Klas: Vwo 5
Stof: H1, H2 en H6
, Hoofdstuk 1: Basis
1.1 Onderwerp, hoofdgedachte, tekstdoel en titel
Onderwerp: 1 woord, of woordgroep die aangeeft waar de tekst over gaat (zo kort mogelijk).
Hoofdgedachte: Zin die aangeeft waar de tekst over gaat (geen vraag!).
Tekstdoelen:
Amuseren: vermaken (leuk, spannend).
Informeren: uitleg, beschrijving.
Opiniëren: aan het denken zetten, zelf een mening laten vormen.
Overtuigen: publiek een bepaalde mening laten overnemen.
Activeren: publiek aanzetten iets te doen.
Elke tekst heeft een van deze doelen als hoofddoel. Soms heeft een tekst een tweede,
bijkomend doel.
Titel:
Informerende titel: Geeft aan waarover de tekst gaat.
Motiverende titel: Maakt de lezer nieuwsgierig naar de tekst.
1.2 Inleiding en slot
Een tekst bestaat uit 3 delen: Inleiding, middenstuk en slot. De inleiding van een tekst heeft
2 functies:
De aandacht van het publiek trekken.
Het onderwerp van de tekst introduceren.
De tweede functie van een inleiding is duidelijk maken waar de tekst over gaat. Een
onderwerp kan op de volgende manier geïntroduceerd worden:
Er worden 1 of meer vragen gesteld.
Er wordt een mening (standpunt) geformuleerd.
Er word een probleem geschetst.
Manieren om een inleiding aantrekkelijk te maken zijn: