Onderwijs: overdracht van kennis of vaardigheden. Dat regel je op een bepaalde
manier, in NL: openbaar en bijzonder onderwijs, speciaal onderwijs. Om onderwijs te
geven hebben bepaalde mensen een opleiding/ bevoegdheid nodig, voor
opvoeden daarentegen niet. De leerkracht past het curriculum aan de
leerling.
- Onderwijs/school is de ‘natuurlijke omgeving’ van kinderen, want
school is onderdeel van microsysteem van een kind (model van
Bronfenbrenner). Onderwijs is dus meer dan overdracht van kennis en
vaardigheden.
Onderwijswetenschappen = interdisciplinair onderzoeksveld waarin onderzoek wordt
gedaan naar hoe kennis het best kan worden overgedragen.
- Hoe leren mensen?
- Hoe kunnen we leren optimaliseren?
Onderwijskundigen: kijken naar het leren, opleiden en ontwikkelen in het onderwijs. Ze
dragen bij aan de verbetering van het onderwijssysteem en opleidings- en leertrajecten.
Pedagogen: kijken naar de manier waarop volwassenen kinderen en jongeren met een
bepaald doel grootbrengen. Met betrekking tot onderwijs kijken ze naar verschillende
onderwijsmethoden, inclusief de doelen en hoe die bereikt worden.
Factoren die leren beïnvloeden
Geschiedenis
- Van kinderarbeid via leerplicht naar recht op onderwijs
- Tijdens industriële revolutie waren kinderen handige en goedkope werknemers,
maar halverwege 19e eeuw ontstond een beweging tegen kinderarbeid.
- Kinderwetje van Van Houten (1874): initiatief tegen verwaarlozing van kinderen,
dus kinderen onder 12 jaar mochten niet meer in fabrieken werken.
- Leerplichtwet (1901): van 6-12 jaar moest je naar school.
- Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind VN: kinderarbeid wordt
verboden als het ongezond of schadelijk is.
,Functie onderwijs (onderwijsraad)
- Cognitieve ontwikkelingsfunctie
o Onderwijs moet bijdragen aan de ontwikkeling van kennis en
vaardigheden van leerlingen op alle niveaus
- Arbeidsmarktfunctie
o Onderwijs dient voldoende voor te bereiden op de kenmerken van huidige
en toekomstige banen.
- Socialisatiefunctie
o Onderwijs dient betrokkenheid bij de samenleving in brede zin te
bevorderen.
Doelen onderwijs (Biesta)
Vorm onderwijs
- Dimensies van onderwijsstelsels kunnen van elkaar verschillen:
o Selectie: op welk moment en in welke vorm worden leerlingen gescheiden
voor verschillende onderwijsloopbanen à selectie gebeurt in NL relatief
vroeg (dus van PO naar VMBO, havo of vwo).
§ PO-raad vindt dat selectie later moet gebeuren
o Standaardisatie: hoe gestandaliseerd zijn onderwijsprogramma’s,
examens, schoolbudgeten en kwaliteiten van Nederland.
§ Standaardisatie van input (middelen, curriculum)
§ Standaardisatie van output (eindtermen, examinering).
Nederlandse onderwijsstelsel à
- Leerplicht: 5-18 jaar
, Sbo: lijkt op normale basisschool, maar met kleinere klassen en met meer kennis
voor kinderen met (gedrags)problemen.
So: echt apart onderwijs waar bepaalde beperkingen centraler staan.
- Stromingen binnen het Nederlands onderwijs
-
Mythe over leren en leerstijlen
- Leerstijlen van Kolb à
- Leerstijlen/ -voorkeuren zeggen niets over wat goed of
slecht is voor het leren
o De meeste mensen voldoen niet aan 1 leerstijl.
o Verschillen eerder geleidelijk (lichte voorkeur)
dan categorisch.
o Tests te weinig/ niet goed genoeg
o Levert dus veel geld op voor degene die boeken
schrijven, workshops of conferenties geven,
maar mensen leren er weinig van.
- Leerstijlhypothese: overlapinteractie moet voortkomen
o Leerlingen met verbale leerstijl leren beter van video
o Leerlingen met visuele leerstijl leren beter van boek
à dit eaect is nooit
gevonden.
- Leerstijlen zijn geen onderwijstheorie
- Verschillen tussen leerlingen en hun behoeften bestaan wel, maar betekent niet
dat ze niks anders kunnen (met hulp).
- Instructiemethoden kunnen wel inspelen op verschillen, bijvoorbeeld in
voorkennis, maar niet op leerstijlen.
, Verklaringen voor mythen
- Patternicity: herkennen en vinden van patronen die er niet zijn (je ziet verbanden
die er niet zijn). We hebben de neiging om betekenisvolle patronen te zoeken in
willekeurige dingen en gebeurtenissen.
- Confirmation bias: we geloven alleen feiten die passen bij onze gedachten en
geloven.
- Hindsight bias (wist ik al): mensen overtuigen zichzelf door zichzelf aan te praten
dat een gebeurtenis uit het verleden voorspelbaar of onvermijdelijk is à omdat
we niet onze eigen gedachten willen veranderen.
- Mensen zijn vaak ook te lui om een theorie te checken. De piramide van Maslow
over de basisbehoeften wordt heel veel gebruikt, maar is nooit echt getest.
- Hokjes denken: vaak worden mensen in hokjes van het geslacht geplaatst tijdens
het onderzoeken, maar dit heeft vaak een negatief eaect op de resultaten.
Verklaringen initieel succes à is niet genoeg
1. Er is een groot verschil tussen een vernieuwend project en de toepassing van die
vernieuwing in het onderwijs à een nieuw project wordt vaak eerst door de
onderzoekers uitgevoerd, die gemotiveerd zijn en er tijd voor hebben à voor
leerkrachten is dit vaak meer een uitdaging.
2. Het bewijs dat een vernieuwend project is vaak zwak à er zijn vaak geen
uitgesproken toetsbare doelen, er nemen geen willekeurige respondenten deel
en er is vaak geen echte/goede controlegroep.
3. Hawthorne eaect: het eaect dat je krijgt als je iets nieuw uitprobeert à jij en de
leerlingen zijn dan nog geconcentreerder, enthousiast en nieuwsgierig waardoor
er op het begin nog positieve eaecten te zien zijn.
Theorieën in onderwijs
- Behaviorisme (Pavlov)
o Gedrag staat centraal
o Belonen/ straaen/ negeren
§ Bijv. wanneer je het goed hebt krijg je een krul.
- Sociaal constructivisme (Piaget en Vygotsky)
o Actieve kennisverwerving waarbij mensen zelf
kennis construeren (constructivisme) in
samenwerking met anderen die vaak al meer
kennis hebben (scaaolding/sociaal).
o Fases van cognitieve ontwikkeling
- Cognitivisme
o Denken staat centraal/ diaerentiatie (wat en hoe leren ze)
o Informatieverwerkingsmodel