Dit is een samenvatting voor het vak Financial accounting 1 van de Hanze hogeschool; Finance &
Control: 2026. Ik zal ingaan op waarderingsgrondslagen, regelgeving, maar ook specifieke
boekhoudkundige behandelingen volgens de Nederlandse wetgeving (Titel 9 BW2) en de Richtlijnen
voor de Jaarverslaggeving (RJ).
,Inhoudsopgave
Financial Accounting:..............................................................................................................................1
Balans:....................................................................................................................................................3
Vaste activa:........................................................................................................................................3
Materiele vaste activa (MVA)..........................................................................................................3
Immateriële vaste activa (IVA)........................................................................................................3
Financiele vaste activa (FVA)...........................................................................................................4
Vlottende activa:.................................................................................................................................4
Voorraden.......................................................................................................................................4
Effecten...........................................................................................................................................5
Liquide middelen............................................................................................................................5
Eigen vermogen:.................................................................................................................................6
Eigen vermogen..............................................................................................................................6
Voorziening.....................................................................................................................................8
Schulden:............................................................................................................................................9
Schulden lang.................................................................................................................................9
Schulden kort..................................................................................................................................9
Niet uit de balans blijkende verplichtingen.......................................................................................10
Vennootschapsbelasting:......................................................................................................................10
Belastinglast = belastingschuld.........................................................................................................11
Tijdelijke verschillen..........................................................................................................................11
Definitieve verschillen.......................................................................................................................12
Onderhanden projecten...................................................................................................................12
Winst en verliesrekening......................................................................................................................14
Personeelsopties:..............................................................................................................................14
Deelnemingen......................................................................................................................................15
Deelneming definitie en criteria......................................................................................................15
Waardering van deelnemingen.........................................................................................................15
Vermogensmutatiemethoden...........................................................................................................16
Jaarrekening en consolidatie................................................................................................................17
Regelgeving.......................................................................................................................................17
Dochtermaatschappij........................................................................................................................17
Tentamenpunten:.............................................................................................................................17
Kasstroomoverzicht:.....................................................................................................................17
Jaarrekening: onderdelen + wettelijke plaats................................................................................18
, Toelichtingsverplichtingen............................................................................................................18
Grootonderhoud: componenten vs voorziening...........................................................................18
Impairment...................................................................................................................................19
Voorziening...................................................................................................................................19
Oefententamen + uitleg........................................................................................................................20
Alle artikelen:........................................................................................................................................36
Balans:
De hoofdindeling (art. 364, gebaseerd op 363.6 en het Besluit Modellen Jaarrekening - BMJ) maakt
onderscheid tussen:
Staffelvorm (verticale vorm) en Scontrovorm (horizontale vorm).
Vaste versus vlottende activa.
Langlopende en kortlopende verplichtingen.
Eigen vermogen.
Vaste activa:
Voor alle vaste activa is een mutatieoverzicht in de toelichting verplicht (art. 368)
Materiele vaste activa (MVA)
Materiële vaste activa zijn de fysieke bedrijfsmiddelen die de onderneming voor lange termijn
gebruikt, zoals gebouwen, machines, transportmiddelen en inventaris. Art. 2:366 BW2 specificeert
deze indeling verder, inclusief activa in uitvoering en niet-bedrijfsgebonden bezittingen.
Bij de opname op de balans worden de aanschaffingskosten (inkoopprijs plus bijkomende kosten)
en voortbrengingskosten (directe kosten) verplicht geactiveerd (art. 2:388 BW2). Optioneel kunnen
hieraan een redelijk deel van de indirecte kosten en rente tijdens de voortbrenging worden
toegevoegd. De waardering gebeurt doorgaans tegen historische kosten (aanschaf/voortbrenging min
afschrijvingen). Waardering tegen actuele waarde is mogelijk, maar minder gangbaar (art. 2:384 lid 1
BW2, BAW art. 7). Een cruciale verplichting is de impairmenttest: bij een boekwaarde die hoger is dan
de realiseerbare waarde (de hoogste van directe opbrengstwaarde of bedrijfswaarde) moet verplicht
worden afgewaardeerd (art. 2:387 lid 3, 4 en 5 BW2).
Immateriële vaste activa (IVA)
Immateriële vaste activa vertegenwoordigen de niet-fysieke, maar duurzame bezittingen die een
economisch voordeel opleveren. Art. 2:365 lid 1 BW2 onderscheidt onder andere emissie- en
oprichtingskosten, ontwikkelingsuitgaven, en diverse rechten van intellectuele eigendom (zoals
octrooien en merken). Ook goodwill, de meerwaarde betaald bij overnames, valt hieronder. Voor
emissie- en ontwikkelingskosten (niet onderzoek) is vaak een wettelijke reserve vereist (art. 2:365 lid
2 BW2).
IVA worden afgeschreven over hun verwachte gebruiksduur. Specifieke afschrijvingstermijnen gelden,
zoals maximaal 5 jaar voor oprichtingskosten en ten hoogste 10 jaar voor goodwill, waarbij de RJ voor
, goodwill een weerlegbaar vermoeden van maximaal 20 jaar hanteert met een jaarlijkse
impairmenttest (art. 2:386 lid 3, 4 BW2). Waardering vindt primair plaats tegen historische kosten.
Actuele waardering is zelden haalbaar vanwege het ontbreken van een actieve markt (BAW art. 6, 7).
Ook voor IVA geldt de impairmentverplichting bij een boekwaarde die de realiseerbare waarde
overschrijdt.
Financiele vaste activa (FVA)
De financiële vaste activa omvatten financiële instrumenten die duurzaam door de onderneming
worden aangehouden. Dit betreft hoofdzakelijk twee typen:
Ten eerste, deelnemingen (RJ Hoofdstuk 16), wat investeringen zijn in aandelen van andere
ondernemingen met als doel duurzame invloed of strategische verbindingen.
Ten tweede, overige financiële vaste activa of duurzame beleggingen (RJ Hoofdstuk 7). Dit zijn
investeringen in effecten (zoals obligaties of niet-strategische aandelen) met het primaire doel directe
financiële opbrengsten te genereren, zonder invloed op de uitgevende instelling.
De waardering van FVA-beleggingen kan geschieden tegen historische kostprijs (art. 2:384 lid 1
BW2), geamortiseerde kostprijs (voor obligaties) of, indien een betrouwbare marktwaarde bestaat,
tegen actuele waarde (art. 2:384 lid 1, 4 BW2; BAW art. 10). Waardeveranderingen bij actuele
waardering kunnen via de herwaarderingsreserve of de winst- en verliesrekening lopen. Tot slot is
ook voor FVA de impairmentregel van toepassing bij een daling van de realiseerbare waarde.
Vlottende activa:
Voorraden
De regelgeving rondom voorraden is cruciaal voor een correcte weergave op de balans. De voorraden
worden ingedeeld volgens artikel 364 lid 3 (algemeen) en 369 (specifiek). De waardering vindt plaats
volgens artikel: 384 lid 1 en 397.2. Hier bij is de minimumwaarderingsregel van toepassing. Vlottende
activa wordt gewaardeerd tegen actuele waarde, indien deze op de balansdatum lager is dan de
verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
De activering van kosten mag volgens artikel 388 tegen de aanschaffingskosten(inkoopprijs en
bijkomende kosten) en voortbrengingskosten (directe kosten verplicht, redelijk deel indirecte kosten).
De tegenstaande waarderingsmethodes zijn(art. 385 lid 2):
FIFO
LIFO
Gemiddelde prijzen
De RJ staat LIFO toe, mits in de toelichting melding wordt gemaakt van de gemiddelde inkoopprijs,
FIFO-waarde of actuele waarde. Het ijzerenvoorraadstelsel is niet toegestaan volgens de RJ.
Het ijzerenvoorraadstelsel is een methode waarbij een bedrijf een bepaalde hoeveelheid voorraad,
de zogenaamde "ijzeren voorraad", altijd op een vaste, lage waarde (vaak de historische kostprijs van
lang geleden) op de balans opneemt. Deze ijzeren voorraad wordt beschouwd als een
minimumvoorraad die nodig is om de bedrijfsvoering in stand te houden, vergelijkbaar met een vast
actief.