Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Nectar biologie 4 havo Leerboek, hoofdstuk 2 (cellen)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
7
Geüpload op
22-03-2021
Geschreven in
2020/2021

hoofstuk 2 biologie nectar. cellen, paragraaf 1t/m5

Voorbeeld van de inhoud

Biologie ~ h 2.1
• structuur en eigenschappen
- organisatieniveaus: een structuur met een duidelijke samenhang
(samenwerking) tussen de onderdelen.
- door samenwerking van de onderdelen ontstaan nieuwe eigenschappen dit noem je
→ emergente eigenschappen.

- het organisatieniveau van biologen gaat als volgt:
» een molecuul = verbinding tussen atomen ( de kleinste scheikundige bouwstoffen
die er bestaan.)
» organel = onderdeel van cel met een functie.
» cel = de functionele bouwsteen van alle organismen.
» weefsel = groep cellen met zelfde bouw en functie
» orgaan = verschillende weefsels die samenwerken aan een taak.
» orgaanstelsel = bestaat uit alle organen die aan dezelfde taak werken.
» organisme = levend wezen
» populatie = een groep soortgenoten in een bepaald gebied
» ecosysteem = een gebied met organismen die relaties hebben met elkaar en met
de levenloze natuur.
» systeem aarde = omvat alle ecosystemen van de planeet.

• eigenschappen van het leven
- levenskenmerken:
» beweging
» groei
» voortplanting
» stofwisseling ( ademhaling, uitscheiding, voeding)
» reageren op prikkels

• de buitenkant van cellen
- witte bloedcellen hebben aan buitenkant van de cel een celmembraan, bestaat uit
→ fosfolipiden [vetachtige stoffen met een fosfaatgroet] en eiwitten.
- cholesterol remt de bewegelijkheid van celmembraan af.
- koolstofdioxide [CO2], zuurstof [O2], en vetachtige stoffen bv: Bepaalde hormonen,
Gaan makkelijk door het celmembraam heen.
- stoffen die het celmembraan niet makkelijk passeren doen dit via → transport
eiwitten.[vormen transportpoortjes voor de stoffen die niet goed in vet kunnen
oplossen om er wel door heen te kunnen]
- elke stof heeft zijn eigen poortje bv: Watermoleculen gaan via ‘waterpoortjes’.
- een celmembraan bevat ook receptoreiwitten → die kunnen aan buitenzijde cel
contact maken met stoffen bv: Hormonen. Door dit contact start in cel een proces
zonder dat de boodschapper de cel hoeft binnen te komen.



• de inhoud van cellen
- het celmembraan omringt het cytoplasma → grondplasma samen met organellen
[onderdeel cel]. Bestaat uit water en opgeloste stoffen hierin vinden chemische
reacties plaats.

» celkern = bevat DNA
» ribosomen = maken eiwitten met info afkomstig uit DNA. Sommige los in
grondplasma andere gebonden aan endosplamatisch recitulum

, » de membranen van het endoplasmatisch recitulum (ER): netwerken van
membranen in het grondplasma waar eiwitten zich doorheen verplaatsen
ruw ER → bedenkt met ribosomen, productie eiwit. glad ER → transport eitw
» golgisysteem = ontvangt eiwit vanuit het ER. bestaat uit platte membraanzak die
eiwit sorteert en ze verpakt in transport blaasjes.
» transportblaasjes = vervoert eiwitten naar verschillende plaatsen in cel.
» lysosomen = blaasjes met enzymen die grote deeltjes in de cel verteren en de
oude organellen afbreken. [afbraak enzymen]
» mitochondriën = langwerpige organellen opgebouwd uit 2 membranen →
- een glad buitenmembraan
- een sterk geplooid binnen membraam
- de mitochondriën breken koolhydraten en vetzuren af. Dit vormt energierijke
stoffen. Die gebruikt cel voor activiteiten
» cel skelet: bestaat uit eiwitdraden die in het grondplasma voorkomen. De
eiwitdraden geven cel vorm en langs eiwitdraden bewegen transportblaasjes.




Dierlijke cel met
grondplasma,
Celmembraan,
En organellen




Biologie ~h 2.2
• bouw en functie van eiwitten.
- bij bijna alle levensprocessen zijn eiwitten betrokken, je cellen gebruiken ze als →
bouwstof, afweerstof, enzym [stof die een reactie versneld] transport middel of
hormoon.
- eiwitten bepalen ook je eigenschappen, bloedgroep, spierkracht, afweer.
- een eiwit is een grote molecuul die bestaat uit een ‘kralen ketting’ van aminozuren
[bouwsteen van eiwit]
- er zijn 20 aminozuren daar maken je cellen heel veel verschillende eiwitten van.

• bouw en functie van DNA
- om een eiwit te maken gebruikt je cel DNA- moleculen.
- een DNA-molecuul lijkt een soort gedraaide touwladder. De zijkant van de strengen
bestaan uit afwisselende fosfaatgroepen en suikermoleculen [van het type
deoxyribose].

Geschreven voor

Instelling
Middelbare school
Niveau
School jaar
4

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 2
Geüpload op
22 maart 2021
Aantal pagina's
7
Geschreven in
2020/2021
Type
SAMENVATTING
€3,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
anneabrem

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
anneabrem
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
1
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen