Goederenrecht Hoofdstuk 2
2.1 Goederen
Art. 3:1 BW: goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten.
2.2 Zaken
Art. 3:2 BW: zaken zijn alle voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten.
Zaken: onroerende en roerende. Onroerend zijn de grond, de nog niet gewonnen
delfstoffen, de met de grond verenigde beplantingen, alsmede de gebouwen en werken die
duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere
gebouwen of werken. Indien een verbinding met de grond ontbreekt (woonboten) is een
zaak roerend. Indien wel een verbinding met de grond bestaat, dient de vraag zich aan of
deze duurzaam van aard is. Het gaat erom of een met de grond verenigd gebouw of werk
bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. Indien een zaak niet voldoet aan de criteria
voor een onroerende zaak, is ze op grond van art. 3:3 lid 2 BW roerend.
Art 3:4 BW staat hoe te bepalen of iets een zaak is. Een onderdeel dat juridisch zijn
zelfstandigheid heeft verloren en onderdeel is (geworden) van een zaak het een
bestanddeel. Een object kan op grond van een immateriële band (lid 1) en op grond van een
materiële band (lid 2) met een hoofdzaak verbonden zijn. Al hetgeen volgens
verkeersopvatting onderdeel van een zaak uitmaakt, is bestanddeel van die zaak. Lid 1: zijn X
en X op elkaar afgestemd? Kan X zonder X als onvoltooid worden beschouwd? Lid 2: een
zaak die met een hoofdzaak zodanig verbonden is dat zij daarvan niet kan worden
afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis wordt toegebracht aan een van de
zaken, is bestanddeel van de hoofdzaak.
De vraag of een object kwalificeert als zelfstandige zaak of als bestanddeel van een andere
zaak, is van belang vanwege het eenheidsbeginsel (art. 5:3 BW). Voor zover de wet niet
anders bepaalt, is de eigenaar van een zaak, eigenaar van al haar bestanddelen. Het is
onmogelijk om een goederenrechtelijk recht op een bestanddeel te hebben.
2.3 Vermogensrechten
Art. 3:6 BW bepaalt dat vermogensrechten een van de daar genoemde kenmerken moeten
hebben. Van een vermogensrecht is sprake indien het overdraagbaar is, tezamen met een
ander recht overgedragen kan worden, ertoe strekt de rechthebbende stoffelijk voordeel te
verschaffen of is verkregen in ruil voor stoffelijk voordeel.
2.4 Registergoederen
Registergoederen zijn goederen waarbij voor de overdracht of vestiging van een beperkt
recht daarop inschrijving in daartoe bestemde openbare registers noodzakelijk is. Alle
onroerende zaken zijn registergoederen (en teboekgestelde zee- en binnenschepen en
luchtvaartuigen). Voor levering van deze zaken is notariële akten en inschrijving in de
openbare registers vereist.
Art. 3:98 BW verklaart art. 3:98 BW van overeenkomstige toepassing voor de vestiging van
een beperkt recht op een onroerende zaak. Hieruit volgt dat ook beperkte rechten op
onroerende zaken registergoederen zijn.
2.5 Beperkte rechten
2.1 Goederen
Art. 3:1 BW: goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten.
2.2 Zaken
Art. 3:2 BW: zaken zijn alle voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten.
Zaken: onroerende en roerende. Onroerend zijn de grond, de nog niet gewonnen
delfstoffen, de met de grond verenigde beplantingen, alsmede de gebouwen en werken die
duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere
gebouwen of werken. Indien een verbinding met de grond ontbreekt (woonboten) is een
zaak roerend. Indien wel een verbinding met de grond bestaat, dient de vraag zich aan of
deze duurzaam van aard is. Het gaat erom of een met de grond verenigd gebouw of werk
bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. Indien een zaak niet voldoet aan de criteria
voor een onroerende zaak, is ze op grond van art. 3:3 lid 2 BW roerend.
Art 3:4 BW staat hoe te bepalen of iets een zaak is. Een onderdeel dat juridisch zijn
zelfstandigheid heeft verloren en onderdeel is (geworden) van een zaak het een
bestanddeel. Een object kan op grond van een immateriële band (lid 1) en op grond van een
materiële band (lid 2) met een hoofdzaak verbonden zijn. Al hetgeen volgens
verkeersopvatting onderdeel van een zaak uitmaakt, is bestanddeel van die zaak. Lid 1: zijn X
en X op elkaar afgestemd? Kan X zonder X als onvoltooid worden beschouwd? Lid 2: een
zaak die met een hoofdzaak zodanig verbonden is dat zij daarvan niet kan worden
afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis wordt toegebracht aan een van de
zaken, is bestanddeel van de hoofdzaak.
De vraag of een object kwalificeert als zelfstandige zaak of als bestanddeel van een andere
zaak, is van belang vanwege het eenheidsbeginsel (art. 5:3 BW). Voor zover de wet niet
anders bepaalt, is de eigenaar van een zaak, eigenaar van al haar bestanddelen. Het is
onmogelijk om een goederenrechtelijk recht op een bestanddeel te hebben.
2.3 Vermogensrechten
Art. 3:6 BW bepaalt dat vermogensrechten een van de daar genoemde kenmerken moeten
hebben. Van een vermogensrecht is sprake indien het overdraagbaar is, tezamen met een
ander recht overgedragen kan worden, ertoe strekt de rechthebbende stoffelijk voordeel te
verschaffen of is verkregen in ruil voor stoffelijk voordeel.
2.4 Registergoederen
Registergoederen zijn goederen waarbij voor de overdracht of vestiging van een beperkt
recht daarop inschrijving in daartoe bestemde openbare registers noodzakelijk is. Alle
onroerende zaken zijn registergoederen (en teboekgestelde zee- en binnenschepen en
luchtvaartuigen). Voor levering van deze zaken is notariële akten en inschrijving in de
openbare registers vereist.
Art. 3:98 BW verklaart art. 3:98 BW van overeenkomstige toepassing voor de vestiging van
een beperkt recht op een onroerende zaak. Hieruit volgt dat ook beperkte rechten op
onroerende zaken registergoederen zijn.
2.5 Beperkte rechten