HOOFDSTUK 3: DE 18DE EEUW
21. De Verlichting
Wetenschap en geloof
- 16e en 17e eeuw: heersende cultuurstroming was Renaissance. In 18e eeuw ontstond de
grote geestelijke stroming de Verlichting.
Gevoel van duidelijke en heldere wereld, dus een ‘’verlichte’’ wereld. Men had als ware
altijd in geestelijke duisternis geleefd, hier kwam nu einde aan dankzij inzichten opgedaan in
de Renaissance ontwikkeld door 18e -eeuwse denkers.
- Wetenschap snel ontwikkeld: Mensen voelen niet gebonden aan Kerk of overheden. Dus
onderzoek hoe wereld in elkaar zat (empirisme), hierdoor nieuwe wetenschappelijke
inzichten.
- Rationalisme: opvatting dat menselijke ratio (verstand, rede) in staat was alles op te lossen.
Verlichting hierom ook wel ‘’Tijdperk van de Rede’’ .
- Deïsme: Opvatting dat er wel een Opperwezen bestaat maar dat verering in de vorm van
godsdienst zinloos is.
Voltaire verdedigde daarom gelijkheid van alle godsdiensten en propageerde het idee
der tolerantie (verdraagzaamheid) : Iedereen moet kunnen denken en geloven wat hij wil en
overheden – wereldlijke zowel als geestelijke – hebben daar niets mee te maken
Politiek en Economie
- Politiek bepleitten denkers als John Locke en Montesquieu de trias politica:
Opvatting dat de uitvoerende macht (regering), de wetgevende macht (parlement) en
de rechterlijke macht gescheiden moeten zijn. Dit betekent dat regering gecontroleerd word
door vertegenwoordigers van het volk en dat rechters kunnen oordelen aan de hand van
wetten en onafhankelijk van wat de overheid wenst.
- Monarchie en godsdienst worden gezien als behoudzucht en domheid: staan ontplooiing
van de menselijke capaciteiten in de weg met alle ver- en geboden.
- Liberalisme: Streven naar grotere vrijheid: Overheid moet zich zo weinig mogelijk
bemoeien met de economie, maar moet die overlaten aan marktmechanisme(vraag en
aanbod)(Adam Smith)
Optimisme
- Door vertrouwen optimistische denkers: Als mens goede leert gedraagt hij zich ook zo.
Vandaar belang bij onderwijs en opvoeding. Op wetenschappelijk gebied verwachting dat
binnen afzienbare tijd problemen op gelost zouden worden en op maatschappelijk gebied
ontstaan idee van de ‘’maakbaarheid’’ vd samenleving.
Invloed
21. De Verlichting
Wetenschap en geloof
- 16e en 17e eeuw: heersende cultuurstroming was Renaissance. In 18e eeuw ontstond de
grote geestelijke stroming de Verlichting.
Gevoel van duidelijke en heldere wereld, dus een ‘’verlichte’’ wereld. Men had als ware
altijd in geestelijke duisternis geleefd, hier kwam nu einde aan dankzij inzichten opgedaan in
de Renaissance ontwikkeld door 18e -eeuwse denkers.
- Wetenschap snel ontwikkeld: Mensen voelen niet gebonden aan Kerk of overheden. Dus
onderzoek hoe wereld in elkaar zat (empirisme), hierdoor nieuwe wetenschappelijke
inzichten.
- Rationalisme: opvatting dat menselijke ratio (verstand, rede) in staat was alles op te lossen.
Verlichting hierom ook wel ‘’Tijdperk van de Rede’’ .
- Deïsme: Opvatting dat er wel een Opperwezen bestaat maar dat verering in de vorm van
godsdienst zinloos is.
Voltaire verdedigde daarom gelijkheid van alle godsdiensten en propageerde het idee
der tolerantie (verdraagzaamheid) : Iedereen moet kunnen denken en geloven wat hij wil en
overheden – wereldlijke zowel als geestelijke – hebben daar niets mee te maken
Politiek en Economie
- Politiek bepleitten denkers als John Locke en Montesquieu de trias politica:
Opvatting dat de uitvoerende macht (regering), de wetgevende macht (parlement) en
de rechterlijke macht gescheiden moeten zijn. Dit betekent dat regering gecontroleerd word
door vertegenwoordigers van het volk en dat rechters kunnen oordelen aan de hand van
wetten en onafhankelijk van wat de overheid wenst.
- Monarchie en godsdienst worden gezien als behoudzucht en domheid: staan ontplooiing
van de menselijke capaciteiten in de weg met alle ver- en geboden.
- Liberalisme: Streven naar grotere vrijheid: Overheid moet zich zo weinig mogelijk
bemoeien met de economie, maar moet die overlaten aan marktmechanisme(vraag en
aanbod)(Adam Smith)
Optimisme
- Door vertrouwen optimistische denkers: Als mens goede leert gedraagt hij zich ook zo.
Vandaar belang bij onderwijs en opvoeding. Op wetenschappelijk gebied verwachting dat
binnen afzienbare tijd problemen op gelost zouden worden en op maatschappelijk gebied
ontstaan idee van de ‘’maakbaarheid’’ vd samenleving.
Invloed