Diagnostiek en therapie
Na het afronden van deze cursus kun je
de verschillende stappen, doelstellingen en handelingen behorende bij de diagnostische
cyclus benoemen, en aangeven hoe diagnostiek van psychische klachten aan de hand van de
diagnostische cyclus in de praktijk wordt gebracht
aangeven wat indicatiestelling betekent, factoren benoemen die van invloed kunnen zijn op
indicatiestelling en relevante aandachtspunten bij indicatiestelling benoemen
aangeven wat de verschillen zijn tussen de stoornisspecifieke en transdiagnostische
benadering en transdiagnostische factoren en interventies benoemen
de rationale en kenmerken van een aantal veelgebruikte behandelbenaderingen benoemen,
aangeven hoe diagnostiek, indicatiestelling en behandeling vanuit deze benaderingen
verlopen, en de hierbij relevante aandachtspunten benoemen
voor een breed scala aan psychische stoornissen de criteria, klinische presentaties en
veronderstelde mechanismen benoemen, alsmede de aandachtspunten hierbij, en aangeven
welke methoden en instrumenten bij deze stoornissen bijdragen aan de beschrijvende en
verklarende diagnostiek
voor een breed scala aan psychische stoornissen passende behandelingen benoemen, de
effectiviteit van deze behandelingen benoemen, aangeven op welke mechanismen deze
behandelingen aangrijpen en benoemen hoe, en door welke specifieke interventies dit
gebeurt
een beeld schetsen van het vóórkomen van suïcidaal gedrag bij verschillende vormen van
psychopathologie en verklaringen, risicofactoren en beschermingsfactoren benoemen
aangeven hoe diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag op een adequate wijze wordt
toegepast en de inhoud van de Multidisciplinaire richtlijn diagnostiek en behandeling van
suïcidaal gedrag benoemen.
de vier basisprincipes uit de beroepscode voor psychologen van het NIP (versie 2015)
benoemen en deze beroepscode adequaat toepassen op een eenvoudige casus over een
klinisch werkend psycholoog
aangeven hoe behandeling van klachten bij NIP en BIG verloopt.
,Deel 1 – Kadering van diagnostiek en behandeling
1. Psychodiagnostiek
Aangeven hoe wetenschappelijk verantwoord psychodiagnostisch onderzoek met de diagnostische
cyclus in de praktijk kan worden gebracht
De psycholoog heeft verschillende instrumenten tot zijn beschikking om vragen te beantwoorden hoe
het komt dat de cliënt, in deze situatie, klachten ervaart.
1. Onderzoeksgesprekken
2. (gedrags)Observaties
3. Psychologische tests en vragenlijsten.
De kern van psychodiagnostiek is integratie van deze bronnen om antwoorden op onderzoeksvragen
te krijgen; factoren in de persoon, in het gedrag en in de omgeving worden daarbij in samenhang
beschouwd.
De rol van psychodiagnostiek
Vaak leveren het onderzoeksgesprek en (gedrags)observaties al voldoende informatie om een
behandeling te starten. Soms is echter aanvullend onderzoek nodig om de context en de achtergrond
van de klachten en problemen beter te kunnen plaatsen of de juiste behandeling te starten.
Stepped-care model: afhankelijk van de ernst en de hardnekkigheid van de klachten kan worden
gekozen voor een meer uitgebreid psychodiagnostisch onderzoek.
- Klachten of problemen zijn vermoedelijk toe te schrijven aan intelligentie,
ontwikkelingsproblematiek, persoonlijkheidskenmerken of cognitief (dis)functioneren.
- Een cliënt heeft al meerdere (psychologische) behandelingen gevolgd zonder resultaat.
- Een cliënt lijkt gebaat te zijn bij een langer durende of intensievere behandeling vanwege
persoonlijkheidsproblematiek die tijdens de behandeling zichtbaar is geworden.
Bij psychodiagnostiek staat het opstellen en toetsen van verklarende hypothesen centraal: willen
begrijpen welke interne psychische processen en omgevingsinvloeden ten grondslag liggen aan de
klachten en problemen van de cliënt.
Als duidelijk is welke factoren een rol spelen in de problematiek, leidt dit tot een weloverwogen
indicatiestelling.
Bij het onderzoek hanteert de psychodiagnosticus de empirische cyclus: op basis van vermoedens van
hoe het probleem verklaard kan worden, ontwerpt hij hypothesen, toetst deze en bouwt zo kennis op
(omdat hypothesen worden aangenomen of verworpen).
De diagnostische cyclus
De verschillende stappen van de diagnostische cyclus benoemen
De doelen, vragen en handelingen bij de verschillende stappen van de diagnostische cyclus
benoemen.
De diagnostische cyclus bestaat uit vier stappen die elkaar volgen en op iteratieve wijze de informatie
uit de voorgaande stappen gebruiken of teruggaan naar een eerdere stap als er informatie ontbreekt
of niet blijkt te kloppen.
Klachtenanalyse (wat is de vraag?)
- Wat is de aanleiding om onderzoek aan te vragen?
- Wat verwacht de aanvrager van het onderzoek?
- Wat is de hulpvraag van de cliënt?
,Psychodiagnostisch onderzoek begint met een aanmelding, waarin aangegeven wordt wat de
aanleiding voor de verwijzing is en wat de onderzoeksvraag of hulpvraag van de cliënt is. Waarom
zoekt de cliënt juist nu hulp? Wat is het doel van het onderzoek vanuit het perspectief van de cliënt?
Bij de klachtenanalyse zal de onderzoeker ook het dossier raadplegen.
De klachtenanalyse volgt op de aanmelding en leidt tot een verhelderende diagnose; de kaders
waarbinnen (psycho)diagnostisch onderzoek kan plaatsvinden, zijn nu bekend.
Probleemanalyse: wat is het probleem?
- Welke symptomen zijn er zichtbaar en hoe ernstig zijn deze?
- Welke informatie is er al bekend over het probleem?
- Hoe ervaren cliënten en de omgeving van cliënt het probleem?
- Hoe kunnen de symptomen worden geclassificeerd?
- Welke theorie zou mogelijk de problematiek kunnen verklaren?
- Welke onderzoeksvragen dienen nader onderzocht te worden?
In de probleemanalyse zal de onderzoeker zijn kennis over psychische problemen toepassen op de
hulpvragen om te begrijpen wat er nu precies aan de hand is.
Om te beginnen zal de onderzoeker een duidelijk beeld moeten krijgen van de situatie en de
belevingswereld van de cliënt, door middel van de anamnese en heteroanamnese.
Gestandaardiseerde klachteninventarisatie
Ter ondersteuning zijn vaak al gegevens vanuit vragenlijstonderzoek (breed screenend op psychische
klachten of specifieke symptoomvragenlijsten), afgenomen in het kader van de intake of als
onderdeel van de Routine Outcome Monitoring (ROM).
Speciële anamnese
- Specifieke klachten in beeld brengen, waarbij het accent ligt op de huidige problemen. Door
te vragen naar luxerende klachten en aanloop van de problemen, zal duidelijk worden wat de
volgorde, aard en ernst is van de problemen en waarom de cliënt nu hulp zoekt voor zijn.
- Interferentie: in welke mate de sociale, relationele en functionele aspecten in het leven
belemmerend worden door de problemen.
- Maatregelen die de cliënt al dan niet genomen heeft en het effect van deze maatregelen
(eerste beeld van het beoordelingsvermogen en ziekte-inzicht).
Als de cliënt meerdere problemen heeft, inventariseert de intaker welk probleem de cliënt als eerste
aan wil pakken tijdens de behandeling.
Psychiatrische anamnese
Het systematisch samenvatten van de psychiatrische (zowel subjectieve als objectieve) symptomen:
- Verschijning en psychomotoriek
- Oriëntatie (in trias)
- Aandacht en geheugen
- Waarneming (hallucinaties, illusionaire vervalsingen?)
- Spraak en denken (tempo, vloeiendheid)
- Stemming en affect
- Persoonlijkheid.
Observaties tijdens de onderzoekgesprekken
- Hoe stevig of kwetsbaar komt de persoon over (wat gebeurt er als spanning wordt
opgevoerd?)
- Hoe gaat de cliënt om met gevoelens
- Hoe komt iemand intellectueel over
- Wat roept iemand op in contact
, - In hoeverre is de cliënt in staat gedragingen te zien als resultaat van eigen gedachten en
gevoelens (mentalisatieniveau).
Biografische anamnese en heteroanamnese
Factoren uit de levensgeschiedenis die de cliënt beschermen of juist ontvankelijk maken voor het
ontwikkelen van psychopathologie. Als bij de ontwikkeling van de problematiek de (vroege) kindertijd
een rol speelt, is betrouwbare informatie vanuit de heteroanamnese belangrijk. Daarnaast brengt de
intaker eventuele life events in kaart en eventuele psychiatrische stoornissen in de familie.
Huidig functioneren
- Hoe geeft de cliënt vorm aan sociale relaties en vrije tijd
- Wat is de maatschappelijke situatie
- Organische, medische factoren.
Beschrijvende diagnostiek
De probleemanalyse leidt tot een diagnose waarin antwoord wordt gegeven op de vraag ‘Wat is het
probleem?’, op basis van symptoomvragenlijsten en de gegevens uit de anamnese, heteroanamnese
en observatie.
- Belangrijkste klachten
- Ernst
- Aanleiding
- Hoe kunnen de klachten begrepen worden op basis van huidige wetenschappelijke kennis
Onderkennende diagnostiek: beschrijving, maar geen verklaring.
Classificatie volgens de DSM-5
Onderdeel van de beschrijvende diagnostiek is de ordening of classificatie van de symptomen:
individueel gedrag (de stoornis) wordt toegewezen aan een categorie of het cluster uit het
classificatiesysteem voor probleemgedrag (DSM-5).
Een gevaar van een snelle procedure (DSM-classificatie op basis van alleen de intake): de classificatie
wordt verheven tot diagnose, waarbij de individuele problematiek, context en betekenis voor de
specifieke cliënt op de achtergrond raakt.
Ook kan het zijn dat er geen eenduidige diagnose gesteld kan worden (bijv. omdat de problematiek
diffuus of ongrijpbaar is). Dan is nadere psychodiagnostiek zinvol.
Verklaringsanalyse: waar komen de klachten vandaan?
- Hoe kunnen de onderzoeksvragen worden geoperationaliseerd?
- Welke hypothesen kunnen worden opgesteld?
- Welke methoden zijn geschikt voor toetsing van de hypothesen?
- Hoe is het onderzoek uitgevoerd?
- Wat zijn de resultaten van het onderzoek?
- Wat is het antwoord op de onderzoeksvragen?
In de verklaringsanalyse is de belangrijkste vraag: waar komen de klachten vandaan? Hoe kunnen we
de klachten verklaren? Hiervoor worden verschillende instrumenten ingezet (deze tests kunnen ook
als onderdeel van de probleemanalyse worden ingezet als het gaat om het onderkennen en
objectiveren van klachten (ernst depressieve stoornis; welke angststoornis).
Onderzoeksvraagstellingen en hypothesen
Hoe kan men de problemen verklaren door zijn persoonlijkheid of gedrag? Welke kenmerken zorgen
ervoor dat de klachten versterkt worden? Is er meer aan de hand dan de beschreven classificatie die