Levensbeschouwing 1
Afkortingen: levensbeschouwing = LB; werkvormen = WV
10 hoofdstukken:
1) Communicatie (5 blz.) 6) Jodendom (5,5 blz)
2) Basisschema voor leerprocessen in lessen LB (3 blz.) 7) Christendom (2,5 blz.)
3) Symbolen (2,5 blz.) 8) Islam (4 blz.)
4) Rituelen (2,5 blz.) 9) Humanisme (1,5 blz.)
5) Liturgisch-pastoraal jaar (5,5 blz.) 10) Boeddhisme (2,5 blz.)
A) Communicatie
Inhoud:
1) Communicatie = levensnoodzakelijk 4) Voorwaarden voor de LB communicatie
2) Een levensbeschouwelijke basistaal ontwikkelen 5) Een aantal werkvormen in de kijker
3) Ontmoeting tussen 3 ervaringswerelden
1.1. Communicatie = levensnoodzakelijk
o 3x Communiceren met baby’s: 1) Lieve woordjes 2) Lichaamstaal 3) Brabbelen
o 2 voorwaarden voor leren van communicatie: sfeer van geborgenheid + nabijheid
grote participatie van kinderen leren door te participeren belang van vertrouwde band met lk
1.2. Een levensbeschouwelijke basistaal ontwikkelen
= kinderen taal aanreiken om over LB in gesprek te gaan
o Omvat 2 soorten begrippen:
1. Woorden die in dagelijks leven voorkomen: respect, natuur, geboorte, loslaten, kiezen, engagement,…
2. Woorden gelinkt aan levensbeschouwing: profeet, evangelist, Heilige Geest, paradijs, verrijzenis,…
1.3. Ontmoeting tussen 3 ervaringswerelden
= vanuit leerplan opgesteld:
o Communiceren vanuit 3 polen:
‘Woord van God’ = levensbeschouwelijke traditie
Kind & lk: persoonlijke ervaring, opvattingen, gevoelens,
behoeften,…
,1.4. Voorwaarden voor de LB communicatie
Inhoud:
1) Verbale en non-verbale communicatie 3) Ontmoetende leerkrachtstijl
2) Geloof-waardige communicatie
a) Verbale en non-verbale communicatie
Hoofd, hart, handen : allerlei vormen van expressiviteit
o 3 voordelen expressieve werkvormen:
1. ° Verscheidenheid aan verkennings- en verdiepingsmogelijkheden
2. Soms heb je ergens geen woorden voor klank, kleur, gebaar, voorwerp,… kan helpen
3. = differentiatiemogelijkheden: ene leerling verwoordt het liever, andere tekent, zingt, … liever
o 5 voorbeelden van communicatie:
1. Stiltemoment 4. Ritueel
2. Mimiek 5. Godsdiensthoek
3. Voorwerp
b) Geloof-waardige communicatie
= vertrouwen, respect, gelijkwaardigheid
c) Ontmoetende leerkrachtstijl
o 4 aspecten: 1. Respect voor menselijke persoon 3. Responsieve houding van lk
2. Open communicatie 4. Echtheid
o 5x respect voor menselijke persoon:
1. Interesses 4. Ontwikkelingsniveau
2. Gevoelens 5. LB keuze van ouders,…
3. Ervaringen
o Open communicatie: wees als lk gevoelig voor signalen die kind uitzendt
via gerichte vraagstelling proberen de diepere betekenis achter signalen te achterhalen
o Responsieve houding: neem tijd om bij verhaal van kind stil te staan, het te verklaren,…
o Echtheid: overeenkomst tussen wat we denken, zeggen, doen en wat we voelen
1.5. Een aantal werkvormen in de kijker
Inhoud:
1) Werken met beeldmateriaal 4) Theologiseren met kinderen
2) Spontane LB gesprekken 5) Activerende werkvormen
3) Een bijzonder gesprek: filosoferen
a) Werken met beeldmateriaal
o 2 soorten beeldmateriaal: 1. Illustratieve (documentaire) foto’s 2. Symbolische foto’s
,o Doel van illustratieve = documentaire foto’s = verduidelijken hoe iets eruitziet
= objectief materiaal
Vb: bij verhaal over de Herder -> letterlijke schaapsherder tonen
o Wanneer gebruiken? Moeilijk begrip uitleggen
o Valkuil: je kan hiermee onbewust het letterlijke geloof van kinderen stimuleren, wat we net willen vermijden
o Symbolische foto’s = lln w. geprikkeld om na te denken roepen op tot communicatie: iedereen ander idee
-> Kunstenaar/fotograaf toont zijn interpretaties van de werkelijkheid
o 4 momenten in leerproces om beeldmateriaal te gebruiken:
1) Verkennen van beginsituatie: vb. aantal foto’s waaruit ze kunnen kiezen: waar denken ze aan bij ‘Kerstmis’
2) Motiveren: vb. symbolische foto’s die relatie met dierbare uitdrukken welke doet hen denken aan dierbare van hen?
3) Probleem stellen of oplossingen voorleggen: vb. van hoe je conflict kan oplossen,…
4) Terugblikken: vb. na lessenreeks: welke foto’s passen best bij thema? Waarom?
o Je doet 5 dingen met foto: observeren + analyseren + interpreteren + identificeren + actualiseren
o Foto’s bekijken = moment van observeren & analyseren: stilstaan bij foto
- Is er iemand die er iets over wil vertellen
- Wat zie je op het kunstwerk
- Wat druk het kunstwerk volgens jou uit? Waarover gaat het?
o Foto’s interpreteren:
- wie zouden deze personen zijn
- Hoe voelen ze zich? Waarom denk je dat?
- Waarom zou de titel … zijn?
- Aan welke ervaring doet je dit denken?
o Identificeren: inleven & koppelen aan eigen ervaring
o Actualiseren = existentieel verwerken
= toeschouwer legt verband tussen kunstwerk & eigen leven zinvraag staat centraal
b) Spontane LB gesprekken
o 3 stappen: 1) Stilstaan bij ervaring & gevoelens (vb: klein broertje geboren)
2) Dieper ingaan op ervaring & gevoelens: leuk? Belangrijk?
-> Vermijd moraliserende houding
-> in geval van conflict: zoek samen naar oorzaak & oplossing
3) Stiltemoment / zintekstje eraan koppelen (eventueel)
c) Een bijzonder gesprek: filosoferen
Waarom zijn er wolken; waarom is het gras groen; waarom vechten mensen zo veel;…
o 5 onderdelen:
1) Verwondering als basis 4) Aanleiding tot filosoferen
2) Filosoferen is WEL 5) Het filosofisch gesprek
3) Filosoferen is NIET
, o 4x wat het wel is:
1) Gesprekken voeren waarin kinderen erachter proberen komen hoe wereld in elkaar zit
antwoord vinden op vragen
2) Zicht krijgen op zichzelf & wereld
3) Zoeken naar wat mogelijk & zinvol is
4) Leren onderzoeken, definiëren, beschrijven, analyseren, vragen stellen,..
o Thema’s komen vanuit leefwereld van kinderen: gevoelens bespreken + dingen waarnemen
o 3x wat het niet is:
1) Stilstaan bij filosofische tradities & stelsels
2) Direct verwerven van kennis of concrete vaardigheden
3) Een apart vak naast andere leergebieden (= kan overal ingebed zijn)
o Aanleiding: verhaal, cartoon, prent, ervaring, lied, kringgesprek,…
o 4x Wat is een filosofisch gesprek
1) Samen zoeken naar antwoord op vraag
2) Samenwerken is belangrijk, ≠ ‘gelijk krijgen’
3) Begeleider heeft ook geen antwoord
4) Elk idee moet kunnen worden geuit
o 6 stappen:
1) Voorbereiding: concentratie & openheid
2) Aanleiding (vb: laten vertellen over bepaalde tekening)
3) Vraag
4) Poging tot antwoorden: ideeën verzamelen
5) Verschillende ideeën bekijken: doorvragen, geleidelijkheidsprincipe, verbind, kaats bal terug,…
6) Open einde: er is niet 1 juist antwoord
d) Theologiseren met kinderen
Inhoud:
1) Omschrijving 3) Theologiseren van, voor en met kinderen
2) Welke vragen/onderwerpen
OMSCHRIJVING
o Overeenkomst met filosoferen: onderzoekend & ontdekkend tot inzichten, verbanden en betekenis komen
-> met begeleiding lk!
o Verschil met F.: inhoud:
F -> allerlei thema’s: inhoud minder belangrijk
-> doel: leren nadenken & erover in gesprek gaan, argumenteren,…
T: -> religieuze thema’s
-> vertrekpunt = ° voorstelling van God, zich daartoe verhouden & daarrond communiceren
-> doel: persoonlijke betekenisgeving
Afkortingen: levensbeschouwing = LB; werkvormen = WV
10 hoofdstukken:
1) Communicatie (5 blz.) 6) Jodendom (5,5 blz)
2) Basisschema voor leerprocessen in lessen LB (3 blz.) 7) Christendom (2,5 blz.)
3) Symbolen (2,5 blz.) 8) Islam (4 blz.)
4) Rituelen (2,5 blz.) 9) Humanisme (1,5 blz.)
5) Liturgisch-pastoraal jaar (5,5 blz.) 10) Boeddhisme (2,5 blz.)
A) Communicatie
Inhoud:
1) Communicatie = levensnoodzakelijk 4) Voorwaarden voor de LB communicatie
2) Een levensbeschouwelijke basistaal ontwikkelen 5) Een aantal werkvormen in de kijker
3) Ontmoeting tussen 3 ervaringswerelden
1.1. Communicatie = levensnoodzakelijk
o 3x Communiceren met baby’s: 1) Lieve woordjes 2) Lichaamstaal 3) Brabbelen
o 2 voorwaarden voor leren van communicatie: sfeer van geborgenheid + nabijheid
grote participatie van kinderen leren door te participeren belang van vertrouwde band met lk
1.2. Een levensbeschouwelijke basistaal ontwikkelen
= kinderen taal aanreiken om over LB in gesprek te gaan
o Omvat 2 soorten begrippen:
1. Woorden die in dagelijks leven voorkomen: respect, natuur, geboorte, loslaten, kiezen, engagement,…
2. Woorden gelinkt aan levensbeschouwing: profeet, evangelist, Heilige Geest, paradijs, verrijzenis,…
1.3. Ontmoeting tussen 3 ervaringswerelden
= vanuit leerplan opgesteld:
o Communiceren vanuit 3 polen:
‘Woord van God’ = levensbeschouwelijke traditie
Kind & lk: persoonlijke ervaring, opvattingen, gevoelens,
behoeften,…
,1.4. Voorwaarden voor de LB communicatie
Inhoud:
1) Verbale en non-verbale communicatie 3) Ontmoetende leerkrachtstijl
2) Geloof-waardige communicatie
a) Verbale en non-verbale communicatie
Hoofd, hart, handen : allerlei vormen van expressiviteit
o 3 voordelen expressieve werkvormen:
1. ° Verscheidenheid aan verkennings- en verdiepingsmogelijkheden
2. Soms heb je ergens geen woorden voor klank, kleur, gebaar, voorwerp,… kan helpen
3. = differentiatiemogelijkheden: ene leerling verwoordt het liever, andere tekent, zingt, … liever
o 5 voorbeelden van communicatie:
1. Stiltemoment 4. Ritueel
2. Mimiek 5. Godsdiensthoek
3. Voorwerp
b) Geloof-waardige communicatie
= vertrouwen, respect, gelijkwaardigheid
c) Ontmoetende leerkrachtstijl
o 4 aspecten: 1. Respect voor menselijke persoon 3. Responsieve houding van lk
2. Open communicatie 4. Echtheid
o 5x respect voor menselijke persoon:
1. Interesses 4. Ontwikkelingsniveau
2. Gevoelens 5. LB keuze van ouders,…
3. Ervaringen
o Open communicatie: wees als lk gevoelig voor signalen die kind uitzendt
via gerichte vraagstelling proberen de diepere betekenis achter signalen te achterhalen
o Responsieve houding: neem tijd om bij verhaal van kind stil te staan, het te verklaren,…
o Echtheid: overeenkomst tussen wat we denken, zeggen, doen en wat we voelen
1.5. Een aantal werkvormen in de kijker
Inhoud:
1) Werken met beeldmateriaal 4) Theologiseren met kinderen
2) Spontane LB gesprekken 5) Activerende werkvormen
3) Een bijzonder gesprek: filosoferen
a) Werken met beeldmateriaal
o 2 soorten beeldmateriaal: 1. Illustratieve (documentaire) foto’s 2. Symbolische foto’s
,o Doel van illustratieve = documentaire foto’s = verduidelijken hoe iets eruitziet
= objectief materiaal
Vb: bij verhaal over de Herder -> letterlijke schaapsherder tonen
o Wanneer gebruiken? Moeilijk begrip uitleggen
o Valkuil: je kan hiermee onbewust het letterlijke geloof van kinderen stimuleren, wat we net willen vermijden
o Symbolische foto’s = lln w. geprikkeld om na te denken roepen op tot communicatie: iedereen ander idee
-> Kunstenaar/fotograaf toont zijn interpretaties van de werkelijkheid
o 4 momenten in leerproces om beeldmateriaal te gebruiken:
1) Verkennen van beginsituatie: vb. aantal foto’s waaruit ze kunnen kiezen: waar denken ze aan bij ‘Kerstmis’
2) Motiveren: vb. symbolische foto’s die relatie met dierbare uitdrukken welke doet hen denken aan dierbare van hen?
3) Probleem stellen of oplossingen voorleggen: vb. van hoe je conflict kan oplossen,…
4) Terugblikken: vb. na lessenreeks: welke foto’s passen best bij thema? Waarom?
o Je doet 5 dingen met foto: observeren + analyseren + interpreteren + identificeren + actualiseren
o Foto’s bekijken = moment van observeren & analyseren: stilstaan bij foto
- Is er iemand die er iets over wil vertellen
- Wat zie je op het kunstwerk
- Wat druk het kunstwerk volgens jou uit? Waarover gaat het?
o Foto’s interpreteren:
- wie zouden deze personen zijn
- Hoe voelen ze zich? Waarom denk je dat?
- Waarom zou de titel … zijn?
- Aan welke ervaring doet je dit denken?
o Identificeren: inleven & koppelen aan eigen ervaring
o Actualiseren = existentieel verwerken
= toeschouwer legt verband tussen kunstwerk & eigen leven zinvraag staat centraal
b) Spontane LB gesprekken
o 3 stappen: 1) Stilstaan bij ervaring & gevoelens (vb: klein broertje geboren)
2) Dieper ingaan op ervaring & gevoelens: leuk? Belangrijk?
-> Vermijd moraliserende houding
-> in geval van conflict: zoek samen naar oorzaak & oplossing
3) Stiltemoment / zintekstje eraan koppelen (eventueel)
c) Een bijzonder gesprek: filosoferen
Waarom zijn er wolken; waarom is het gras groen; waarom vechten mensen zo veel;…
o 5 onderdelen:
1) Verwondering als basis 4) Aanleiding tot filosoferen
2) Filosoferen is WEL 5) Het filosofisch gesprek
3) Filosoferen is NIET
, o 4x wat het wel is:
1) Gesprekken voeren waarin kinderen erachter proberen komen hoe wereld in elkaar zit
antwoord vinden op vragen
2) Zicht krijgen op zichzelf & wereld
3) Zoeken naar wat mogelijk & zinvol is
4) Leren onderzoeken, definiëren, beschrijven, analyseren, vragen stellen,..
o Thema’s komen vanuit leefwereld van kinderen: gevoelens bespreken + dingen waarnemen
o 3x wat het niet is:
1) Stilstaan bij filosofische tradities & stelsels
2) Direct verwerven van kennis of concrete vaardigheden
3) Een apart vak naast andere leergebieden (= kan overal ingebed zijn)
o Aanleiding: verhaal, cartoon, prent, ervaring, lied, kringgesprek,…
o 4x Wat is een filosofisch gesprek
1) Samen zoeken naar antwoord op vraag
2) Samenwerken is belangrijk, ≠ ‘gelijk krijgen’
3) Begeleider heeft ook geen antwoord
4) Elk idee moet kunnen worden geuit
o 6 stappen:
1) Voorbereiding: concentratie & openheid
2) Aanleiding (vb: laten vertellen over bepaalde tekening)
3) Vraag
4) Poging tot antwoorden: ideeën verzamelen
5) Verschillende ideeën bekijken: doorvragen, geleidelijkheidsprincipe, verbind, kaats bal terug,…
6) Open einde: er is niet 1 juist antwoord
d) Theologiseren met kinderen
Inhoud:
1) Omschrijving 3) Theologiseren van, voor en met kinderen
2) Welke vragen/onderwerpen
OMSCHRIJVING
o Overeenkomst met filosoferen: onderzoekend & ontdekkend tot inzichten, verbanden en betekenis komen
-> met begeleiding lk!
o Verschil met F.: inhoud:
F -> allerlei thema’s: inhoud minder belangrijk
-> doel: leren nadenken & erover in gesprek gaan, argumenteren,…
T: -> religieuze thema’s
-> vertrekpunt = ° voorstelling van God, zich daartoe verhouden & daarrond communiceren
-> doel: persoonlijke betekenisgeving