examen 1 & 2
Examen 1:
Hoofdstuk 1
Begrip Definitie p. nummer
Afgeleide Jou waarneming van 6
observatie hoe anderen zich
gedragen tegenover
jou
Alledaags Voortdurend & 3
observeren ongemerkt
waarnemen,
verwerken &
interpreteren vn
zintuigelijke prikkels
Attributie Automatisch betekenis 6
geeft aan gedrag vn
jezelf & anderen, &
naar verklaring
hiervoor zoekt
Basisgevoelens Signalen met 4
universele betekenis
Bias Vervormd beeld v/d 8
werkelijkheid
Eerste indruk Eerste 5
gedachten/gevoelens
die je hebt over
iemand o.b.v.
allereerste
waarneming
Non-verbaal gedrag Signalen die nt w 4
uitgedrukt in woorden
Paraverbaal gedrag Stemhoogte, ritme & 4
toon
Professioneel Bewust & met 8
observeren doelgericht aandacht
(basisdefintie) door zintuigen
waarnemingsprikkels
in je opnemen &
vakkundig verwerken
Selectiviteit v/d Brein die maar een 7
waarneming deel van beschikbare
zintuigelijke info
, verwerkt
Spiegelneuronen Hersencellen die actief 6
w wnr je observeert.
Spiegelen de
handelingen van
anderen, ookal handel
je zelf niet. Kan ook
gevoelens zijn
Subjectiviteit v/d Waarneming 7
waarneming ondergaat heel wat
vertekeningen
Verbaal gedrag In woorden uitdrukt 4
Waarnemen Opnemen vn prikkels 3
met zintuigen, ook
innerlijke
gewaarwordingen
Zelfobservatie Waarneming vn eigen 6
gedrag & innerlijke
prikkels
Hoofdstuk 2
Begrip Definitie p. nummer
Biased viewpoint- Participerende 26
effect observator slechts
toegang hebt tot deel
v/d situatie of het
gedrag deel waar je
zelf aan deelneemt
Controle effect Datgene dat je wilt 27
observeren, je zelf
actief beïnvloed &
wijzigt
Deductieve Vertaalt gericht 21
denkweg onderliggende
eigenschappen naar
direct waarneembaar
gedrag
Event Kleinste 22
gedragseenheid die op
zich nog een
betekenisvol geheel
vormt
Expliciteren Benoemen & 27
verwoorden vn interne
& externe
waarnemingen
Gewenningsperiode Eerste sessie of deel 30
, daarvan waarin je wel
observeert
waarneming niet
opneemt in
interpretatie
Hypothese Toetsbare 16
verwachting/voorspelli
ng
Inductieve denkweg Vanuit concrete 21
gedrag terug te keren
naar onderliggende
eigenschappen die het
vertegenwoordigt.
Insiderperspectief Waarnemingen 25
waartoe je alleen maar
toegang hebt wnr je er
zelf aan deelneemt
Kwalitatieve Vraag beschrijvend, 32
observatie zonder cijfers ( vaak
vrije en/of
participerende
observaties)
Kwantitatieve Vraag met 32
observatie hoeveelheden
beantwoorden (
systematisch
observeren, meestal
niet-participerend)
Macro-observatie (molaire observatie) 21
Waarneming vn ruime,
betekenisvolle
gedragingen bij
individuen of groepen
Methodologische Noteren vn concrete 28
notities aspecten vn je
observatiekeuze die de
uitkomsten mogelijk
beïnvloeden
Micro-observatie (moleculaire 22
observatie)
waarnemingen vn
eenvoudige, direct
zichtbare gedragingen
Niet-participerend Niet actief deel 28
observeren uitmaken V/h gedrag
waarover je info zoekt
lichamelijk afwezig