Hoofdstuk 1: Hoe leidt geslachtsgemeenschap tot een nieuwe mens?
1. Wat betekent geslachtsgemeenschap
Doel van geslachtsgemeenschap = voortplanting meiose = genetische variatie
• Voortplanting zorgt voor:
o Overleven van de soort
o Voortbestaan van de soort
→ gebeurt grotendeels instinctief
De mens is de enige soort die hier bewust over kan nadenken→ bewuste of onbewuste keuze
Heel de natuur is gericht op voortplanting
Darwin → evolutietheorie
Boek: Seksuele selectie: mannen ontwikkelen verschillende manieren om vrouwen aan te trekken
Voorbeelden
vb. 1: vrouwtje scheidt chemische stoffen af → mannetje aangetrokken
Vrouwtje eet hoofd van mannetje op → zaadlozing
vb. 2: krabbensoort zwaait om vrouwtje te lokken
Robotkrab (snel/traag) → Kijkt hoe andere krabben zich gedragen
Concurrentie → agressie → robot kapot door strijd
→ vrouwtjes kiezen partner
Man
Zaadcellen worden gemaakt in de teelballen
Opslag van zaadcellen in bijbal (± 4 weken) → geen sperma, wel naakte spermacellen/ spermatozoïden
pH
• Vagina: zuur (pH ± 4)
• Naakte zaadcellen sterven in zure omgeving
Bescherming van zaadcellen
• Via zaadleider en urineleider
• Toevoeging van vocht door 3 klieren:
o Zaadblaasjes
o Prostaat (sluit urine af van zaadleider)
o Klieren van Cowper
Voordelen van zaadcellen (omhult in bepaald vocht)
1. Bescherming tegen zure vagina
2. Suikers in vocht → extra energie voor zaadcellen
Vrouw
Vagina is rekbaar
Zaadcellen komen in vaginale omgeving terecht
Problemen voor zaadcellen
1. Buiten het lichaam → verlies functie
2. Eicel ligt helemaal aan het einde (= begin van de eileider)
Obstakels
1. Naar binnen geraken
2. Door baarmoederhals (cervix) met slijmlaag
3. Door baarmoeder → immuniteitsreactie
4. Door volledige eileider
, 2. Wat gebeurt er tijdens de geslachtsgemeenschap in het lichaam?
2.1. De geslachtsgemeenschap
Hoe worden zaadcellen gemaakt?
• Zaadcellen worden gevormd via meiose
• Spermatogenese = productie van zaadcellen → continu proces vanaf de puberteit
• Zaadcellen worden gemaakt in de teelballen en opgeslagen in de bijbal
• Sperma wordt pas later gevormd (bij toevoeging van klierstoffen)
• In elke teelbal zitten ± 0,5 miljoen zaadbuisjes
• In de zaadbuisjes ontstaan zaadcellen
Proces
• Kiemcellen (2n) → oercellen
→ meiose I
→ meiose II
→ spermatiden (n)
→ spermatozoïden (n)
• Kiemcellen blijven zich door mitose delen → voortdurende vernieuwing
• Bij mannen: voortdurende productie
• Bij vrouwen: vaste voorraad eicellen (geen bijmaak)
Vormverandering
• Geen verdere deling
• Hervorming tot echte zaadcel:
o Kop: kern met DNA
o Staart: beweging
• Rijping en afronding gebeurt in de bijbal (kijk van buiten naar binnen)
Oögenese: productie van eicellen
Voor de geboorte
• In de eierstokken (vol met eitjes → daarin ontstaan kiemellen 2n)
• Veel kleine eicellen (kiemcellen 2n)
• Vermenigvuldiging/deling door mitose
• Start meiose I
• Kiemcellen in profase I:
o Homologe chromosomen vormen tetraden
o Crossing-over
• Meiose stopt → rust tot puberteit
• Vorming van primaire oöcyten (eicellen)
• Elke eicel zit vast in een primaire follikel
• 1–2 miljoen eicellen → ± 80% sterft af (1,5 miljoen) vóór puberteit (doorheen die 12 jaar)
Vanaf puberteit
• Gemiddeld 1 eicel per cyclus
• Ongeveer 400 eicellen in een heel leven
• Primaire follikel = eicel met kern + follikelcellen (laag cellen)
Functies van de follikel
1. Bescherming en voeding van de eicel (eicel nooit alleen)
2. Continue productie van hormonen
→ 1 + 2 = primaire, secundaire en tertiaire follikels
Menstruatiecyclus (± 28 dagen)
Hormonen
1. Hersenen (hypofyse): FSH en LH
2. Eierstokken: oestrogeen en progesteron
Algemene regeling menstruatiecyclus
• Kiemcellen stoppen in profase I en vormen samen met follikelcellen primaire eicellen in primaire
follikels.