Rechtersrapport
Rechter:
Studentnummer:
Rota Kamer
Zaaknummer:
Telefoon:
Datum:
Griffier:
President:
Voorlopig vonnis
RECHTBANK ARNHEM
Sector civiel
Zaaknummer/rolnummer: 2013/3
Voorlopig vonnis
In de zaak van
Lucy de Oude,
Wonende te Bemmel,
Eisende partij,
Gemachtigde: mr. Kamphuis
Tegen:
Arnold Zigane,
Wonende te Nijmegen,
Gedaagde partij,
Gemachtigde: mr. Kedri
Partijen worden hierna aangeduid als: [eiser] en [gedaagde].
1 Het verloop van de procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- De dagvaarding van 9 oktober 2013;
- Conclusie van antwoord van 8 november 2013;
- De aantekening van de op 7 februari 2014 gehouden comparitie na antwoord.
1.2 Ten slotte is voorlopig vonnis bepaald.
,2 De feiten
2.1 Tijdens een rommelmarkt te Wijchen zijn [eiser] en [gedaagde] een koopovereenkomst
overeengekomen met de strekking tot levering van een viool tegen de betaling van een geldbedrag ter
hoogte van €50,-. Zowel de levering als de betaling van het geldbedrag hebben direct plaatsgevonden.
2.2 [Gedaagde] is een gerenommeerd violist. Dezelfde dag treft [gedaagde] een echtheidscertificaat aan
in de klankkast van de viool door het instrument uit elkaar te halen. Het blijkt te gaan om een
de
Italiaanse viool uit de 18 eeuw. [Gedaagde] schat de waarde van de viool na opknapping op
€80.000,-.
2.3 Twee weken na verkoopdatum krijgt [eiser] kennis van de werkelijke waarde van de viool op grond
van een gepubliceerd artikel in het regionaal dagblad. Hiertoe wil [eiser] de koop terugdraaien op
grond van dwaling, aangezien [eiser] geen weet had van de werkelijke waarde van de viool en
wanneer zij deze kennis wel had gehad niet akkoord was gegaan met de koopovereenkomst, al dan
niet onder dezelfde voorwaarden.
2.4 [Eiser] neemt contact op met [gedaagde] om de koop terug te draaien. [Gedaagde] gaat hier niet mee
akkoord. [Gedaagde] is van mening dat de verkopersdwaling voor rekening van de verkopende partij,
aldus [eiser], dient te komen.
2.5 [Eiser] brengt op 9 oktober 2013 een dagvaarding uit aan [gedaagde].
3 De vordering
[Eiser] vordert, kort gezegd, vernietiging van de koopovereenkomst op grond van (verkopers)dwaling, waarbij
de viool onder de feitelijke macht van [eiser] wordt gebracht, veroordeling van [gedaagde] in
buitengerechtelijke kosten ter hoogte van €1.158,- en in de proceskosten, bij uitvoerbaar bij voorraad te
verklaren vonnis.
4 Het verweer
[Gedaagde] concluderen tot niet-ontvankelijk verklaring van [eiser] in haar vorderingen, althans dat deze
vorderingen worden afgewezen, althans dat deze vorderingen bij eventuele toewijzing niet uitvoerbaar bij
voorraad worden verklaard, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten alsmede de eventuele nakosten te
vermeerderen met de wettelijke rente, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis.
5 De voorlopige beoordeling
5.1 De rechtsvraag in het onderhavige geval betreft in hoeverre de mededelingsplicht van [gedaagde]
strekt in het geval van wederzijdse dwaling, waarbij [eiser] haar onderzoeksplicht heeft verzaakt, maar
[gedaagde] over deskundige kennis beschikt over de zaak.
5.2 [Eiser] legt tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, kort en zakelijk weergegeven, de
volgende stellingen aan haar vorderingen ten grondslag. Er is sprake van wederzijdse dwaling,
aangezien beide partijen in beginsel geen weet hadden van de werkelijke waarde van de viool. Hiertoe
heeft [eiser] een onderzoeksplicht en [gedaagde], onder omstandigheden, een inlichtingenplicht.
Ondanks dat [eiser] haar onderzoeksplicht heeft verzaakt en dat de wederzijdse dwaling in beginsel
voor het risico van de verkopende partij komt behoort de dwaling in dit geval niet voor rekening van
[eiser] te komen aangezien [gedaagde] als gerenommeerd violist wist of had moeten weten dat
, echtheidscertificaten zich bevinden in de klankkast van een viool, dat deze de waarde aanzienlijk
vermeerderen en dit had moeten mededelen. Nu [gedaagde] dit heeft nagelaten heeft [gedaagde] zijn
mededelingsplicht verzaakt, waardoor de dwaling voor rekening van [gedaagde] dient te komen.
5.3 [Gedaagde] voert, kort en zakelijk weergeven, het volgende aan. [Gedaagde] stelt zich op hetzelfde
standpunt als [eiser] betreffende de wederzijdse dwaling. Echter voert [gedaagde] aan dat het risico in
dit geval voor rekening van [eiser] dient te komen wegens het verzaken van haar onderzoeksplicht.
Daarbij stelt [gedaagde] zich op het standpunt dat hij geenszins had kunnen weten dat de koop een
viool betrof met een echtheidscertificaat, aangezien deze niet zichtbaar was op eerste oog en
aangezien deze zich op een andere plaats bevond als normaliter het geval is. [Gedaagde] concludeert
dat, nu hij geen weet had van het bestaan van de echtheidscertificaat en dit ook niet had kunnen
weten, hij zijn mededelingsplicht niet heeft geschonden.
5.4 De rechtbank overweegt het volgende. In het onderhavige geval is er sprake van wederzijdse dwaling
zoals beschreven in artikel 6:228 lid 1 sub c Burgerlijk Wetboek. Rechtbank herhaalt de beslissing in HR
19 juni 1959, NJ 1960, 59 (De Kantharos van Stevensweert). [Eiser] komt geen beroep op vernietiging
toe op grond van het enkele feit dat [eiser] geen weet had van een bepaalde eigenschap van de zaak
en indien zij wel bekendheid had gehad van deze eigenschap de zaak niet zou hebben verkocht of niet
onder dezelfde voorwaarden. Naar in het verkeer gangbare opvatting draagt degene die een hem
toebehorende zaak van de hand doet het risico dat de zaak bepaalde hoedanigheden blijkt te bezitten
waarvan hij ten tijde van de verkoop geen vermoeden kon hebben. [Eiser] draagt het verkopersrisico.
Dit risico weegt nog zwaarder nu [eiser] haar onderzoeksplicht heeft nagelaten. [Eiser] had weet
kunnen hebben van de waarde van de zaak indien zij hiernaar onderzoek had verricht.
5.5 Uitzondering op deze regel is mogelijk op grond van nevenomstandigheden, waarbij in het bijzonder
moet worden gedacht aan het geval waarin de koper de verkoper had kunnen inlichten omtrent de
eigenschappen van zaak en hiertoe, naar de eisen van goede trouw, gehouden was.
5.6 Rechtbank concludeert dat in het onderhavige geval niet is aangetoond dat [gedaagde] zijn
mededelingsplicht heeft geschonden, aangezien als vaststaand feit wordt beschouwd dat er sprake
was van wederzijds dwalen. [Gedaagde] was gehouden het eventuele bestaan van een
echtheidscertificaat te melden, maar het is voor [gedaagde] niet mogelijk mededelingen te doen over
eigenschappen waarover hij zelf dwaalt. Aldus kan een beroep op een vernietigingsgrond in het
onderhavige geval niet worden gerechtvaardigd door nevenomstandigheden. De dwaling komt voor
rekening van de [eiser] op grond van artikel 6:228 lid 2 BW.
6 De voorlopige beslissing
De rechtbank
6.1 wijst de vordering af en laat de koopovereenkomst in stand.
6.2 Veroordeelt [eiser] in de proceskosten.
6.3 Verklaart dit voorlopige vonnis voor zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit voorlopig vonnis is gewezen door mr. V.J.M. Theunissen.
Rechter:
Studentnummer:
Rota Kamer
Zaaknummer:
Telefoon:
Datum:
Griffier:
President:
Voorlopig vonnis
RECHTBANK ARNHEM
Sector civiel
Zaaknummer/rolnummer: 2013/3
Voorlopig vonnis
In de zaak van
Lucy de Oude,
Wonende te Bemmel,
Eisende partij,
Gemachtigde: mr. Kamphuis
Tegen:
Arnold Zigane,
Wonende te Nijmegen,
Gedaagde partij,
Gemachtigde: mr. Kedri
Partijen worden hierna aangeduid als: [eiser] en [gedaagde].
1 Het verloop van de procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- De dagvaarding van 9 oktober 2013;
- Conclusie van antwoord van 8 november 2013;
- De aantekening van de op 7 februari 2014 gehouden comparitie na antwoord.
1.2 Ten slotte is voorlopig vonnis bepaald.
,2 De feiten
2.1 Tijdens een rommelmarkt te Wijchen zijn [eiser] en [gedaagde] een koopovereenkomst
overeengekomen met de strekking tot levering van een viool tegen de betaling van een geldbedrag ter
hoogte van €50,-. Zowel de levering als de betaling van het geldbedrag hebben direct plaatsgevonden.
2.2 [Gedaagde] is een gerenommeerd violist. Dezelfde dag treft [gedaagde] een echtheidscertificaat aan
in de klankkast van de viool door het instrument uit elkaar te halen. Het blijkt te gaan om een
de
Italiaanse viool uit de 18 eeuw. [Gedaagde] schat de waarde van de viool na opknapping op
€80.000,-.
2.3 Twee weken na verkoopdatum krijgt [eiser] kennis van de werkelijke waarde van de viool op grond
van een gepubliceerd artikel in het regionaal dagblad. Hiertoe wil [eiser] de koop terugdraaien op
grond van dwaling, aangezien [eiser] geen weet had van de werkelijke waarde van de viool en
wanneer zij deze kennis wel had gehad niet akkoord was gegaan met de koopovereenkomst, al dan
niet onder dezelfde voorwaarden.
2.4 [Eiser] neemt contact op met [gedaagde] om de koop terug te draaien. [Gedaagde] gaat hier niet mee
akkoord. [Gedaagde] is van mening dat de verkopersdwaling voor rekening van de verkopende partij,
aldus [eiser], dient te komen.
2.5 [Eiser] brengt op 9 oktober 2013 een dagvaarding uit aan [gedaagde].
3 De vordering
[Eiser] vordert, kort gezegd, vernietiging van de koopovereenkomst op grond van (verkopers)dwaling, waarbij
de viool onder de feitelijke macht van [eiser] wordt gebracht, veroordeling van [gedaagde] in
buitengerechtelijke kosten ter hoogte van €1.158,- en in de proceskosten, bij uitvoerbaar bij voorraad te
verklaren vonnis.
4 Het verweer
[Gedaagde] concluderen tot niet-ontvankelijk verklaring van [eiser] in haar vorderingen, althans dat deze
vorderingen worden afgewezen, althans dat deze vorderingen bij eventuele toewijzing niet uitvoerbaar bij
voorraad worden verklaard, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten alsmede de eventuele nakosten te
vermeerderen met de wettelijke rente, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis.
5 De voorlopige beoordeling
5.1 De rechtsvraag in het onderhavige geval betreft in hoeverre de mededelingsplicht van [gedaagde]
strekt in het geval van wederzijdse dwaling, waarbij [eiser] haar onderzoeksplicht heeft verzaakt, maar
[gedaagde] over deskundige kennis beschikt over de zaak.
5.2 [Eiser] legt tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, kort en zakelijk weergegeven, de
volgende stellingen aan haar vorderingen ten grondslag. Er is sprake van wederzijdse dwaling,
aangezien beide partijen in beginsel geen weet hadden van de werkelijke waarde van de viool. Hiertoe
heeft [eiser] een onderzoeksplicht en [gedaagde], onder omstandigheden, een inlichtingenplicht.
Ondanks dat [eiser] haar onderzoeksplicht heeft verzaakt en dat de wederzijdse dwaling in beginsel
voor het risico van de verkopende partij komt behoort de dwaling in dit geval niet voor rekening van
[eiser] te komen aangezien [gedaagde] als gerenommeerd violist wist of had moeten weten dat
, echtheidscertificaten zich bevinden in de klankkast van een viool, dat deze de waarde aanzienlijk
vermeerderen en dit had moeten mededelen. Nu [gedaagde] dit heeft nagelaten heeft [gedaagde] zijn
mededelingsplicht verzaakt, waardoor de dwaling voor rekening van [gedaagde] dient te komen.
5.3 [Gedaagde] voert, kort en zakelijk weergeven, het volgende aan. [Gedaagde] stelt zich op hetzelfde
standpunt als [eiser] betreffende de wederzijdse dwaling. Echter voert [gedaagde] aan dat het risico in
dit geval voor rekening van [eiser] dient te komen wegens het verzaken van haar onderzoeksplicht.
Daarbij stelt [gedaagde] zich op het standpunt dat hij geenszins had kunnen weten dat de koop een
viool betrof met een echtheidscertificaat, aangezien deze niet zichtbaar was op eerste oog en
aangezien deze zich op een andere plaats bevond als normaliter het geval is. [Gedaagde] concludeert
dat, nu hij geen weet had van het bestaan van de echtheidscertificaat en dit ook niet had kunnen
weten, hij zijn mededelingsplicht niet heeft geschonden.
5.4 De rechtbank overweegt het volgende. In het onderhavige geval is er sprake van wederzijdse dwaling
zoals beschreven in artikel 6:228 lid 1 sub c Burgerlijk Wetboek. Rechtbank herhaalt de beslissing in HR
19 juni 1959, NJ 1960, 59 (De Kantharos van Stevensweert). [Eiser] komt geen beroep op vernietiging
toe op grond van het enkele feit dat [eiser] geen weet had van een bepaalde eigenschap van de zaak
en indien zij wel bekendheid had gehad van deze eigenschap de zaak niet zou hebben verkocht of niet
onder dezelfde voorwaarden. Naar in het verkeer gangbare opvatting draagt degene die een hem
toebehorende zaak van de hand doet het risico dat de zaak bepaalde hoedanigheden blijkt te bezitten
waarvan hij ten tijde van de verkoop geen vermoeden kon hebben. [Eiser] draagt het verkopersrisico.
Dit risico weegt nog zwaarder nu [eiser] haar onderzoeksplicht heeft nagelaten. [Eiser] had weet
kunnen hebben van de waarde van de zaak indien zij hiernaar onderzoek had verricht.
5.5 Uitzondering op deze regel is mogelijk op grond van nevenomstandigheden, waarbij in het bijzonder
moet worden gedacht aan het geval waarin de koper de verkoper had kunnen inlichten omtrent de
eigenschappen van zaak en hiertoe, naar de eisen van goede trouw, gehouden was.
5.6 Rechtbank concludeert dat in het onderhavige geval niet is aangetoond dat [gedaagde] zijn
mededelingsplicht heeft geschonden, aangezien als vaststaand feit wordt beschouwd dat er sprake
was van wederzijds dwalen. [Gedaagde] was gehouden het eventuele bestaan van een
echtheidscertificaat te melden, maar het is voor [gedaagde] niet mogelijk mededelingen te doen over
eigenschappen waarover hij zelf dwaalt. Aldus kan een beroep op een vernietigingsgrond in het
onderhavige geval niet worden gerechtvaardigd door nevenomstandigheden. De dwaling komt voor
rekening van de [eiser] op grond van artikel 6:228 lid 2 BW.
6 De voorlopige beslissing
De rechtbank
6.1 wijst de vordering af en laat de koopovereenkomst in stand.
6.2 Veroordeelt [eiser] in de proceskosten.
6.3 Verklaart dit voorlopige vonnis voor zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit voorlopig vonnis is gewezen door mr. V.J.M. Theunissen.