SAMENVATTING ALGEMENE
PSYCHOLOGIE
Mona Vertommen
2025-2026
HOGESCHOOL PXL
, 2
Leren en omgeving
Leren = proces waardoor ervaringen een blijvende verandering in gedrag /
cognitieve processen veroorzaken
Instinct Leren
voornamelijk reflexen = Nature Nurture
Instinctief gedrag zit erin vanaf geboorte Alles is leren → geeft ons flexibiliteit
Eenvoudige vormen van leren (= 1 stimulus betrokken):
● Habituatie (= gewenning)
● Mere exposure - effect (= blootstellingseffect)
Uitleg begrippen:
Habituatie = Went steeds meer aan de situatie, reageert er steeds minder op (1
stimulus die zich vaak herhaalt)
Mere exposure – effect = aangeleerde voorkeur voor stimuli waar we al eerder
aan blootgesteld zijn (vb: liedje die we al vaker hebben gehoord waar we aan
gewoon geraken het steeds weer te horen)
Grote verschil tussen de 2:
→ habituatie = leren er niet op reageren
→ Mere exposure: meerdere keren blootgesteld aan stimulus dus krijgen er een
voorkeur voor
Complexe vormen van leren (= meerdere stimuli):
● 2 stimuli met elkaar verbinden
● Handelingen associëren met stimuli (= stimulus-respons-leren / SR leren)
- Klassieke conditionering
- Operante conditionering
Vb van begrippen:
2 stimuli met elkaar verbinden : op school gaat de bel (stimuli 1) we krijgen
pauze (stimuli 2)
→ Verbinden het geluid van de bel met het krijgen van pauze
Handelingen associëren met stimuli: Stimulus wordt gekoppeld aan bepaalde
respons (denk aan Pavlov)
, 3
Interne cognitieve processen (= leren volgens cognitieve psychologie)
Behavioristen vs Cognitief psychologen:
Behavioristen: “Echte wetenschap = wat je aan buitenkant mens kunt zien”
Cognitieve: “Moeten ook kijken naar interne (niet direct zichtbare) processen”
3 grote kernvragen
1. Hoe verklaart klassieke conditionering leren?
Ivan Pavlov (1849 - 1936)
● Fysioloog
● Experimenteerde speekselafscheiding honden
● Per toeval objectief model van leren ontdekt
- Makkelijk te manipuleren in labo’s
- Behavioristisch experiment
= Leermodel klassieke conditionering
Klassieke conditionering
= vorm SR leren waarbij neutrale stimulus vermogen verwerft om dezelfde
aangeboren reflex op te roepen als een andere stimulus die reflex oorspronkelijk
oproept
verwerving:
stap 1) Ongeconditioneerde stimulus UCS
= stimulus die ongeconditioneerde respons oproept
➔ Natuurlijke fenomenen
➔ Hangen geen condities aan
Ongeconditioneerde respons UCR
, 4
= respons die voorafgaand aan verwervingsfase wordt opgeroepen door
ongeconditioneerde stimulus
➔ Natuurlijke fenomenen
➔ Hangen geen condities aan
Verbinding tssn UCS & UCR zit ‘ingebakken’ & bestaat zonder leren
Neutrale stimulus NS
= stimulus die geen geconditioneerde respons oproept
Geconditioneerde stimulus CS
= Oorspronkelijke NS die na leerproces geconditioneerde respons oproept
➔ Hangt conditie aan NS
Geconditioneerde respons CR
= respons wordt opgeroepen door oorsponkelijk neutrale stimulus die na leerproces
wordt geassocieerd met ongeconditioneerde stimulus
➔ Hangt conditie aan NS
➔ Blijft niet permanent onderdeel gedragsrepertoire
➔ Kan onderdrukt worden
➔ Dooft uit na herhaald aanbieden CS zonder UCS
Verwerving
= 1ste leerstadium in klassieke conditionering
➔ Associatie tussen NS en UCR wordt versterkt
➔ Contiguïteit