: 3
•••
,
Onderdelen:
• Beeldvorming met ioniserende straling 3
o Straling van binnen 3
o Straling van buiten 4
• Circulatie en respiratie 6
o Circulatie 6
o Respiratie 10
• Energiehuishouding 13
o Glucosemetabolisme 13
o Vetmetabolisme 15
o Aminozuurmetabolisme 15
• Farmacodynamiek 16
o Behandeling 16
o Medicatiekenmerken 16
o Zenuwstelsel 17
o Depressie 18
• Farmacokinetiek 20
o Absorptie 20
o Distributie 21
o Biotransformatie 21
o Excretie 22
• Hormonale huishouding 23
o Endocriene klieren 23
o Somatotrope as 25
o Mammotrope as 26
o Gonadotrope as 26
o Corticotrope as 27
o Thyreotrope as 28
• Spijsvertering 30
o Anatomie en histologie 30
o Werking van spijsvertering 32
o Aandoeningen 34
• Water- en zouthuishouding 37
o Anatomie en histologie 37
o Nierfunctie 38
o Nierproblematiek 40
,2
,Manieren waarop ioniserende straling wordt gebruikt:
• Straling van binnen: een radioactieve stof wordt geïn-
jecteerd en er wordt bekeken waar deze stof zich con-
centreert
• Straling van buiten: er wordt ioniserende straling op het
lichaam gericht, waardoor organen/weefsels zicht-
baar worden
Het vermogen om door materie heen te dringen maakt
straling geschikt voor het afbeelden van interne struc-
turen.
Principes van straling:
• Transmissie: gebruik van een uitwendige stralingsbron, Principes van functionele beeldvorming:
waarbij absorptie (verzwakking) van straling door • Resolutie is beperkt, maar is ook niet nodig om functi-
weefsels wordt gemeten in een uittredende bundel onele kenmerken in beeld te brengen
• Emissie: meten van straling die door het lichaam zelf • Functionele afwijkingen zijn vaak eerder zichtbaar dan
wordt uitgezonden anatomische afwijkingen
• Reflectie: teruggekaatste straling na instraling van bui- • Overzicht van het hele lichaam
tenaf
Soorten weergaven van beeldvorming:
• Projectie: alles is in één keer in beeld gebracht en
’
wordt compleet afgebeeld Ioniserende straling kan gevaarlijk zijn, doordat het stof-
• Reconstructie: meerdere afbeeldingen samenvoegen fen kan ioniseren, waardoor kanker kan ontstaan.
tot één overzicht, bijvoorbeeld een 3D-afbeelding Bij gebruik van ioniserende straling wordt het ALARA-prin-
cipe toegepast; dit staat voor ‘as low as reasonably
achievable’. Er wordt dus geprobeerd de blootstelling
aan ioniserende straling zoveel mogelijk te beperken.
Soorten effecten van ioniserende straling:
• Deterministisch: effecten die zeker optreden bij een
hoge dosis ioniserende straling (≥ 250 mSv)
Soort Betekenis Straling • Stochastisch: effecten die toevallig op kunnen treden,
anatomisch beoordeling van hoe van maar waarop de kans groter wordt naarmate de stra-
organen/weefsels eruit zien buiten lingsdosis groter wordt (0,006% per mSv)
functioneel beoordeling van hoe van Ieder jaar wordt je blootgesteld aan een achtergrond-
organen/weefsels functioneren binnen straling van 2 mSv.
Bij straling van binnen wordt de patiënt met een radioac- • Glucose met 11C (radioactief koolstof): wordt opgeno-
tieve stof (tracer) geïnjecteerd. Hierdoor ontstaat emissie, men door alle weefsels die een snelle stofwisseling
straling afkomstig uit het lichaam. hebben
Voorbeelden van tracers: Voorwaarden waaraan een tracer moet voldoen:
• Jodide: wordt opgenomen door thyroïdtumoren en • Duidelijk contrast in afwijkend weefsel
voor coronaire angiografie • Hoge gevoeligheid: kleine hoeveelheid tracer moet
• Bisfosfanaat: wordt opgenomen door bottumoren detecteerbaar zijn
• Barium: wordt opgenomen door spijsverteringsstelsel • Geschikt voor specifieke vraagstelling
• 18FDG: vergelijkbaar met glucose
3
, De uitgezonden hoeveelheid radioactiviteit wordt geme-
ten. Een blob is een plek in het lichaam waar veel radio-
-
activiteit wordt gemeten. Bij positronemissietomografie (PET) wordt een 3D-recon-
Plekken waar vrijwel altijd een blob aanwezig is: structie gemaakt van gemeten fotonen.
• Blaas: scheidt de tracer meestal uit Werking van PET:
• Injectieplaats • Injectie van een β+-straler
• Hersenen bij glucose: hersenen gebruiken altijd veel • Straling van een positron
glucose (hersentumor kan dus niet met glucose zicht- • Annihilatie: samenkomst van een positron en elektron
baar worden gemaakt) • Vertrek van 2 fotonen in tegengestelde richting
• Coïncidentiedetectie: de PET-scan detecteert 2 foto-
nen met scintillatiedetectoren en ergens op de lijn tus-
sen deze 2 fotonen heeft annihilatie plaatsgevonden
Wanneer de emissie in beeld wordt gebracht, is afhanke- • Back projection: hoe vaker lijnen met elkaar kruizen,
lijk van de halveringstijd van de tracer. hoe groter de tracerconcentratie
Opties voor het in beeld brengen van straling van binnen:
• Gammacamera: 2D-projectie van tracer-concentra-
tie (scintigram)
• PET-scan: 3D-reconstructie van meerdere doorsnedes
van de tracerconcentratie (tomografie)
• SPECT: combinatie van gammacamera en PET-scan
door gammacamera rond patiënt te laten draaien
Beeldvorming Onderdeel Effectieve dosis (mSv)
scintigram nieren 0,5
bot 6
PET hele lichaam 5
De eenheid van PET is SUV (standardised uptake value).
activiteitconcentratie × lichaamsgewicht
SUV =
toegediende activiteit
Onderdelen van een gammacamera:
• Collimator: loodblok met gaatjes dat ervoor zorgt dat De meest gebruikte tracer bij een PET-scan is 18FDG.
alleen protonen die loodrecht zijn uitgezonden wor- Voorwaarden voor goede uitvoering van een 18FDG-PET-
den ontvangen door de meter, zodat de herkomst scan:
van ontvangen protonen altijd duidelijk is • Patiënt moet 4-6 uur nuchter zijn: als patiënt niet nuch-
• NaI-kristal: zendt een lichtflitsje uit als een proton ter is, gaan de darmen actief glucose gebruiken
wordt ontvangen • Diabetespatiënten mogen geen insuline spuiten: bij in-
• Photo multipliers: versterken lichtflitsjes suline spuiten zouden cellen de tracer opnemen
• Computer: projecteert waar lichtflitsjes vandaan zijn • Patiënt mag na 18FDG-injectie niet bewegen: bij spier-
gekomen, waardoor een beeld ontstaat activiteit gaan de spieren glucose gebruiken
Een gammacamera meet de voor- en achterkant van • Omgeving moet warm zijn: bij kou gaat de patiënt ril-
het lichaam, omdat het lichaam een deel van de straling len en is er hierdoor spieractiviteit
al absorbeert, waardoor een groot deel van de straling Tegenwoordig hebben alle PET-scans ook een CT-scan,
niet wordt gemeten als je maar aan één kant meet. waardoor een PET-CT-scan kan worden gemaakt. Met
Met een scintigram kan ook een filmpje worden ge- deze gecombineerde techniek kan functionele informa-
maakt, zodat de ontwikkeling van de aanwezigheid tie afgebeeld worden op een anatomische afbeelding.
van de tracer kan worden bekeken, bijvoorbeeld om te
controleren hoe snel de nieren de tracer uitscheiden.
-
Opties voor het in beeld brengen van straling van binnen: Beeldvorming Onderdeel Effectieve dosis (mSv)
• Röntgenfoto: 2D-projectie van verzwakte röntgenstra- röntgenfoto thorax 0,04
ling schedel 0,1
• CT-scan: 3D-reconstructie van transversale opnames mammae 0,4
van röntgenstraling CT hoofd/hals 2-3
longen 1-16
4
•••
,
Onderdelen:
• Beeldvorming met ioniserende straling 3
o Straling van binnen 3
o Straling van buiten 4
• Circulatie en respiratie 6
o Circulatie 6
o Respiratie 10
• Energiehuishouding 13
o Glucosemetabolisme 13
o Vetmetabolisme 15
o Aminozuurmetabolisme 15
• Farmacodynamiek 16
o Behandeling 16
o Medicatiekenmerken 16
o Zenuwstelsel 17
o Depressie 18
• Farmacokinetiek 20
o Absorptie 20
o Distributie 21
o Biotransformatie 21
o Excretie 22
• Hormonale huishouding 23
o Endocriene klieren 23
o Somatotrope as 25
o Mammotrope as 26
o Gonadotrope as 26
o Corticotrope as 27
o Thyreotrope as 28
• Spijsvertering 30
o Anatomie en histologie 30
o Werking van spijsvertering 32
o Aandoeningen 34
• Water- en zouthuishouding 37
o Anatomie en histologie 37
o Nierfunctie 38
o Nierproblematiek 40
,2
,Manieren waarop ioniserende straling wordt gebruikt:
• Straling van binnen: een radioactieve stof wordt geïn-
jecteerd en er wordt bekeken waar deze stof zich con-
centreert
• Straling van buiten: er wordt ioniserende straling op het
lichaam gericht, waardoor organen/weefsels zicht-
baar worden
Het vermogen om door materie heen te dringen maakt
straling geschikt voor het afbeelden van interne struc-
turen.
Principes van straling:
• Transmissie: gebruik van een uitwendige stralingsbron, Principes van functionele beeldvorming:
waarbij absorptie (verzwakking) van straling door • Resolutie is beperkt, maar is ook niet nodig om functi-
weefsels wordt gemeten in een uittredende bundel onele kenmerken in beeld te brengen
• Emissie: meten van straling die door het lichaam zelf • Functionele afwijkingen zijn vaak eerder zichtbaar dan
wordt uitgezonden anatomische afwijkingen
• Reflectie: teruggekaatste straling na instraling van bui- • Overzicht van het hele lichaam
tenaf
Soorten weergaven van beeldvorming:
• Projectie: alles is in één keer in beeld gebracht en
’
wordt compleet afgebeeld Ioniserende straling kan gevaarlijk zijn, doordat het stof-
• Reconstructie: meerdere afbeeldingen samenvoegen fen kan ioniseren, waardoor kanker kan ontstaan.
tot één overzicht, bijvoorbeeld een 3D-afbeelding Bij gebruik van ioniserende straling wordt het ALARA-prin-
cipe toegepast; dit staat voor ‘as low as reasonably
achievable’. Er wordt dus geprobeerd de blootstelling
aan ioniserende straling zoveel mogelijk te beperken.
Soorten effecten van ioniserende straling:
• Deterministisch: effecten die zeker optreden bij een
hoge dosis ioniserende straling (≥ 250 mSv)
Soort Betekenis Straling • Stochastisch: effecten die toevallig op kunnen treden,
anatomisch beoordeling van hoe van maar waarop de kans groter wordt naarmate de stra-
organen/weefsels eruit zien buiten lingsdosis groter wordt (0,006% per mSv)
functioneel beoordeling van hoe van Ieder jaar wordt je blootgesteld aan een achtergrond-
organen/weefsels functioneren binnen straling van 2 mSv.
Bij straling van binnen wordt de patiënt met een radioac- • Glucose met 11C (radioactief koolstof): wordt opgeno-
tieve stof (tracer) geïnjecteerd. Hierdoor ontstaat emissie, men door alle weefsels die een snelle stofwisseling
straling afkomstig uit het lichaam. hebben
Voorbeelden van tracers: Voorwaarden waaraan een tracer moet voldoen:
• Jodide: wordt opgenomen door thyroïdtumoren en • Duidelijk contrast in afwijkend weefsel
voor coronaire angiografie • Hoge gevoeligheid: kleine hoeveelheid tracer moet
• Bisfosfanaat: wordt opgenomen door bottumoren detecteerbaar zijn
• Barium: wordt opgenomen door spijsverteringsstelsel • Geschikt voor specifieke vraagstelling
• 18FDG: vergelijkbaar met glucose
3
, De uitgezonden hoeveelheid radioactiviteit wordt geme-
ten. Een blob is een plek in het lichaam waar veel radio-
-
activiteit wordt gemeten. Bij positronemissietomografie (PET) wordt een 3D-recon-
Plekken waar vrijwel altijd een blob aanwezig is: structie gemaakt van gemeten fotonen.
• Blaas: scheidt de tracer meestal uit Werking van PET:
• Injectieplaats • Injectie van een β+-straler
• Hersenen bij glucose: hersenen gebruiken altijd veel • Straling van een positron
glucose (hersentumor kan dus niet met glucose zicht- • Annihilatie: samenkomst van een positron en elektron
baar worden gemaakt) • Vertrek van 2 fotonen in tegengestelde richting
• Coïncidentiedetectie: de PET-scan detecteert 2 foto-
nen met scintillatiedetectoren en ergens op de lijn tus-
sen deze 2 fotonen heeft annihilatie plaatsgevonden
Wanneer de emissie in beeld wordt gebracht, is afhanke- • Back projection: hoe vaker lijnen met elkaar kruizen,
lijk van de halveringstijd van de tracer. hoe groter de tracerconcentratie
Opties voor het in beeld brengen van straling van binnen:
• Gammacamera: 2D-projectie van tracer-concentra-
tie (scintigram)
• PET-scan: 3D-reconstructie van meerdere doorsnedes
van de tracerconcentratie (tomografie)
• SPECT: combinatie van gammacamera en PET-scan
door gammacamera rond patiënt te laten draaien
Beeldvorming Onderdeel Effectieve dosis (mSv)
scintigram nieren 0,5
bot 6
PET hele lichaam 5
De eenheid van PET is SUV (standardised uptake value).
activiteitconcentratie × lichaamsgewicht
SUV =
toegediende activiteit
Onderdelen van een gammacamera:
• Collimator: loodblok met gaatjes dat ervoor zorgt dat De meest gebruikte tracer bij een PET-scan is 18FDG.
alleen protonen die loodrecht zijn uitgezonden wor- Voorwaarden voor goede uitvoering van een 18FDG-PET-
den ontvangen door de meter, zodat de herkomst scan:
van ontvangen protonen altijd duidelijk is • Patiënt moet 4-6 uur nuchter zijn: als patiënt niet nuch-
• NaI-kristal: zendt een lichtflitsje uit als een proton ter is, gaan de darmen actief glucose gebruiken
wordt ontvangen • Diabetespatiënten mogen geen insuline spuiten: bij in-
• Photo multipliers: versterken lichtflitsjes suline spuiten zouden cellen de tracer opnemen
• Computer: projecteert waar lichtflitsjes vandaan zijn • Patiënt mag na 18FDG-injectie niet bewegen: bij spier-
gekomen, waardoor een beeld ontstaat activiteit gaan de spieren glucose gebruiken
Een gammacamera meet de voor- en achterkant van • Omgeving moet warm zijn: bij kou gaat de patiënt ril-
het lichaam, omdat het lichaam een deel van de straling len en is er hierdoor spieractiviteit
al absorbeert, waardoor een groot deel van de straling Tegenwoordig hebben alle PET-scans ook een CT-scan,
niet wordt gemeten als je maar aan één kant meet. waardoor een PET-CT-scan kan worden gemaakt. Met
Met een scintigram kan ook een filmpje worden ge- deze gecombineerde techniek kan functionele informa-
maakt, zodat de ontwikkeling van de aanwezigheid tie afgebeeld worden op een anatomische afbeelding.
van de tracer kan worden bekeken, bijvoorbeeld om te
controleren hoe snel de nieren de tracer uitscheiden.
-
Opties voor het in beeld brengen van straling van binnen: Beeldvorming Onderdeel Effectieve dosis (mSv)
• Röntgenfoto: 2D-projectie van verzwakte röntgenstra- röntgenfoto thorax 0,04
ling schedel 0,1
• CT-scan: 3D-reconstructie van transversale opnames mammae 0,4
van röntgenstraling CT hoofd/hals 2-3
longen 1-16
4