M.J. Kroeze & L. Timmerman
9789013062564 | 3e druk, 2013
, Hoofdstuk 1: Ondernemingsvormen
De nv en de bv zijn ondernemingsvormen met groot maatschappelijk gewicht. Zij kennen een
aansprakelijkheidsregime dat voor aandeelhouders en bestuurders mild is. Zij kennen een uitvoerige
wettelijke regeling die op diverse punten vrij dwingend is. De maatschap en de vof (waartoe ook
gerekend wordt de cv) zijn summier en niet zeer dwingend in de wet geregeld. Er bestaat grote
vrijheid om deze rechtsvormen naar eigen inzicht in te richten. De prijs die de vennoten hiervoor
moeten betalen, is dat zij met een nogal streng aansprakelijkheidsregime te maken krijgen. De
vereniging, de stichting en de coöperatie kennen ook een grote vrijheid van inrichting. Deze
rechtsvormen hebben echter als nadeel dat zij nogal wat beperkingen kennen voor hun wijze van
functioneren (winstuitkeringen zijn verboden dan wel er geldt een verplichting om overeenkomsten
met leden af te sluiten). Voor de praktijk van het ondernemingsrecht zijn de combinatievormen,
vooral de groepen, van groot belang.
Casus I
Notariskantoor Van der Vliet houdt een inloopdag voor ondernemers. Tijdens die dag kunnen
ondernemers vragen wat voor hun activiteiten de meest geschikte rechtsvorm is. Als zij daarna
binnen twee maanden die rechtsvorm voor hun activiteiten willen oprichten, krijgen zij korting als zij
van die diensten van notariskantoor Van der Vliet gebruik maken. De jongste, overigens zeer kundige
kandidaat-notaris is belast met de advisering op deze dag. Welke adviezen zou hij in de hieronder
beschreven gevallen hebben gegeven?
Vraag 1
Pieter heeft geen geld. Om wat bij te verdienen, wil hij graag in zijn eentje websites ontwikkelen. Hij
wil geen schulden aangaan. Een computer en de benodigde software heeft hij al.
- Pieter heeft geen geld, dus geen startkapitaal voor een BV en of een NV.
- Pieter werkt in zijn eentje, dus een personenvennootschap komt niet in aanmerking.
- Conclusie: De aangewezen rechtsvorm voor Pieter is de eenmanszaak.
Vraag 2
De heer Janssens heeft een groothandel in medisch geïndiceerde vervoermiddelen (rollators,
elektrische auto’s, rolstoelen). De groothandel wordt gedreven in de vorm van een eenmanszaak. De
drie dochters van Janssens werken in de zaak. Na zijn overlijden wil Janssens de zaak overdoen aan
zijn dochters. Hij weet alleen niet goed hoe hij de zaak over drie personen moet verdelen. Bovendien
zijn de dochters bang voor aansprakelijkheidsrisico’s.
- Aansprakelijkheidsrisico: het uitgangspunt bij de BV is dat de aandeelhouders niet
aansprakelijk zijn voor schulden van de BV (artikel 2:175 lid 1 BW).
- Bij testament kan de heer Janssen bepalen dat elke dochter evenveel aandelen verkrijgt.
- Conclusie: De aangewezen rechtsvorm is de BV.