Les 1
Zenuwstelsel
Algemene functies
Regulatie van activiteiten van weefsels en organen
Coördinatie van activiteiten van weefsels en organen
Regulatie en coördinatie van vegetatieve functies vijf vegetatieve
hoofdfuncties (circulatie, spijsvertering, uitscheiding, ademhaling en begrenzing
door de huid)
Coördinatie van contacten met de buitenwereld
Coördinatie van de psychische functies
Algemene werking
Sensorische input = het opvangen van prikkels door sensoren
Een verandering wordt waargenomen door het lichaam. Dit gebeurt door
een sensor, een gespecialiseerde cel, vaak aan een zenuwcel die gevoelig
is voor een verandering. Door veranderingen wordt deze geprikkeld en
stuurt impulsen via zenuwen naar het centrale zenuwstelsel. Afferente
informatie + perifere zenuwstelsel
Verwerking = vindt plaats in het centrale zenuwstelsel
Het begint met het doorgeven van informatie naar een plaats in de
hersenen of het ruggenmerg. Hier wordt de informatie beoordeeld,
vervolgens bepaalt het centrale zenuwstelsel of en hoe het lichaam erop
reageert
Motorische output = aansturen door het zenuwstelsel van de effectoren
Wanneer het lichaam wil reageren op een veranderen sturen de hersenen
stimulerende impulsen naar de organen, deze worden effectoren genoemd.
Altijd spieren of klieren efferente informatie + perifere zenuwstelsel
,Indelingen
Anatomische indeling
CZS bestaan uit grote hersenen,
tussenhersenen, hersenstam en de kleine
hersenen
Centrale zenuwstelsel (CSZ) Perifere zenuwstelsel (PZS)
Binnen de beschermende botten ligt grotendeels buiten de schedel
van de schedel en de wervelkolom en de wervelkolom
Bestaat uit de hersenen (98%) en Verbindt het centraal zenuwstelsel
het ruggenmerg met de organen
Bestaat uit de hersenenzenuwen,
ruggenmergszenuwen, de
grensstreng en de zenuwen van
het vegetatieve zenuwstelsel
Fysiologische indeling gebaseerd op de functie van het zenuwstelsel
(integratie, hiërarchie en richting van het signaal)
Integratie het zenuwstelsel moet het lichaam goed functioneren als 1 geheel,
alle organen moeten goed met elkaar kunnen samenwerken
Vegetatieve functies = vijf vegetatieve hoofdfuncties (circulatie, spijsvertering,
uitscheiding, ademhaling en begrenzing door de huid
Vegetatieve integratie/ autonoom Animale integratie/ animale
zenuwstelsel zenuwstelsel
De activiteiten van de 5 stelsels moeten Verzorgt integratie tussen lichaam
op elkaar worden afgestemd en omgeving
Reguleert de stelsels en coördineert de Onder invloed van wil
samenwerking
Werkt autonoom buiten de wil om Bewust uitgevoerd
Sympathische zenuwstelsel
uiterlijk actief is (actief)
Parasympatische zenuwstelsel
uiterlijk passief (rust)
Hiërarchie in het zenuwstelsel, ruggenmerg laagste maar grote
hersenen hebben de hoogste macht
,Richting van het signaal
Afferente informatie = impuls vanaf sensoren naar het centrale
zenuwstelsel
Efferente informatie = impuls van het centrale zenuwstelsel naar de
effectoren (spieren en klieren)
Korte zenuwbanen zijn niet efferent of affertent, verzorgen schakelingen in
het CZS
Zenuwweefsel
Neuronen doorsturen van impulsen
Axon = vervoert impulsen van het lichaam af
Mylineschede = omhulsing
Insnoeringen van ranvier = onderbrekingen tussen de myline
scheden
Dendrieten = ontvangen impulsen van andere zenuwcellen en
vervoeren die naar het eigen cellichaam toe
Drie soorten zenuwcellen
Sensibele neuronen vervoeren impulsen vanaf de sensoren naar
het centraal zenuwstelsel (van perifeer naar czs)
Schakelneuronen zenuwcellen die in het centrale zenuwstelsel,
dragen impulsen over van de ene op de andere zenuwcellen
Motorische neuronen impulsen vanaf het centraal zenuwstelsel
naar de periferie (spieren en de klieren)
Synaps zenuwprikkel die wordt gegeven zonder aanraking tussen
cellen
Receptor voelen prikkels
Receptor sensorische neuro n schakelcel schakelneuron
motorisch neuron
, Twee typen zenuwvezels axon en dendriet
Neuroglia zorgt voor ondersteuning, bescherming en onderhoud van de
neuronen
Gliacellen = houden neuronen bij elkaar, beschermen neuronen zodat ze niet
met elkaar in contact komen, ook voorzien ze neuronen van voedingstoffen en
zuurstof. Er zijn 5 typen gliacellen in het CZS
Astrocyten
CZS
Even groot als neuronen
Voorzien neuyronen van voedingstoffen
Verwijderen afvalstoffen van neuronen
Kunnen kapotte cellen opruimen (fagocytise)
Kunnen mogelijk als
stamcellen voor
nieuwe neuronen
fungeren
Oligodendrocyten
CZS
Klein
Vormen ongeveer 50
uitlopers evenzoveel
myelineschedes rondom axonen
Beschermen axonen