: 4
•••
,
Onderdelen:
• Immuunsysteem als netwerk 3
o Afweer 3
o Lymfatisch weefsel 5
o Hematopoëse 8
• Stranger danger 11
o Cellulaire component 11
o Oplosbare component 13
• Micro-organismen en antimicrobiële therapie 16
o Infectie 16
o Soorten verwekkers 17
o Diagnostiek 19
o Antibiotica 20
o Specifieke verwekkers 22
• Schade en herstel 24
o Schade 24
o Herstel 25
• Sturing van de immuunrespons 26
o Immunotherapie 26
o Immunisatie 28
• Balans 29
o Hyperreactiviteit 29
o Hyporeactiviteit 32
,2
,Het immuunsysteem reageert op pathogenen, lichaams- Lagen van de huid:
vreemde micro-organismen en andere deeltjes die • Epidermis: opperhuid
schade kunnen veroorzaken. Als een pathogeen het li- o Keratinocyten: levende opperhuidcellen verbon-
chaam binnendringt, is er sprake van een infectie. De re- den door tight junctions
actie van het immuunsysteem op een infectie veroor- o Corneocyten: dode huidcellen (bovenste laag)
zaakt inflammatie (ontsteking). met als fysieke barrière keratine in het cytoplasma
Signaal Betekenis Oorzaak en lipiden tussen de cellen
rubor roodheid extra bloedtoevoer • Dermis: lederhuid
calor warmte extra bloedtoevoer • Subcutane vetlaag
tumor zwelling meer vocht in weefsels De huid en mucosa bevatten allebei cellen van het aan-
dolor pijn prikkeling van zenuwen geboren en verworven immuunsysteem. De mucosa be-
functio functie- weefselschade (bij vat daarbij actieve macrofagen zonder inflammatie.
laesa verlies vergevorderd stadium) Als de eerste barrière gepasseerd is, is de afweerreactie
Het immuunsysteem is een dynamisch systeem. Verplaat- afhankelijk van het soort pathogenen.
sing van een bloedvat naar het weefsel of de lymfe vindt Intracellulair Extracellulair
plaats via de celadhesiecascade. Patho- virussen en enkele bacteriën, schimmels
Stoffen van belang bij migratie van afweercellen: genen bacteriën en parasieten
• Selectine: zorgt voor afremming van afweercel langs Afweer- gastheercel moet direct contact met
endotheek reactie dood voor contact oplosbare factoren
• Integrine: maakt passage van afweercel tussen endo- met immuunsysteem van immuunsysteem
theelcellen door mogelijk
Soorten immuunsystemen:
• Aangeboren: snel, maar aspecifiek Soorten cellen van het aangeboren afweersysteem:
• Verworven: komt trager op gang, maar is heel speci- • Fagocyten: cellen die pathogenen vernietigen door
fiek voor pathogenen en heeft geheugenfunctie het geheel te verteren
o Macrofagen (ontstaan uit monocyten): cellen die
celresten fagocyteren, cytokines uitscheiden en
het complementsysteem hiermee activeren
o Dendritische cellen (DC): cellen die pathogenen
fagocyteren en peptiden hiervan presenteren, zo-
dat een verworven immuunreactie wordt gestart
o Granulocyten:
▪ Neutrofiel: bestrijden bacteriële infecties met
waterstofperoxide en sterven op plaats van in-
De eerste barrière voor de pathogenen is de huid en de
fectie, waarbij pus ontstaat
mucosa van de digestieve, respiratoire en urogenitale
▪ Basofiel: bevat histamine/heparine voor allergi-
wegen.
sche reacties (een basofiele granulocyt is een
Huid Darmen Longen Ogen
mestcel als deze zich in de weefsels bevindt)
en neus
▪ Eosinofiel: bestrijden parasitaire infecties
Mecha- epitheelcellen met tight junctions
• Natural killercellen (NK-cellen): cellen die geïnfec-
nisch longitudinale lucht- en mucus-
teerde lichaamscellen of tumorcellen vernietigen
vloeistofstroom stroom
door cilia door herkenning van antistoffen aan Fc-receptoren
Chemisch vetzuren laag pH en long- lysosy- Dendritische cellen herkennen pathogenen door middel
enzymen surfactant men van pattern recognition receptors (PRRs), zoals toll-like re-
antibacteriële peptiden ceptors (TLR).
Micro- normale bacteriële flora Soorten moleculaire patronen die TLRs binden:
biologisch (darmen: microbioom) • Pathogeengeassocieerde moleculaire pathogenen
(PAMPs): aanwezig op pathogenen
3
, • Danger associated molecular patterns (DAMPs): aan-
wezig op beschadigde lichaamscellen
Er zijn verschillende soorten dendritische cellen.
Soort Functie Taken
imma- opname en fagocytose van fagocytose
tuur allerlei antigenen
matuur pathogeen is herkend en pre- migratie en
Het verworven afweersysteem wordt geactiveerd via an-
senteert antigenen aan T-cellen presentatie
tigeenpresentatie met MHC-moleculen door dendriti-
sche cellen in de lymfeklieren.
Soorten MHC-moleculen:
• MHC-I: presenteert intracellulaire eiwitten aan cyto-
toxische T-cellen (CD8+)
• MHC-II: presenteert eiwitten die afkomstig zijn van een
extracellulair antigeen aan T-helpercellen (CD4+)
- Soms is het nodig om zowel CD8+- als CD4+-cellen te ac-
tiveren. Dan is cross-presentatie, presentatie van extra-
cellulaire eiwitten op MHC-I, mogelijk.
Behalve antigeenpresentatie via een MHC-molecuul is
ook de aanwezigheid van CD80 of CD88 op de dendriti-
sche cel noodzakelijk voor activatie.
Situaties van cellen van het verworven afweersysteem:
• Naïef: niet geactiveerd
Het complementsysteem is de oplosbare component
• Geactiveerd: reageert op aanwezigheid van een spe-
van het aangeboren immuunsysteem. Het bestaat uit ei-
cifiek pathogeen
witten die worden gemaakt in de lever en zich daarna in
Soorten cellen van het verworven afweersysteem:
inactieve vorm (als zomogenen) bevinden in bloed,
• T-lymfocyten:
lymfe en extracellulaire vloeistoffen.
o Cytotoxische T-cellen (CD8+): T-cellen die geïnfec-
Processen onder invloed van complement:
teerde lichaamscellen of pathogenen doden met
• Chemotaxis: inductie van lokale inflammatie
cytotoxinen en cytokinen afscheiden (cellulaire res-
• Opsonisatie: labelen van pathogenen voor betere
pons)
herkenning door fagocyten
o T-helpercellen (CD4+): T-cellen die andere cellen
• Lysis: vernietigen van celmembraan om de cel leeg te
van het immuunsysteem ondersteunen via cytoki-
laten lopen
nes of cel-celcontact
Onderdelen van het complementsysteem:
▪ Th1-cel: activeert macrofagen en cytotoxische
• Chemokines: trekken cellen van het immuunsysteem
T-cellen door productie van cytokinen
aan naar de infectie
▪ Th2-cel: activeert B-cellen tot productie van an-
o C3: wordt afgebroken na activatie
tilichamen en helpt eosinofielen, mestcellen en
▪ C3a (anafylatoxine): trekt fagocyten aan en
basofielen
bindt aan endotheelcellen om de permeabiliteit
▪ Th17-cel: helpen neutrofielen te reageren op ex-
van bloedvaten te verhogen
tracellulaire bacteriële en fungi infecties
▪ C3b: bindt aan complementreceptor 1 (CR1)
o Regulatoire T-cellen (CD25+): T-cellen die de wer-
van een macrofaag en zorgt voor opsonisatie
king van andere T-cellen remmen voor controle
o C5: wordt afgebroken na activatie
van de afweerreactie door TGFβ- en IL10-productie
▪ C5a (anafylatoxine): nodig voor functionaliteit
en binding aan naïeve T-cellen en dendritische cel-
van C3a
len om activatie te voorkomen
▪ C5b: activatie van het membrane attack com-
o T-geheugencellen: T-cellen die bij herhaalde infec-
plex (MAC), wat gramnegatieve bacteriën kan
tie versneld de verworven reactie weer starten
vernietigen door lysis
• B-lymfocyten:
• Cytokines (interleukines): bevorderen celgroei en dif-
o B-geheugencellen: B-cellen die bij herhaalde in-
ferentiatie en stimuleren productie van andere cytoki-
fectie direct tot plasmacellen worden omgezet
nes of chemokines
o Plasmacellen: B-cellen die antistoffen produceren
Opties voor de activatie van het complementsysteem:
(humorale respons)
• Alternatieve route: activatie door met name onderde-
Effecten van activatie van B-lymfocyten:
len van bacteriële membranen en celwanden
• Klonale expansie: heel vaak delen
• Lectineroute: activatie door mannosebindend lectine
• Somatische hypermutatie: differentiatie tot geacti-
wat in het plasma bindt aan het oppervlak van patho-
veerde B-cel die alleen reageert op specifiek anti-
genen en stimuleert afbraak van C3 en het verworven
geen
immuunsysteem
• Affiniteitsmaturatie: alleen B-cellen met hoge affiniteit
• Klassieke route: wordt geactiveerd door binding van
voor het pathogeen overleven
C-reactieve proteïne aan het oppervlak van bacte-
riën en binding van antilichamen aan pathogenen
(activatie via verworven immuunsysteem, dus komt la-
De oplosbare component van het verworven afweersys-
ter op gang)
teem zijn antistoffen, geproduceerd door plasmacellen.
4
•••
,
Onderdelen:
• Immuunsysteem als netwerk 3
o Afweer 3
o Lymfatisch weefsel 5
o Hematopoëse 8
• Stranger danger 11
o Cellulaire component 11
o Oplosbare component 13
• Micro-organismen en antimicrobiële therapie 16
o Infectie 16
o Soorten verwekkers 17
o Diagnostiek 19
o Antibiotica 20
o Specifieke verwekkers 22
• Schade en herstel 24
o Schade 24
o Herstel 25
• Sturing van de immuunrespons 26
o Immunotherapie 26
o Immunisatie 28
• Balans 29
o Hyperreactiviteit 29
o Hyporeactiviteit 32
,2
,Het immuunsysteem reageert op pathogenen, lichaams- Lagen van de huid:
vreemde micro-organismen en andere deeltjes die • Epidermis: opperhuid
schade kunnen veroorzaken. Als een pathogeen het li- o Keratinocyten: levende opperhuidcellen verbon-
chaam binnendringt, is er sprake van een infectie. De re- den door tight junctions
actie van het immuunsysteem op een infectie veroor- o Corneocyten: dode huidcellen (bovenste laag)
zaakt inflammatie (ontsteking). met als fysieke barrière keratine in het cytoplasma
Signaal Betekenis Oorzaak en lipiden tussen de cellen
rubor roodheid extra bloedtoevoer • Dermis: lederhuid
calor warmte extra bloedtoevoer • Subcutane vetlaag
tumor zwelling meer vocht in weefsels De huid en mucosa bevatten allebei cellen van het aan-
dolor pijn prikkeling van zenuwen geboren en verworven immuunsysteem. De mucosa be-
functio functie- weefselschade (bij vat daarbij actieve macrofagen zonder inflammatie.
laesa verlies vergevorderd stadium) Als de eerste barrière gepasseerd is, is de afweerreactie
Het immuunsysteem is een dynamisch systeem. Verplaat- afhankelijk van het soort pathogenen.
sing van een bloedvat naar het weefsel of de lymfe vindt Intracellulair Extracellulair
plaats via de celadhesiecascade. Patho- virussen en enkele bacteriën, schimmels
Stoffen van belang bij migratie van afweercellen: genen bacteriën en parasieten
• Selectine: zorgt voor afremming van afweercel langs Afweer- gastheercel moet direct contact met
endotheek reactie dood voor contact oplosbare factoren
• Integrine: maakt passage van afweercel tussen endo- met immuunsysteem van immuunsysteem
theelcellen door mogelijk
Soorten immuunsystemen:
• Aangeboren: snel, maar aspecifiek Soorten cellen van het aangeboren afweersysteem:
• Verworven: komt trager op gang, maar is heel speci- • Fagocyten: cellen die pathogenen vernietigen door
fiek voor pathogenen en heeft geheugenfunctie het geheel te verteren
o Macrofagen (ontstaan uit monocyten): cellen die
celresten fagocyteren, cytokines uitscheiden en
het complementsysteem hiermee activeren
o Dendritische cellen (DC): cellen die pathogenen
fagocyteren en peptiden hiervan presenteren, zo-
dat een verworven immuunreactie wordt gestart
o Granulocyten:
▪ Neutrofiel: bestrijden bacteriële infecties met
waterstofperoxide en sterven op plaats van in-
De eerste barrière voor de pathogenen is de huid en de
fectie, waarbij pus ontstaat
mucosa van de digestieve, respiratoire en urogenitale
▪ Basofiel: bevat histamine/heparine voor allergi-
wegen.
sche reacties (een basofiele granulocyt is een
Huid Darmen Longen Ogen
mestcel als deze zich in de weefsels bevindt)
en neus
▪ Eosinofiel: bestrijden parasitaire infecties
Mecha- epitheelcellen met tight junctions
• Natural killercellen (NK-cellen): cellen die geïnfec-
nisch longitudinale lucht- en mucus-
teerde lichaamscellen of tumorcellen vernietigen
vloeistofstroom stroom
door cilia door herkenning van antistoffen aan Fc-receptoren
Chemisch vetzuren laag pH en long- lysosy- Dendritische cellen herkennen pathogenen door middel
enzymen surfactant men van pattern recognition receptors (PRRs), zoals toll-like re-
antibacteriële peptiden ceptors (TLR).
Micro- normale bacteriële flora Soorten moleculaire patronen die TLRs binden:
biologisch (darmen: microbioom) • Pathogeengeassocieerde moleculaire pathogenen
(PAMPs): aanwezig op pathogenen
3
, • Danger associated molecular patterns (DAMPs): aan-
wezig op beschadigde lichaamscellen
Er zijn verschillende soorten dendritische cellen.
Soort Functie Taken
imma- opname en fagocytose van fagocytose
tuur allerlei antigenen
matuur pathogeen is herkend en pre- migratie en
Het verworven afweersysteem wordt geactiveerd via an-
senteert antigenen aan T-cellen presentatie
tigeenpresentatie met MHC-moleculen door dendriti-
sche cellen in de lymfeklieren.
Soorten MHC-moleculen:
• MHC-I: presenteert intracellulaire eiwitten aan cyto-
toxische T-cellen (CD8+)
• MHC-II: presenteert eiwitten die afkomstig zijn van een
extracellulair antigeen aan T-helpercellen (CD4+)
- Soms is het nodig om zowel CD8+- als CD4+-cellen te ac-
tiveren. Dan is cross-presentatie, presentatie van extra-
cellulaire eiwitten op MHC-I, mogelijk.
Behalve antigeenpresentatie via een MHC-molecuul is
ook de aanwezigheid van CD80 of CD88 op de dendriti-
sche cel noodzakelijk voor activatie.
Situaties van cellen van het verworven afweersysteem:
• Naïef: niet geactiveerd
Het complementsysteem is de oplosbare component
• Geactiveerd: reageert op aanwezigheid van een spe-
van het aangeboren immuunsysteem. Het bestaat uit ei-
cifiek pathogeen
witten die worden gemaakt in de lever en zich daarna in
Soorten cellen van het verworven afweersysteem:
inactieve vorm (als zomogenen) bevinden in bloed,
• T-lymfocyten:
lymfe en extracellulaire vloeistoffen.
o Cytotoxische T-cellen (CD8+): T-cellen die geïnfec-
Processen onder invloed van complement:
teerde lichaamscellen of pathogenen doden met
• Chemotaxis: inductie van lokale inflammatie
cytotoxinen en cytokinen afscheiden (cellulaire res-
• Opsonisatie: labelen van pathogenen voor betere
pons)
herkenning door fagocyten
o T-helpercellen (CD4+): T-cellen die andere cellen
• Lysis: vernietigen van celmembraan om de cel leeg te
van het immuunsysteem ondersteunen via cytoki-
laten lopen
nes of cel-celcontact
Onderdelen van het complementsysteem:
▪ Th1-cel: activeert macrofagen en cytotoxische
• Chemokines: trekken cellen van het immuunsysteem
T-cellen door productie van cytokinen
aan naar de infectie
▪ Th2-cel: activeert B-cellen tot productie van an-
o C3: wordt afgebroken na activatie
tilichamen en helpt eosinofielen, mestcellen en
▪ C3a (anafylatoxine): trekt fagocyten aan en
basofielen
bindt aan endotheelcellen om de permeabiliteit
▪ Th17-cel: helpen neutrofielen te reageren op ex-
van bloedvaten te verhogen
tracellulaire bacteriële en fungi infecties
▪ C3b: bindt aan complementreceptor 1 (CR1)
o Regulatoire T-cellen (CD25+): T-cellen die de wer-
van een macrofaag en zorgt voor opsonisatie
king van andere T-cellen remmen voor controle
o C5: wordt afgebroken na activatie
van de afweerreactie door TGFβ- en IL10-productie
▪ C5a (anafylatoxine): nodig voor functionaliteit
en binding aan naïeve T-cellen en dendritische cel-
van C3a
len om activatie te voorkomen
▪ C5b: activatie van het membrane attack com-
o T-geheugencellen: T-cellen die bij herhaalde infec-
plex (MAC), wat gramnegatieve bacteriën kan
tie versneld de verworven reactie weer starten
vernietigen door lysis
• B-lymfocyten:
• Cytokines (interleukines): bevorderen celgroei en dif-
o B-geheugencellen: B-cellen die bij herhaalde in-
ferentiatie en stimuleren productie van andere cytoki-
fectie direct tot plasmacellen worden omgezet
nes of chemokines
o Plasmacellen: B-cellen die antistoffen produceren
Opties voor de activatie van het complementsysteem:
(humorale respons)
• Alternatieve route: activatie door met name onderde-
Effecten van activatie van B-lymfocyten:
len van bacteriële membranen en celwanden
• Klonale expansie: heel vaak delen
• Lectineroute: activatie door mannosebindend lectine
• Somatische hypermutatie: differentiatie tot geacti-
wat in het plasma bindt aan het oppervlak van patho-
veerde B-cel die alleen reageert op specifiek anti-
genen en stimuleert afbraak van C3 en het verworven
geen
immuunsysteem
• Affiniteitsmaturatie: alleen B-cellen met hoge affiniteit
• Klassieke route: wordt geactiveerd door binding van
voor het pathogeen overleven
C-reactieve proteïne aan het oppervlak van bacte-
riën en binding van antilichamen aan pathogenen
(activatie via verworven immuunsysteem, dus komt la-
De oplosbare component van het verworven afweersys-
ter op gang)
teem zijn antistoffen, geproduceerd door plasmacellen.
4