelijke beperking binnen het strafrechtsysteem
Doelen:
o Voorkomen van recidive
o Leveren van hoogwaardige zorg
Leidde tot Forensic Care Act (2019)
De Probation Foundation is verantwoordelijk voor needs assesment en
plaatsing in forensische zorg en adviseert de rechter over de noodzaak
daarvan.
De drie vormen:
1. Ambulant
2. Klinisch
3. Beschermd wonen
Het Ministerie va Justitie en Veiligheid is verantwoordelijk voor het hele
forensische zorgsysteem, inclusief financiering.
In 2012 werd het TER-team opgericht (terrorisme, extremisme en
radicalisering)
Personen die zich probeerden aan te sluiten bij IS, anderen
rekruteerden voor gewelddadige jihad of terugkeerde uit Syrië/Irak
Ongeveer 1/3 zijn lateral entrants= niet veroordeeld voor terrorisme,
maar tonen tekenen van extremisme of radicalisering
TER effectief 4,4% recidivepercentage
In 2014 meer aandacht voor slachtoffers:
Reclasseringsorganisaties benadrukken het belang van restorative
justice bij het verminderen van recidive en proberen de positie van
slachtoffers beter te integreren in de dagelijkse praktijk
Zowel daders als reclasseringsmedewerkers worden gestimuleerd
om:
o Inzicht te krijgen in impact van delict op slachtoffer