HOOFDSTUK 7
Professionals in zorg en welzijn moeten weten wat de rechten en plichten zijn
van personen in een familierelatie. Het is belangrijk te weten welke bescherming
het recht biedt, omdat professionals zogenoemde poortwachters zijn geworden
voor de vaak in de gemeente centraal geregelde toegang tot zorg, welzijn en
jeugdhulp. Soms heeft een professional een speciale taak op het terrein van
personen- en familierecht. Denk hierbij aan omgangsbegeleiding van ouders en
kinderen bij een omgangsregeling die door de rechter is opgelegd.
PARAGRAAF 1
Het personen- en familierecht is een onderdeel van het burgerlijk recht en staat
in boek 1 BW. Het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de
mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en het internationaal verdrag inzake
burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) hebben grote invloed gehad op de
Nederlandse wetgeving. Deze wetten bevatten mensenrechten die in de
samenleving voor burgers van groot belang zijn. Er zijn een aantal dingen
veranderd in het personen- en familierecht met betrekking tot naamgeving, het
gezag na echtscheiding, omgang, afstamming en adoptie en in 2001 is het
huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht ingevoerd en in 2014 is de
rechtspositie van twee vrouwen ten aanzien van hun geboren kinderen
verbeterd.
PARAGRAAF 2
Volgens de wet is een persoon iemand die rechten en plichten heeft. Hij heeft
dan een persoonlijkheid volgens de wet. Een andere formulering hiervoor is:
‘rechtssubject zijn’. Persoonlijkheid ontstaat door geboorte. Het kind moet levend
worden geboren en hiervoor is één ademstoot voldoende. Een baby kan rechten
en plichten niet uitoefenen, maar is wel een rechtssubject. Op de regel dat
persoonlijkheid ontstaat bij geboorte, is echter één uitzondering: een ongeboren
kind word als geboren beschouwd als dit in het belang is van het kind. Zo kan
een ongeboren kind een erfgenaam zijn, maar een voorwaarde is wel dat dit kind
dan later levend ter wereld moet komen.
Indien een ongeboren kind moet worden beschermd tegen prenatale
kindermishandeling door het gedrag van de zwangere moeder, kan er een
kinderbeschermingsmaatregel in de vorm van een prenatale
ondertoezichtstelling worden opgelegd.
Persoonlijkheid eindigt door de dood. De rechten en plichten die met het
vermogen hebben te maken, gaan dan over op de erfgenamen van de persoon
die overlijdt.
Onder bloedverwantschap wordt verstaan de betrekking die bestaat tussen
personen die rechtstreeks van elkaar afstammen (rechte lijn) of die een
gemeenschappelijke stamvader of stammoeder hebben (zijlijn).
1
,RECHT SAMENVATTING
Aanverwantschap ontstaat alleen door het huwelijk en geregistreerd
partnerschap. Het is de relatie tussen de echtgenoot en de bloedverwanten van
diens partner. Aanverwantschap blijft bestaan ondanks de beëindiging van het
huwelijk of geregistreerd partnerschap. Zo blijft, nadat man en vrouw zijn
gescheiden, de vrouw en de man aanverwant aan hun schoonouders.
De achternaam geeft aan tot welke familie iemand behoort. Ouders kunnen hun
kinderen de achternaam van een van beiden geven. Als ouders met een dubbele
achternaam een kind krijgen, dan kunnen zij verschillende combinaties van
achternamen maken. De regel is dat niet iedere kind meer dan twee
achternamen heeft. Als ouders geen keuze maken dan geldt binnen het huwelijk
de naam van de vader en daarbuiten de naam van de moeder.
De wijziging van een achternaam is mogelijk bij meerderjarigen als er sprake is
van ‘onwelvoeglijke’, bespottelijke of veelvoorkomende namen. Correctie is
onder andere ook mogelijk bij schrijffouten en onvolledigheden in de
geslachtsnaam.
Een pasgeborene wordt ingeschreven in het geboorteregister van de gemeente
en in de basisregistratie personen (BRP), waarbij ook het geslacht wordt
geregistreerd. Deze wijze van registratie houdt onvoldoende rekening met
genderdiverse personen. Sinds de transgenderwet van 2014 is het eenvoudiger
geworden om het geregistreerde geslacht in de geboorteakte te wijzigen van
vrouw in man of andersom. Hiervoor gelden vier voorwaarden:
1. Iemand moet 16 jaar of ouder zijn
2. Hij of zij moet voorgelicht zijn over de juridische gevolgen van de wijziging
3. Er moet een deskundigheidsverklaring zijn opgesteld die door een
bevoegde arts is afgegeven en die niet ouder is dan zes maanden.
4. Uit deze verklaring moet duidelijk blijken dat er bij de betrokkene een
duurzame overtuiging is tot een ander geslacht te behoren.
Om rechten en plichten te kunnen uitoefenen en aan het rechtsverkeer te
kunnen deelnemen, is het hebben van een woonplaats van groot belang. De Wet
spreekt van ‘woonstede’. Volgens de Hoge Raad houdt dit in: de plaats waar
iemand werkelijk of naar maatschappelijke opvattingen woont met zijn gezin, zijn
zaken behartigt, of zijn goederen en zijn eigendom beheert.
PARAGRAAF 3
Iemand kan in Nederland maar met één man of één vrouw trouwen, van gelijk of
verschillend geslacht. Er is sprake van een huwelijk als het tot stand komt op de
manier zoals het in de wet is voorgeschreven. Twee personen kunnen een geldig
huwelijk sluiten als ze aan een aantal vereisten voldoen. Voldoen ze niet aan de
vereisten, dan is het voor hen verboden om te trouwen. Deze huwelijksvereisten
zijn:
Partners moeten 18 jaar of ouder zijn
2
, RECHT SAMENVATTING
De geestvermogens van een partner mogen niet zodanig gestoord zijn dat
deze niet in staat is zijn wil te bepalen of de betekenis van zijn verklaring
te begrijpen.
Partners moeten beide ongehuwd zijn.
Een partner die onder curatele staat, moet toestemming hebben van zijn
curator
Partners mogen niet elkaars bloedverwant in rechte lijn zijn of broer en
zus.
Partners mogen ook niet elkaars bloedverwant in de derde of vierde lijn
zijn. Deze regel betekent geen neef met nicht of neef/nicht met
oom/tante, maar dit verbod kan worden opgeheven als blijkt dat het gaat
om vrije toestemming.
Sinds 2015 is het mogelijk om het onvrijwillig sluiten van een huwelijk, het
zogenoemde ‘uithuwelijken’ te voorkomen. Een aanstaand huwelijk kan door
stuiting worden voorkomen als er sprake is van dwang bij een of beide personen.
Stuiting voorkomt dat het huwelijk wordt gesloten.
Per 1 januari 1998 is het geregistreerd partnerschap in de wet geregeld. Voor de
invoering bestond er behoefte aan een juridische basis voor relaties
tussenpartners die een voor de wet erkende verantwoordelijkheid voor elkaar
wilde nemen, anders dan het huwelijk. Het geregistreerd partnerschap is naast
het huwelijk een andere burgerlijke staat.
Als partners een huwelijk of geregistreerd partnerschap aangaan, moet duidelijk
zijn hoe de goederen en het vermogen zijn verdeeld tussen beide
echtgenoten/partners. Sinds 1 januari 2018 ontstaat er automatisch een
beperkte gemeenschap van goederen. Privé goederen en privéschulden van
voor het huwelijk of de partnerregistratie vallen niet in deze gemeenschap. De
goederen en schulden die tijdens het huwelijk zijn ontstaan, vallen meestal wél
in deze gemeenschap.
Als het huwelijk is gesloten voor 1 januari 2018, dan is er automatisch een
algehele gemeenschap voor goederen ontstaan. Dit betekent dat bijna alle
goederen en schulden die echtgenoten/partners in het huwelijk of de
partnerregistratie hebben meegebracht gemeenschappelijk zijn. Dit geldt ook
voor de goederen die worden aangeschaft en schulden die ontstaan tijdens het
huwelijk of de partnerregistratie.
PARAGRAAF 4
Het ouderschapsplan is een verplicht onderdeel van ieder scheidingsverzoek van
paren met kinderen. Het ouderschapsplan dwingt ouders het welzijn van hun
kinderen voorop te stellen en goed te communiceren. Het uitgangspunt blijft dat
ouders samen het gezag hebben en een gelijkwaardige positie hebben in de
gezagsuitoefening.
Om een huwelijk door een echtscheiding te laten ontbinden is een rechterlijke
beslissing nodig. In de rechterlijke beslissing is de grond voor de echtscheiding
3