Maatschappijleer samenvatting 3.6,3.7,3.8 en 3.9
3.6 invloed op politieke besluiten
• Hoe het systeemmodel van Easton werkt?
Systeemtheorie van David Easton. Het systeem in theorie werkt niet altijd zo
in praktijk
Vier fasen:
1. Invoerfase:
Actoren (poortwachters van de democratie), zoals burgers of
actiegroepen, brengen hun eisen en wensen naar voren in bijvoorbeeld de
krant, sociale media en op tv of ze gaan naar een wethouder of
gemeenteraadslid van hun gemeente. Kwesties komen via media,
pressiegroepen en oppositiepartijen op de politieke agenda te staan.
2. Omzettingsfase:
Politici pakken de kwestie op. Kamer vraagt aan de verantwoordelijke
minister wat hij er aan gaat doen. Om een oplossing te vinden wordt er
gekeken naar de belangen van de verschillende betrekken groepen.
Vervolgens vraagt de minister aan zijn ambtenaren om de kwestie te
onderzoeken en een advies op te stellen (beleidsvoorbereiding). De
minister stelt daarna een oplossing voor in de vorm van een maatregel of
regeling of hij laat zijn ambtenaren een wetvoorstel maken. Parlement
stemt. Kamerleden verzamelen info om te bepalen of het verworpen,
aangenomen of aangepast moet worden (beleidsbepaling).
3. Uitvoerfase:
Ambtenaren zorgen ervoor dat politieke besluiten worden uitgevoerd.
Minister zijn verantwoordelijk.
4. Terugkoppelingsfase:
kijken of de aanpak werkt. Effect van besluiten bekijken. Soms ontstaat er
juist een nieuw probleem of de maatregel werkt niet, dan begint de
besluitvorming weer opnieuw.
• Welke actoren en factoren invloed hebben op de politieke besluitvorming?
Omgevingsfactoren kunnen besluitvorming bemoeilijken of zelfs verstoren.
Onderverdeeld in events en trends
Events: onvoorziene gebeurtenis. Plannen moeten bijgesteld worden of er zijn
plotseling compleet nieuwe maatregelingen nodig.
Trends: ontwikkelingen die je wel kan zien aankomen. Hiermee kan je rekening
houden bij besluitvorming.
Politieke actoren zijn alle individuele burgers, groepen, bestuursorganen en
instanties die betrokken zij bij het politieke besluitvormingsproces. Ministers
halen informatie uit hun.
Politieke debat: wisselwerking tussen deze actoren.
, 5 actoren die een rol spelen in het politieke debat:
burgers: stemmen, actie uitvoeren (demonstreren), lid worden (politiek partij),
media, spreek in (gemeenteraad), burgerinitiatief (handtekeningen), een
bezwaarschrift, petitie, burgerlijke ongehoorzaamheid.
Actie- en belangengroepen: oefenen druk uit op politici om ze voor hun
standpunten te winnen. 2 manieren. Lobbyen is via persoonlijk contact proberen
steun te krijgen voor je standpunten en belangen. Het is van belang om veel
politici te kennen. De tweede manier is actie voeren
(demonstreren).Belanggroepen: komen op voor specifieke belangen van 1
bepaalde groep uit de samenleving. Actiegroepen: opgericht om 1 bepaalde
doelstelling te bereiken.
Bedrijven: maken gebruik van lobbyisten. Via lobbyisten proberen bedrijven de
wet- en regelgeving te beïnvloeden. Grote bedrijven sturen professionele
lobbyisten. Belangen van berdrijf is groot, dus kost vee geld.
Ambtenaren: ambtenaren hebben veel kennis (vooral top ambtenaren) en maken
wetvoorstellen. Ze zijn de vierde macht.
Media: heeft 5 politieke functies. Informatieve functie, onderzoekende of
agendafunctie, commentaarfunctie, platformfunctie, controlerende functie. WOB
verplicht de overheid om informatie openbaar te maken. Pluriformiteit in de
media is belangrijk om uit verschillende standpunten te bekijken.
3.7 gemeente en provincie
Subsidiariteitsbeginsel: hogere instanties voeren geen taken uit die lageren
instanties kunnen doen. Redenen hiervoor:
- Verschillende specifieke problemen per gemeente of provincie.
- Inwoners van verschillende provincies en gemeenten hebben meer
mogelijkheden om politieke besluitvorming te beïnvloeden.
Provincies hebben vooral taken op de termijnen ruimtelijke ordering en milieu. In
de structuurvisie van de provincie staan de plannen voor de indeling van de
ruimte.
Elk 4 jaar verkiezingen voor de provinciale staten. De provinciale staten kiezen
de leden van de eerste kamer en de leden van de gedeputeerde staten (dagelijks
bestuur van de provincie). De voorzitter van de gedeputeerde staten en de
provinciale staten is de commissaris van de koning. Hij of zij wordt benoemd.
Waterschappen houden zich bezig met water, dijken en polders. Het wordt geleid
door een dijkgraaf. Elk 4 jaar verkiezingen.
Bestuurslaag die het dichts bij de burger staat is de gemeente. De gemeente
zorgt ervoor dat de openbare leven in de gemeente goed verloopt. Vult de
provinciale structuurversie gedetailleerd in door middel van
bestemmingsplannen.
Taakverdeling:
3.6 invloed op politieke besluiten
• Hoe het systeemmodel van Easton werkt?
Systeemtheorie van David Easton. Het systeem in theorie werkt niet altijd zo
in praktijk
Vier fasen:
1. Invoerfase:
Actoren (poortwachters van de democratie), zoals burgers of
actiegroepen, brengen hun eisen en wensen naar voren in bijvoorbeeld de
krant, sociale media en op tv of ze gaan naar een wethouder of
gemeenteraadslid van hun gemeente. Kwesties komen via media,
pressiegroepen en oppositiepartijen op de politieke agenda te staan.
2. Omzettingsfase:
Politici pakken de kwestie op. Kamer vraagt aan de verantwoordelijke
minister wat hij er aan gaat doen. Om een oplossing te vinden wordt er
gekeken naar de belangen van de verschillende betrekken groepen.
Vervolgens vraagt de minister aan zijn ambtenaren om de kwestie te
onderzoeken en een advies op te stellen (beleidsvoorbereiding). De
minister stelt daarna een oplossing voor in de vorm van een maatregel of
regeling of hij laat zijn ambtenaren een wetvoorstel maken. Parlement
stemt. Kamerleden verzamelen info om te bepalen of het verworpen,
aangenomen of aangepast moet worden (beleidsbepaling).
3. Uitvoerfase:
Ambtenaren zorgen ervoor dat politieke besluiten worden uitgevoerd.
Minister zijn verantwoordelijk.
4. Terugkoppelingsfase:
kijken of de aanpak werkt. Effect van besluiten bekijken. Soms ontstaat er
juist een nieuw probleem of de maatregel werkt niet, dan begint de
besluitvorming weer opnieuw.
• Welke actoren en factoren invloed hebben op de politieke besluitvorming?
Omgevingsfactoren kunnen besluitvorming bemoeilijken of zelfs verstoren.
Onderverdeeld in events en trends
Events: onvoorziene gebeurtenis. Plannen moeten bijgesteld worden of er zijn
plotseling compleet nieuwe maatregelingen nodig.
Trends: ontwikkelingen die je wel kan zien aankomen. Hiermee kan je rekening
houden bij besluitvorming.
Politieke actoren zijn alle individuele burgers, groepen, bestuursorganen en
instanties die betrokken zij bij het politieke besluitvormingsproces. Ministers
halen informatie uit hun.
Politieke debat: wisselwerking tussen deze actoren.
, 5 actoren die een rol spelen in het politieke debat:
burgers: stemmen, actie uitvoeren (demonstreren), lid worden (politiek partij),
media, spreek in (gemeenteraad), burgerinitiatief (handtekeningen), een
bezwaarschrift, petitie, burgerlijke ongehoorzaamheid.
Actie- en belangengroepen: oefenen druk uit op politici om ze voor hun
standpunten te winnen. 2 manieren. Lobbyen is via persoonlijk contact proberen
steun te krijgen voor je standpunten en belangen. Het is van belang om veel
politici te kennen. De tweede manier is actie voeren
(demonstreren).Belanggroepen: komen op voor specifieke belangen van 1
bepaalde groep uit de samenleving. Actiegroepen: opgericht om 1 bepaalde
doelstelling te bereiken.
Bedrijven: maken gebruik van lobbyisten. Via lobbyisten proberen bedrijven de
wet- en regelgeving te beïnvloeden. Grote bedrijven sturen professionele
lobbyisten. Belangen van berdrijf is groot, dus kost vee geld.
Ambtenaren: ambtenaren hebben veel kennis (vooral top ambtenaren) en maken
wetvoorstellen. Ze zijn de vierde macht.
Media: heeft 5 politieke functies. Informatieve functie, onderzoekende of
agendafunctie, commentaarfunctie, platformfunctie, controlerende functie. WOB
verplicht de overheid om informatie openbaar te maken. Pluriformiteit in de
media is belangrijk om uit verschillende standpunten te bekijken.
3.7 gemeente en provincie
Subsidiariteitsbeginsel: hogere instanties voeren geen taken uit die lageren
instanties kunnen doen. Redenen hiervoor:
- Verschillende specifieke problemen per gemeente of provincie.
- Inwoners van verschillende provincies en gemeenten hebben meer
mogelijkheden om politieke besluitvorming te beïnvloeden.
Provincies hebben vooral taken op de termijnen ruimtelijke ordering en milieu. In
de structuurvisie van de provincie staan de plannen voor de indeling van de
ruimte.
Elk 4 jaar verkiezingen voor de provinciale staten. De provinciale staten kiezen
de leden van de eerste kamer en de leden van de gedeputeerde staten (dagelijks
bestuur van de provincie). De voorzitter van de gedeputeerde staten en de
provinciale staten is de commissaris van de koning. Hij of zij wordt benoemd.
Waterschappen houden zich bezig met water, dijken en polders. Het wordt geleid
door een dijkgraaf. Elk 4 jaar verkiezingen.
Bestuurslaag die het dichts bij de burger staat is de gemeente. De gemeente
zorgt ervoor dat de openbare leven in de gemeente goed verloopt. Vult de
provinciale structuurversie gedetailleerd in door middel van
bestemmingsplannen.
Taakverdeling: