Les 1: Intro, afwijkend gedrag en classificatie
Psychopathologie: deelgebied van de psychiatrie en de
psychologie dat zich bezighoudt met het beschrijven van
psychische stoornissen, oorzaken daarvan en behandelingen.
Of gedrag ‘afwijkend’ is hangt af van een aantal criteria:
Uitzonderlijk
Sociaal afwijkend
Foute perceptie of interpretatie van de realiteit (waan)
Aanzienlijk emotioneel lijden
Ongepast of contraproductief (dat iets de gewenste
uitkomst tegenwerkt of belemmert, waardoor er geen of
een negatief resultaat wordt behaald)
Gevaar
DSM-V: classificatiemiddel
Het internationale handboek van de American Psychiatric
Association. Het boek beschrijft geen oorzaken van psychische
aandoeningen, maar deelt deze in op basis van waarneembare
symptomen. Deze indeling ondersteunt professionals bij het
stellen van diagnoses en speelt een belangrijke rol bij de
vergoeding van behandelingen binnen de geestelijke
gezondheidszorg.
Bedoeld om stoornissen vast te stellen
Wetenschap, kennis
Beslissingen over behandeling
Voorspellen ziekteverloop
Nadelen:
Stigmatisering (‘die autist’)
Beschrijvend maar niet verklarend
Betrouwbaarheid en validiteit
Diagnostische inflatie
,Kenmerken van een psychische stoornis zijn:
Emotioneel lijden
Ernstige belemmering in het functioneren
Gedrag dat kan leiden tot persoonlijk lijden
Langdurig en buiten context
Psychologische testen: Psychologische testen meten en
beoordelen verschillende psychische kenmerken, zoals
intelligentie, persoonlijkheid, emoties en cognitieve functies. Ze
helpen om iemands functioneren in kaart te brengen en
ondersteunen bij het stellen van een diagnose, het kiezen van
een passende behandeling en het volgen van veranderingen in
de tijd.
Voorbeelden:
Intelligentietesten: geheugen (korte/lange termijn,
concentratievermogen, aandacht, taal).
Zelfbeoordelingsvragenlijsten: aangeven in hoeverre je
last hebt van bepaalde klachten. Bijv.
persoonlijkheidstesten.
Neuropsychologische testen: hersenfuncties onderzoeken waar
mogelijk defect in kan zitten. Neuropsychologische testen
onderzoeken hoe goed de hersenen functioneren door
specifieke cognitieve vaardigheden te meten, zoals geheugen,
aandacht, probleemoplossend vermogen, taal en motorische
functies. Deze testen worden vaak gebruikt om te kijken of er
sprake is van schade of disfunctie in bepaalde hersengebieden,
bijvoorbeeld na een hersenletsel, beroerte of bij
neurodegeneratieve aandoeningen zoals Alzheimer.
Met neuropsychologische testen kan een arts of psycholoog
achterhalen waar precies in de hersenen er mogelijk een
probleem zit en hoe dit iemands dagelijks functioneren
beïnvloedt. Het kan ook helpen om veranderingen in
hersenfunctie in de loop van de tijd te volgen.
, Voorbeelden:
Gedragsbeoordeling: observatie gedrag
Fysiologische beoordeling: lichamelijke reacties meten
(EEG, CT-scan, CAT-scan)
Oorzaken van het ontstaan van een stoornis
Verschillende perspectieven
Biologisch perspectief: Dit perspectief kijkt naar de rol
van genetica, hersenstructuren, neurotransmitters en
andere biologische factoren bij het ontstaan van
psychische stoornissen. Het suggereert dat chemische
onevenwichtigheden of hersenbeschadigingen kunnen
bijdragen aan aandoeningen.
Psychodynamica: Gebaseerd op de theorieën van Freud,
richt dit perspectief zich op het onbewuste en hoe
conflicten uit het verleden, vaak uit de kindertijd, invloed
kunnen hebben op het huidige gedrag en de emotionele
toestand. Het legt nadruk op interne psychische conflicten
en verdrongen emoties.
Leermodel: Volgens dit model ontstaan stoornissen door
leerprocessen, zoals conditionering (klassieke of operante)
en observatie. Het stelt dat ongewenst gedrag aangeleerd
wordt en dus ook weer afgeleerd kan worden door nieuwe
leerervaringen.
Humanisme: Dit perspectief benadrukt de menselijke
ervaring, persoonlijke groei en zelfactualisatie. Stoornissen
ontstaan wanneer mensen niet in staat zijn hun volledige
potentieel te bereiken, vaak door gebrek aan liefde,
acceptatie of ondersteuning.
Cognitieve model: Het cognitieve model focust op hoe
gedachten, overtuigingen en interpretaties van
gebeurtenissen invloed hebben op gevoelens en gedrag.
Stoornissen ontstaan wanneer iemand negatieve of
disfunctionele gedachten heeft die zijn of haar emotionele
welzijn beïnvloeden.
Sociaal-cultureel perspectief: Dit perspectief kijkt naar
hoe sociale en culturele factoren, zoals armoede,
maatschappelijke normen, stress of
familieomstandigheden, bijdragen aan het ontstaan van