,Hoorcollege 1 - Onderzoeksplan & Ethiek
Wetenschappelijk onderzoek in de criminologie is een systematische en empirische manier
om de sociale werkelijkheid rondom criminaliteit, geweld en controle te begrijpen.
1.1 Onderzoek als dynamisch proces
Onderzoek verloopt vaak niet lineair en strak volgens een vast stappenplan. Om orde en
structuur aan te brengen, bestaat er een onderzoeksplan. Deze bestaat uit 2 delen met in
totaal 10 stappen die vervuld moeten worden.
Kenmerkend:
- onderzoek is een continu proces van
bijstellen
- keuzes in één fase beïnvloeden alle
andere fases
Gevolg:
→ flexibiliteit is noodzakelijk
→ maar altijd binnen methodologische
en ethische grenzen
1.2 Kwalitatief versus kwantitatief onderzoek
Binnen de criminologische onderzoeksmethoden wordt vaak onderscheid gemaakt tussen
kwalitatief en kwantitatief onderzoek. Dit onderscheid is belangrijk, omdat het invloed heeft
op welke onderzoeksvragen gesteld worden, welke data worden verzameld en welke
conclusies getrokken kunnen worden.
Kwalitatief en kwantitatief onderzoek verschillen niet alleen in gebruikte methoden, maar ook
in:
● het type kennis dat wordt nagestreefd
● de manier waarop de sociale werkelijkheid wordt benaderd
● de rol van de onderzoeker in het onderzoeksproces
Het is daarom essentieel om dit onderscheid te begrijpen voordat keuzes worden gemaakt in
vraagstelling, onderzoeksopzet en methode.
Kwantitatief onderzoek → benadrukt metingen, aantallen en statistische verbanden.
Kenmerken:
● data: surveys, experimenten en registraties
● analyse: statistisch en toetsbaar
● doel: patronen ontdekken, verbanden toetsen en voorspellingen doen
Sterk in: vergelijkbaarheid & generaliseerbaarheid (vaak grote data sets)
Beperking: minder zicht op context en betekenis
Kwalitatief onderzoek → benadrukt betekenissen, ervaringen en sociale processen.
Kenmerken:
2
, ● data: interviews, observaties, veldnotities en documenten
● analyse: thematisch en interpretatief
● doel: begrijpen hoe mensen situaties beleven en betekenis geven/ inzicht krijgen in
context en dynamiek
Sterk in: diepgang - complexiteit - nuance
Beperking: intensief, beperkte generaliseerbaarheid & vaak kleine datasets
1.3 De probleemstelling
De probleemstelling vormt het inhoudelijke startpunt van elk onderzoek. Zij geeft richting aan
alle keuzes die volgen. De probleemstelling bestaat uit drie samenhangende onderdelen:
1.3.1 Vraagstelling
↳ Wat wil je precies weten?
Vaak één overkoepelende vraag die wordt uitgewerkt in deelvragen
Typen onderzoeksvragen
Het type vraagstelling hangt nauw samen met het onderzoeksontwerp en de methode.
1) Beschrijvende vragen
● Wie?/Wat?/Wanneer?/Hoe?/In welke mate?
→ doel: in kaart brengen van een fenomeen
2) Verklarende vragen
● Waarom leidt X tot Y? Welke factoren verklaren Y?
→ doel: verbanden en oorzaken begrijpen
3) Voorspellende vragen
● Waarom leidt X tot Y? Tot welke uitkomst leidt X? Wat gebeurt er als Y verandert?
→ doel: voorspellingen doen
Belangrijk: niet elk type vraag past bij elke methode
→ verklarend/voorspellend: vaak kwantitatief
→ beschrijvend/explorerend: vaak kwalitatief
1.3.2 Doelstelling
↳ Waarom wil je dit weten?/ Waarom wil je hier onderzoek naar doen?
● Beschrijft het doel van het onderzoek
● Twee hoofdtypen:
○ fundamenteel wetenschappelijk onderzoek
→ kennis en inzicht vergroten
○ praktijkgericht onderzoek
→ bijdragen aan beleid of interventies
Belangrijk:
→ doelstelling bepaalt mede hoe streng conclusies mogen zijn
→ niet elk onderzoek is bedoeld om oplossingen te bieden
1.3.3 Theoretisch raamwerk
↳ Vanuit welk perspectief kijk je naar je vraag?
● Theorie:
3
, ○ helpt observaties te interpreteren
○ maakt aannames expliciet
○ plaatst bevindingen in bestaande kennis
○ referentiekader tijdens analyse
1.4 Onderzoeksontwerp
Het onderzoeksontwerp beschrijft hoe het onderzoek wordt uitgevoerd en vertaalt de
probleemstelling naar concrete methodologische keuzes.
In dit deel bespreken we alleen de onderzoeksopzet. De overige onderdelen van het
onderzoeksontwerp verschillen per soort onderzoek en worden daarom niet steeds op
dezelfde manier uitgewerkt.
1.4.1 Onderzoeksopzet
↳ Hoe ga je het onderzoek concreet uitvoeren?
Je kijkt in dit onderdeel naar welke methode het best past bij je vraagstelling en doelstelling.
Er zijn verschillende mogelijke methoden; de belangrijkste zijn:
● Enquête
= een kwantitatieve onderzoeksmethode waarbij met behulp van gestandaardiseerde
vragenlijsten gegevens worden verzameld bij een (steekproef van een) populatie,
met als doel patronen, verschillen of samenhangen te beschrijven of te toetsen.
● Experiment
= een kwantitatieve onderzoeksmethode waarin de onderzoeker actief een
onafhankelijke variabele manipuleert en het effect daarvan meet op een afhankelijke
variabele, met als doel het vaststellen van causale verbanden.
● Etnografisch veldonderzoek
= kwalitatieve onderzoeksmethode waarbij de onderzoeker zich langdurig
onderdompelt in een sociale setting om gedrag, interacties en betekenissen te
begrijpen vanuit het perspectief van betrokkenen.
● Documentanalyse/Systematisch literatuuronderzoek
= onderzoeksmethode waarbij bestaande teksten of documenten (zoals dossiers,
beleidsteksten of media-uitingen) systematisch worden geanalyseerd om patronen,
thema’s of betekenissen te identificeren. (kan kwantitatief of kwalitatief zijn)
● Mixed methods
= onderzoeksbenadering waarbij kwalitatieve en/of kwantitatieve methoden worden
gecombineerd binnen één onderzoek, met als doel verschillende typen data te
integreren en zo een completer en beter onderbouwd antwoord te geven op de
onderzoeksvraag.
Je maakt de keuze voor welke methode je wil gebruiken op basis van verschillende
keuzecriteria zoals:
● aard van de onderzoeksvraag
● type data dat nodig is
● haalbaarheid
4