uitgedrukt in vijfjaarsoverleving, gezonde leefstijl, bescherming huid tegen uv- gericht op preventie, curatieve behandeling,
borst-, long-, prostaat- en dikkedarmkanker.
varieert per type kanker en het straling, bepaalde vaccinaties nazorg, palliatieve en terminale zorg
Risicofactoren zijn: leeftijd; 50% boven de 70, <2%
stadium. bevolkingsonderzoeken; naar een colorectaal-, naast monitoren problemen en bijwerkingen
jonger dan 30, erfelijke factoren, leefstijlfactoren
recidief: terugkomend mamma- en cervixcarcinoom ook psychosociale ondersteuning
(roken, beweging etc), overgewicht, omgevingsfactoren,
terminale zorg: bij korte erfelijkheidsonderzoek lastermeter: schaal, gaat in op lichamelijk,
verminderde afweer
levensverwachting preventieve operatie: bij zorgvragers met emotioneel, praktisch, gezins-, sociale, en
adjuvante: aanvullende behandeling na operatie
bij de vormen komende hst erfelijke aanleg voor mammacarcinoom spirituele problemen
neo-adjuvant: behandeling voorafgaand aan de operatie
Met bloedonderzoek speciale INLEIDING & VERPLEEGKUNDIGE
tumormarkers bepalen. (zoals PROGNOSE PREVENTIE AANDACHTSPUNTEN
RISICOFACTOREN
PSA; prostaat- specifiek
antigeen, en CEA; cercino-
embryonaal antigeen)
verder kijken naar andere
afwijkingen bloed OPERATIE
verwijderen van de kwaadaardige tumor
LABATORIUM-
en indien mogelijk omliggend weefsel,
ONDERZOEK
lymfeklieren en soms metastasen
röntgenonderzoek; zoals mammografie
en computeromografie (CT-scan). beschadigd DNA tumorcellen → geen cel
Diagnostisch onderzoek
magnetic resonance imaging (MRI) RADIOTHERAPIE
groei/mitose. brachyth.; zaadjes; minder
combi positronemissietomograftie (PET) BEELDVORMEND schade. Progtonenth.: nieuw, gerichter
en CT/MRI-scan ONDERZOEK
echografie m.b.v. med; cytostatica (i.v) goede en
Behandeling
CHEMOTHERAPIE
kwaadaardige cellen doden/remen door
microscopisch onderzoek van weefsel beschadigen DNA.
(histologie; biopt) en cellen (cytologie; HISTOLOGIE EN
CYTOLOGIE
KANKER bij tumoren die groeien o.i.v. hormonen;
punctie vocht in tumor/uitstrijkje) nodig HORMOONTHERAPIE
voor vorm kanker. blokkeert (med. of verwijdering produc-
terend orgaan) productie effect hormoon
bapaling stadium kanker; gekoppeld aan
H4
STADIËRING DOELGERICHTE EN remt tumor specifieke eiwitten of
inzet behandeling en verwachte prognose:
IMMUUNTHERAPIE bloedvatgroei. immuuntherapie: versterkt
TNM/G-systeem gebruikt
T: tumor, t1-t4 geeft grootte en mate im.systeem; zelf cellen vernietigen
doorgroei omgeving tumor aan. Tis geeft STAMCEL-
voorstadium zonder invasieve groei aan. TRANSPLANTATIE Na hoge dosis
N: nodus/lymfeklier, N0(niks)-N3 geeft chemo/radiotherapie:
aan of tumor is uitgezaaid naar de lymfe. stamceltransplantatie nodig,
M: metastasen, M0(geen)-M1(wel), omdat bloedcelvorming
aanwezigheid hematogene/ lymfogene wordt onderdrukt.
metastasering. ETIOLOGIE & Stamcellen: eigen voor
G: graad differentiatie, G1 tot G4 PATHIOLOGIE
SYMPTOMEN behandeling (autoloog) of
hoe hoger hoe kwaadaardiger. van donor (allogeen).
mitose zorgt voor verdubbeling DNA, bij foutjes geprogammeerde celdood (apotose). Een
tumor benigne (goed) of maligne (kwaad) ontstaat doordat cellen ongeremd delen. hangen af van plaats, tumorgrootte, doorgroei in/of druk
kanker ontstaat door mutaties (al liggend op DNA of gedurende het leven ontstaan) van op omgeving.
DNA in celkern lichaamscellen en een verstoorde apoptose. bij metastasen kunnen symptomen van verschillende
DNA bevat specifieke genen (proto-oncogenen) die celgroei en mitose bevorderen. de orgaanstelsels optreden
tumorsuppressorgenen gaan celgroei en mitose tegen. algemeen: vermoeidheid ( → door kanker zelf, anemie
vaak proces van jaren. Carcinogenen: kankerverwekkende factoren buiten het lichaam. (gevolg tumor) of behandeling, psychische factoren),
metastasen (uitzaaiingen) ontstaat door invasieve groei, hierbij zijn tumorcellen losgeraakt →
gewichtsverlies ( slikken pijnlijk, vermoeidheid,
en via de lymfe (lymfogeen) of via bloedvaan (hematogeen) verspreid. verhoogd metabolisme) en pijn.
, cor (hart): holle begint met de diastole (bloed stroomt
spier tussen de hart binnen vanuit longen/rest lichaam) Kleine circulatie: longcirculatie: O2
longen en de trekt voortdurend ritmisch
systole: bloed eruit gepompt: 0,8 sec, 75x arm bloed via de arteriae pulmonales
thorax in minuut
samen, kost geen inspanning
naar de longen → in longblaasjes O2
linker- atrioventriculaire kleppen →tussen atria hartritme: sinusritme.
in sinusknoop ontstaan de
opgenomen → via de venae
rechteratrium en
ventrikel
en ventrikels open bij diastole, dicht bij
systole. Valva mitralis: tussen li-at en li- elektrische prikkels.→ pulmonales naar linkeratrium
Grote circulatie: lichaamscirculatie:
myocard - ventr. met 2 slippen. Valva tricuspidalis: verspreiden over de atria en
O2 rijk bloed vanuit li-ventr. Via aorta
tussen re-at en re-ventr. met 3 slippen passeren de annulus fibrisus
endocard -
semilunaire kleppen → tussen ventrikels (AV-knoop) → naar bundel
/arteriën naar lichaam. Via venen O2
pericard
en uitstroomvaten. Valva trunci van His → splitst in li/re tak
arm bloed uit weefsels via de vena
de arteriae
coronariae pulmonalis: tussen re-ventr. en truncus → eindigd in vezels van
cava inferior/superior naar re-atrium.
Septum: scheiding tussen o2 arm (RE)
voorziet het hart pulmonalis. Valva aortae: tussen li-ventr. Purkinje (over gehele
en rijk bloed (LI).
van bloed. en de aorta ventrikelwand)
lichamelijk: huid, halsvenen, KLEINE EN GROTE
DIAGNOSTIEK ALGEMEEN HARTCYCLUS PRIKKELGELEIDING
pulsaties van arterien, CIRCULATIE
onderzoek van hart en
longen, grootte van de lever
en milt, oedemen.
meten: Pols (palpatie arteria radialis) bloeddruk, capillaire refill-tijd CRT (maat voor doorbloeding,
vaak binnen 2 sec.) & enkel-armindex (bij verdenking vernauwing slagaders van de benen, bloeddruk anatomie & fysiologie van het hart
enkels vergeleken met arm).
laboratoriumonderzoek: lipidenspectrium bepaald; triglyceriden, LDL- en HDL-cholesterol gemeten.
bloedonderzoek kan info geven over infarct, dan ook hartenzymen te vinden. Bij verdenking infarct
wordt troponine, creatinekinase, en lactaatdehydrogenase bepaald, deze wordt door hart
aangemaakt bij extra vulling en stimuleert uitscheiding Na+ en water. AANDOENINGEN
functieonderzoek: Ecg: hartfilmpje; elektrische veranderingen. Holterond.: continue ecg-registratie. HART- EN
Ergometrie: inspanningsonderzoek. Looptest: hoe ver iemand max. kan lopen zonder pijn VAATSTELSEL
beenslagaders. bloedsomloop & lymfestelsel
Beeldvormend onderzoek: röntgenonderzoek, X-thorax (grootte hart), CT (hart goed bekijken), MRI
H6
(kleppen/grote slagaders) echocardiografie (vorm/ grootte hart) duplexonderzoek (echografie
combi met doppler, snelheid/ richting bloedstroom) Hartkatheterisatie: kater in arteria
radialis/femoralis ingebracht tot in het hart. Met CAG wordt contrastvloeistof in kransslagader
gespoten, wordt zichtbaar.
anatomie & fysiologie van de bloedvaten
isotopenonderzoek/scintigrafie: met iv. radioactieve deeltjes door bloedding hartspier, stofwisseling
hartspiercellen en ejectiefractie zichtbaar.
BLOEDDRUK
ALGEMEEN
FYSIOLOGIE
3 soorten bloedvaten: arterien, venen en capillairen Bloeddruk/tensie: kracht die bloed uitoefent op wand bloedvat (systole en diastole)
aan binnenkant bekleed met een laag glad endotheel, wanden verschillend. hoeveelheid bloed: hangt af van het hartminuutvolume (slagvolume x hartfrequentie, vaak ca. 5 l/ per min) of de cardiac
arterien: bloed van hart naar organen/weefsels → wanden dik en stevig met output. weerstand bloedvaten: afhankelijk van elasticiteit en diameter.
veel elastisch bindweefsel. vertakt zich tot arteriolen (kleinere diameter, belangrijkste regelmechanismen:
dunnere wanden met circulair gerangschikt glad spierweefsel, door 1. baroreceptorreflex: autonome zenuwstelsel, receptoren in vaatwand aortaboog en art. carotides signaleren signalen
vasoconstrictie en vasodilatatie hoeveelheid bloed/O2 naar weefsels) verandering bloeddruk, geven deze door aan cardiovasculaire centrum →
aanpassing perifere weerstand en
arteriolen vertakt naar capillairen (kleine, smalle vaatjes, 1 laag endotheel, hartfrequentie→ bloeddruk verhoogd →
prikkel verlagen hartfrequentie en vasodilatatie
vindt verwisseling O2, voedingsstoffen, afvalstoffen en CO2 plaats). 2. antidiuretisch hormoon (ADH): gemaakt in hypothalamus, in hypofyse opgeslagen. ADH wordt afgegeven bij een lage
Capillairen is de verbinding tussen arteriolen en venen (via de venulen, venen bloeddruk → vasthouden water door nieren →
toename circulerend volume →
stijging bloeddruk
hebben een dunnere wand, grotere diameter, minder gladde spiercellen, en 3. renine-angiotensine- aldosteronsysteem (RAAS): renine-afgifte leidt via ACE tot de vorming van angiotensine II. Dit
bevat kleppen om terugstroom te voorkomen). hormoon veroorzaakt vasoc. stim. de afgifte van aldosteron →
reabsorbeert Na+ meer vocht → →
bloeddruk verhoogd
, AR T ER I EL E AANDOENI NGEN
- Afwijken arteriën belemmeren de bloedtoevoer naar de weefsels →
ischemie
- Meestal sprake van schade aan het endotheel; de binnenste laag van het bloedvat, hierdoor wordt vat stug en hard waardoor het vat
vernauwd → atherosclerose .
- Soms verzwakt bloedvat, en gaat deze verwijden →
aneurysma.
- Cardiovasculair risicomanagement (CVRM); doel om risico ischemische hart- en vaatziekten te verminderen bij de risicogroepen.
1 . opstellen algemeen risicoprofiel kijken naar kans dat iemand <10 jaar overlijdt aan een cardiovasculair incident).
m.b.v. SCORE systeem: Systematic COronary Risk Evaluation (laag/matig, hoog en zeer hoog risico).
- Preventieve maatregelen: verminderen hypertensie en atherosclerose door risicofactoren te verminderen.
- Medicamenteuze behandeling afhankelijk van het risicoprofiel en onderliggende aandoeningen
- Locatie aangedane arterie zorgt voor specifieke problemen, bijv. CVA of ACS.
Aandoening Risicofactoren Etiologie en/of pathofysiologie Symptomen Diagnostiek Behandeling
- Precieze oorzaak onbekend.
Atherosclerose Waarschijnlijk combinatie van erfelijke Jarenlang asymptomatisch.
- tabel 6.2 Niet te genezen. Doel is verergering voorkomen.
vernauwing arteriën door en niet-erfelijke factoren die processen Klachten ontstaan pas bij ernstige
- Leefstijl belangrijk - Leefstijl: Stoppen met roken, gezonde voeding, bewegen,
vetafzetting aan binnenkant als ontsteking, stolling en vernauwing.
- Leeftijd: Komt stressreductie.
vetmetabolisme beïnvloeden. Afhankelijk van locatie (Tabel 6.4): - Risicoprofiel: Opstellen algemeen
vaker voor naarmate - Medicatie: Behandelen van hoge bloeddruk, hoog
- Proces van tientallen jaren: - Kransslagaders: Pijn op de borst, risicoprofiel hart- en vaatziekten.
men ouder wordt cholesterol en diabetes.
Beschadiging glad endotheel → kortademigheid (AP/Infarct). - Aanvullend: Meestal pas
(eerste tekenen - Specifiek: Behandeling van de specifieke arteriële
ophoping LDL-cholesterol en - Hals/Hersenen: Verlamming, geïndiceerd bij verdenking op
soms al op kinder- aandoening (bv. dotteren bij hart).
ontstekingscellen (fatty streaks) → gevoelsstoornissen (TIA/CVA). specifieke orgaanschade (hart,
leeftijd).
sclerose → vorming atheromateuze - Nieren: Hoge bloeddruk, hersenen, benen) naar aanleiding
- Erfelijke factoren, Prognose: verhoogd risico op overlijden door hart/ vaatziekte.
plaques (verdikkingen met kern van nierinsufficiëntie. van klachten.
vetstofwisseling, Complicaties: infarct (afsluiting), aneurysma (verwijding
vet/cellen en bindweefselkapsel) → - Benen: Koude voeten, slechte
roken, stress, zwakke plek), hypertensie.
plaque groeit → vernauwing vaat Lumen wondgenezing, kramp bij lopen
stollingsproblemen.
→ plaqueruptuur: Kapsel scheurt → (etalagebenen).
trombusvorming → acute afsluiting.
1. Primair (Essentieel): 95% van de
- Hogere leeftijd - Leefstijl: Gezond eten, afvallen, bewegen, stoppen roken
gevallen, geen duidelijke oorzaak. - Zelden klachten, jaren
- Genetisch - Meting: Meerdere metingen - Medicatie (Antihypertensiva):
2. Secundair: Gevolg van nierziekten, onopgemerkt ('stille moordenaar')
- Tekort aan (spreekkamer + ambulant om 1. ACE-remmers (remmen RAAS).
nierarteriestenose, hormoonziekten - Bij langdurig hoge druk: hoofdpijn,
beweging, hoge 'witte-jassenhypertensie' uit te 2. Calciumantagonisten (vatverwijding).
(ziekte van Conn), slaapapneu (OSAS) of duizeligheid, vermoeidheid,
zoutconsumptie, sluiten). 3. Diuretica (verminderen vaatvulling).
Hypertensie medicatie/stoffen (NSAID's, de pil, drop) opvliegers, bloedneuzen.
verzadigd vet, - Lab: Glucose, lipiden, nierfunctie 4. Bètablokkers (remmen sympathicus).
- Arteriën worden minder elastisch. - Hypertensieve crisis (>200/120
hoge bloeddruk (+ 140/90) alcohol, roken,
Door langdurig hoge druk ontstaan mmHg):
(creatinine, eGFR), urine
overgewicht. (albumine) om risico en oorzaak te Complicaties: hart- en vaatziekten (infarct, hartfalen),
atherosclerotische veranderingen en - Hoofdpijn en duizeligheid.
- Sub-Sahara- bepalen. nierschade, retinopathie (oogschade), vasculaire dementie.
zwakke plekken (aneurysma). Het hart - Tekenen orgaanschade: dyspneu,
Afrikaanse - ECG/Echo: Om linkerventrikel- Prognose: adequate behandeling voorkomt meeste
moet tegen hogere weerstand pompen pijn op de borst, verwardheid,
achtergrond. hypertrofie vast te stellen. complicaties en verlengt de levensverwachting.
→ verdikking hartspier (linkerventrikel- braken, visusstoornissen.
- Stress
hypertrofie) → hartfalen.
, AR T ER I EL E AANDOENI NGEN
Aandoening Risicofactoren Etiologie en/of pathofysiologie Symptomen Diagnostiek Behandeling
- Meestal: Atherosclerose in
grote/middelgrote coronairarteriën.
- ECG: Toont verminderde
- Soms: Vaatspasmen
elektrische geleiding door
- Vrouwen: Vaak Microvasculaire Klassiek: Pijnlijk drukkend gevoel op
necrose/ischemie.
Coronarie Disfunctie (MCD) (kleinste de borst. Uitstraling naar Preventie: Gericht op het voorkomen van het aangroeien van
- Bloedonderzoek: Aantonen van
vaatjes werken niet goed, geen linkerschouder/arm en kaken. Bij atherosclerotische plaques door het verminderen van
hartenzymen (zoals troponine) die
Coronaire hartziekten - Algemeen: Komen vernauwing zichtbaar). vrouwen vaak a-typische klachten. beïnvloedbare risicofactoren.
vrijkomen bij celsterfte (necrose)
overeen met - Vernauwing leidt tot myocardischemie
myocardischemie a.g.v. een
risicofactoren voor (zuurstoftekort). Onderscheid:
vernauwing van de arteriële aandoenin- - Ischemie: Ontstaat als zuurstofvraag > - Stabiele AP: Pijn bij
coronairarteriën gen (Tabel 6.2). aanbod (bv. bij inspanning/emoties). inspanning/emoties, verdwijnt in
(kransslagaders minder - Voor vaatspasmen: - Plaqueruptuur: Plaque scheurt → rust (tijdelijke ischemie).
Stress, roken stolling geactiveerd → trombus (stolsel) - Instabiele AP (IAP): Pijn ook in rust,
bloedstroom → minder
(nicotine) en drugs sluit vat (deels) af → acute ischemie gaat niet voorbij (aanhoudende
zuurstof bij myocard) (cocaïne). - Necrose: Bij langdurige afsluiting ischemie, nog geen necrose).
sterven hartspiercellen af (infarcering). - Acuut myocardinfarct (AMI): Acute
AP: tijdelijk ischemie afsluiting met necrose.
ACS: ischemie niet voorbijgaand:
IAP; acuut myocardinfarct
.
IAP; aanhoudende ischemie, geen
necrose.
- Anamnese: Het typische patroon
Typisch:
- Algemeen: Zelfde van klachten bij inspanning is
Meestal atherosclerose (vernauwing) - Drukkend, beklemmend gevoel - Acuut: Nitroglycerine (spray/tablet onder de tong) →
als voor leidend. LO niet afwijkend (RR wel)
van de kransslagaders. achter het borstbeen vaatverwijding.
atherosclerose - ECG: In rust vaak normaal.
- Er is een disbalans tussen (retrosternaal). - Medicatie: Bètablokkers (verlagen zuurstofvraag),
Stabiele angina pectoris (AP) (roken, hypertensie,
zuurstofvraag en -aanbod. - Uitstraling naar linkerarm,
Tijdens aanval of inspannings-ECG
bloedverdunners (acetylsalicylzuur), statines (cholesterol).
DM, cholesterol). (fietstest) zijn tekenen van
tijdelijke pijn op borst door - Bij inspanning heeft het hart meer schouder, kaken, rug of bovenbuik. - Invasief (Reperfusie): Als medicatie niet genoeg werkt →
- Triggers: Fysieke ischemie zichtbaar.
vernauwing coronairarteriën inspanning, heftige
zuurstof nodig, maar de vernauwde - Patroon: Voorspelbaar bij
- Beeldvorming: Stress-echo of
Dotteren (PCI) of Bypassoperatie (CABG).
vaten kunnen dit niet leveren → inspanning, zakt binnen 15 minuten
→ ischemie van myocard emoties/stress, scintigrafie, MRI.
tijdelijke ischemie (tekort) → pijn. af in rust of na medicatie. Prognose: Relatief gunstig (sterfte 1,4% per jaar) zolang het
zware maaltijd, - Coronairangiografie (Hartkath-
In rust daalt de vraag weer en verdwijnt stabiel is. Risico op overgang naar Acuut Coronair Syndroom.
overgang van eterisatie): Om de vernauwingen
de ischemie (en de pijn). Atypisch: Lijkt op maagklachten,
warmte naar kou. exact in beeld te brengen (voor
dyspneu, duizeligheid & moeheid
behandeling).
- LO: observatie, monitoring,
Acuut: Medicatie: Trombocytenaggregatieremmers
- Meestal scheuren van een Typisch (Alarmsymptomen): auscultatie hart en longen,
(acetylsalicylzuur), P2Y12-remmer, nitraten (indien geen
atherosclerotische plaque in de - Drukkende/snoerende pijn op de palpatie thoraxwand
hypotensie), antistollingsmiddelden, pijnstilling, zuurstof (bij
- Algemeen: kransslagader. borst in rust. - ECG: Direct maken! Onderscheid
saturatie <95%), en bètablokkers.
Risicofactoren - Duurt langer dan 15-20 minuten tussen STEMI (spoed-PCI nodig)
Reperfusie (Doorbloeding herstellen):
komen overeen met - Plaqueruptuur → stolling wordt en reageert niet op nitraten. en NSTEMI/IAP.
Acuut coronair syndroom - PCI (Dotteren): Eerste keus bij STEMI (binnen 90 min).
die van geactiveerd → trombus (stolsel) sluit de - Uitstraling naar linkerarm, kaken, - Lab: Troponine (hartenzym). Is
- Trombolyse: Medicamenteus stolsel oplossen (als PCI niet
(ACS) acute, niet atherosclerose arterie geheel of gedeeltelijk af. rug of bovenbuik. verhoogd bij necrose (dus bij
kan, STEMI's langer dan 120 min.).
voorbijgaande ischemie van (roken, hypertensie, - Instabiele AP (IAP): Ernstige ischemie, - Zwakke pulsaties, hartstilstand myocardinfarct), maar normaal bij
- CABG (Bypass): Operatief omleidingen maken, ernstig lijden.
hoog cholesterol, maar nog geen celsterfte (necrose). - Gevoel strakke band rond thorax instabiele AP.
de myocardcellen door acute
diabetes, obesitas, - Myocardinfarct (AMI): Afsluiting leidt - Vegetatief: Zweten, misselijkheid, - CAG (Hartkatheterisatie): Om de
vernauwing; IAP en AMI; Complicaties: VF/VT;
stress). tot necrose (afsterven) van braken, bleek/grauw zien, dyspneu, afsluiting in beeld te brengen en
Ritmestoornissen
instabiele angina pectoris - Specifiek: Diabetes hartspierweefsel. angst en onrust. te behandelen.
hartfalen, ruptuur,
acuut myocardinfarct mellitus geeft
aneurysma.
verhoogd risico op ECG-onderscheid: Atypisch
Prognose hangt af
een 'stil infarct' - STEMI: Totale afsluiting (ST-elevatie) → (Vrouwen/Ouderen/Diabetes):
van handselsnelheid
(zonder pijn). transmuraal infarct. - Maagklachten, onbegrepen
('Time is muscle').
- NSTEMI: Deels afgesloten (geen ST- vermoeidheid, dyspneu of
elevatie) → minder uitgebreid infarct. duizeligheid.
, AR T ER I EL E AANDOENI NGEN
Aandoening Risicofactoren Etiologie en/of pathofysiologie Symptomen Diagnostiek Behandeling
Typisch:
- Claudicatio intermittens:
- Algemeen: Zelfde Pijn/kramp in bil- of beenspieren
als voor - Vernauwing door atherosclerose in tijdens lopen, neemt af in rust.
perifeer arterieel vaatlijden - Enkel-armindex (EAI): Waarde <
atherosclerose arteriën van de ledematen (meestal - Koude voeten, zwakke pulsaties. - Conservatief: Looptraining (onder begeleiding fysio) heeft
0,9 bevestigt PAV.
(PAV) vernauwing van de (familiaire belasting, benen). Vaak distaal van de aorta (bv. in - Huid: Bleek bij heffen been, rood
- Duplexonderzoek: Bepaalt ernst
meeste effect. Leefstijl (stoppen met roken) en
arteriën in de extremiteiten hypercholesterolemi bovenbeen (femoralis), knieholte bij laten hangen. Atrofie, gangreen, voetverzorging.
en plaats vernauwing.
e, leefstijl). (poplitea) onderbeen of voet (tibialis)). verminderde beharing, ulcera. - Medicatie: Antistolling (clopidogrel), cholesterolverlagers,
met ischemie als gevolg → - Specifiek: Roken is - Vernauwing → Ischemie - Verminderde beharing/atrofie.
- Beeldvorming: CT- of MRI-
bloeddrukmedicatie.
pijn, functieverlies, angiografie (met contrast)
een zeer belangrijke (zuurstoftekort) in weefsels → pijn, - Invasief: Bij ernstige vernauwing/acute afsluiting: Dotteren
voorafgaand aan eventuele
weefselversterf. factor. functieverlies en weefselversterf Ernstige ischemie:
operatie.
of Bypassoperatie.
- Vooral mannen (necrose). - Rustpijn (vooral 's nachts).
boven de 60 jaar. - Arteriële ulcera: Pijnlijke, droge
wonden op tenen/hak.
- Gangreen (necrose).
- Zwakke plek in de vaatwand ontstaat
door een combinatie van genetische
factoren, ontstekingsmediatoren en
Beginstadium:
chronische stress (hoge bloeddruk) op
Meestal asymptomatisch (geen
de wand/ door infectie of trauma
- Hogere leeftijd. klachten), vaak toevalsbevinding.
- Door de zwakte verwijdt het bloedvat. - Klein (<5,5 cm): 'Watchful waiting' (jaarlijkse controle) +
- Leefstijl: Roken
Een AAA groeit gemiddeld 10% per jaar. risicofactoren aanpakken (stoppen met roken).
(sterkste factor), Grotere AAA: - Echografie: Vaak gebruikt voor
Hoe groter het aneurysma, hoe dunner - Groot (>5,5 cm) of symptomatisch: Operatief ingrijpen.
hypertensie. - Pijn in buik, rug en flanken. screening en jaarlijkse controle.
Aneurysme - Geslacht: Mannen.
de wand en hoe groter de kans op een
- Pulserende massa voelbaar in de - CT-abdomen/MRI: Bevestigt
1. EVAR (Endovascular Aortic Repair): Stentplaatsing via de
ruptuur (scheuren) → levensbedreigende lies (voorkeur).
abnormale verwijding >50% - Medisch: buik. diagnose en brengt ligging
bloeding in buik/thorax en hersenen. 2. Open chirurgie: Vervangen door vaatprothese (ingrijpend).
van normale diameter in een Atherosclerose,
- AAA; anaurisma van abdominale aorta
- Ruis hoorbaar bij auscultatie. nauwkeurig in beeld (nodig voor
bindweefselaandoen operatieplanning).
arterie . Prognose:
ingen (zoals Bij ruptuur (Acuut): - Angiografie: Soms nodig bij
- Electieve operatie: Goede prognose.
syndroom van - Acute, hevige pijn (buik/rug). plannen van herstel.
- Acute ruptuur: Vaak fataal (slechts 50% overleeft de
Marfan), infectie of - Hemorragische shock (lage
spoedoperatie).
trauma. bloeddruk, snelle pols).
- Verminderde pulsaties in de
benen.
- Primair: Geen bekende oorzaak (vaak
symmetrisch).
- Secundair: Gevolg van ziekte Aanvalsgewijs:
- Leefstijl: Handen beschermen tegen kou, stress vermijden,
(sclerodermie, hypothyreoïdie) of - Scherp begrensde witte
- Medisch: Migraine, stoppen met roken.
medicatie (bètablokkers). verkleuring van vingers/tenen.
positieve - Medicatie: Calciumantagonisten (nifedipine) bij primaire
- Pathofysiologie: Plotselinge - Overgang naar paars (blauw) en - Klinisch beeld: Diagnose wordt
familieanamnese. vorm.
Fenomeen van Raynaud vaatspasmen van arteriën in vervolgens rood. meestal gesteld op grond van de
- Vaker bij vrouwen. - Oorzakelijk: Bij secundaire vorm de onderliggende ziekte
'dode vingers' - Leefstijl: Roken
vingers/tenen als reactie op kou of - Gevoel: Koud, pijnlijk, doof of kenmerkende symptomen en het
behandelen of uitlokkende medicatie stoppen.
stress. Dit zorgt voor: tintelend. verhaal van de patiënt.
geeft een iets
1. Vasoconstrictie → tijdelijke ischemie - Primair: Vrijwel altijd symmetrisch.
grotere kans. Complicaties: Bij secundaire vorm kans op zweertjes,
(wit). - Secundair: Kan asymmetrisch zijn
littekens of gangreen door ernstige ischemie.
2. Hypoxie (paars). (vingers of tenen).
3. Reactief versterkte doorbloeding
(rood).