WAT IS SOCIALE PSYCHOLOGIE?
Sociale psychologie = de wetenschappelijke studie van de manier waarop de gedachten,
gevoelens en acties van mensen worden beïnvloed door de werkelijke of ingebeelde
aanwezigheid van anderen.
Sociale invloed = het effect dat woorden, acties of louter de aanwezigheid van anderen
hebben op onze gedachten, gevoelens, attitudes en gedragingen.
Deze invloed kan directe zijn (persuasieve communicatie), bewuste pogingen tot
overreding bv. reclame die mensen aanzet tot het kopen van een product, of indirect zijn,
invloed door aanwezigheid of door overdracht van culturele normen en waarden bv. je
anders gedragen wanneer een leerkracht aanwezig is.
Vaak schrijven mensen gedrag toe aan persoonlijkheid, terwijl de situatie vaak grotere
invloed heeft. Sociale psychologie focust daarom op de omstandigheden die bepaald
gedrag uitlokken. Dit staat in contrast met de intuïtieve neiging om gedrag vooral
persoonsgebonden te verklaren.
Een centrale vraag binnen de sociale psychologie is: waardoor gedragen mensen zich
zoals ze doen?
Constructen en het sociale brein
Sociale psychologie onderscheidt zich van andere sociale wetenschappen vanwege de
nadruk op de constructen van mensen. Constructen = manier waarop mensen de sociale
wereld waarnemen, interpreteren en begrijpen.
Mensen construeren hun eigen werkelijkheid op basis van persoonlijke interpretaties.
Mensen zijn zich niet altijd bewust van wat hun gedrag beïnvloedt (onbewuste processen)
en maken daarom soms foute interpretaties -> “Telling more than we can know”.
Wetenschappelijke methode in de sociale psychologie
Filosofisch debat: Descartes: informatie komt binnen -> we beoordelen of ze waar is <->
Spinoza: informatie wordt eerst als waar aanvaard -> daarna pas eventueel verworpen.
Psychologisch onderzoek toont dat wanneer het redeneerproces wordt onderbroken,
mensen informatie automatisch als waar beschouwen (Spinoza).
Sociale psychologen gebruiken de empirische methode: onderzoek gebaseerd op directe
of eigen waarneming.
Start met het formuleren van hypothesen (toetsbare veronderstellingen). Omdat mensen
hun eigen denkprocessen niet volledig kunnen rapporteren, volstaan zelfrapportages
vaak niet.
Sociale psychologie vs. andere disciplines
Sociologie: richt zich op groepen en samenlevingen, niet op het individu, zoekt algemene
wetten en theorieën.
1
,Persoonlijkheidspsychologie: focus op individuele verschillen, persoonlijkheidstrekken (bv.
Big Five: extraversie, openheid, vriendelijkheid, emotionele stabiliteit, ordelijkheid).
Sociale psychologie: onderzoekt mentale processen die mensen gemeen hebben en die
hen geschikt maken voor sociale beïnvloedingen. Doel: begrijpen hoe sociale situaties het
individu beïnvloeden. Zoekt universele mechanismen van sociale beïnvloedbaarheid.
De kracht van de situatie
Mensen maken vaak de fundamentele attributiefout: de neiging om gedrag te verklaren
vanuit persoonlijkheid en de invloed van de situatie te onderschatten. Bv. blauw en rood
T-shirt leidt spontaan tot groepsvorming; community game vs Wall Street game: de naam
beïnvloedt competitief gedrag sterker dan persoonlijkheid.
Attribueren (= oorzaken toekennen) geeft mensen gevoel van controle en veiligheid “dit
zal mij niet overkomen”.
De kracht van sociale beïnvloeding
De manier waarop mensen een situatie construeren, beïnvloedt hun gevoelens en
gedrag.
Behaviorisme (Skinner): gedrag wordt verklaard door omgeving en bekrachtiging.
Mentale processen (denken, voelen) worden genegeerd.
Gestaltpsychologie: benadrukt het belang van het bestuderen van de subjectieve
ervaring. Focus op de fenomenologie: hoe mensen situaties als geheel ervaren, niet als
losse elementen. “The whole is more than the sum of its parts”. Mensen interpreteren
actief de werkelijkheid (bv. losse puntjes worden als een lijn gezien). Ons brein verwacht
iets in bepaalde situaties, en als het genoeg lijkt op wat je verwacht zie je dat ook, terwijl
het er niet is. Kurt Lewin paste gestaltprincipes toe op sociaal gedrag.
Naïef realisme = de neiging om te geloven dat je eigen standpunt de waarheid is. In
conflicten denk je dat de ander bevooroordeeld of fout is.
WAAR CONSTRUCTIES VANDAAN KOMEN: FUNDAMENTELE MENSELIJKE
MOTIEVEN
Interpretatie van de omgeving wordt door 2 belangrijke factoren beïnvloedt: de primaire
behoefte om zich goed te voelen over zichzelf (positieve zelfwaardering) en zo accuraat
(= nauwkeurig) mogelijk zijn.
De benadering van ZELFRESPECT (het zelfverheffingsmotief): de behoefte om een hoog
zelfbeeld te hebben
Self-esteem = iemands evaluatie van zijn eigenwaarde (as good, competent en moral).
Volgens de evolutionaire psychologie is de eigenwaarde geworteld in de behoefte van een
persoon aan een positieve sociale reputatie (goede status), die noodzakelijk is voor
samenwerking en dus voor overleving. Het zelfverheffingsmotief is de voorkeur die
mensen hebben voor informatie die hen in een positief daglicht stelt en die hun
zelfwaardering doet stijgen.
2
,Probleem: kan leiden tot vertekening van de werkelijkheid! Bv. om zich niet gek te voelen,
tijdens de uniefdoop bijvoorbeeld, rechtvaardigen mensen hun beslissing door hun
ervaring positief te verdraaien.
De sociale cognitiebenadering (het accuraatheidsmotief): de noodzaak om nauwkeurig te
zijn
Sociale cognitie = hoe mensen denken over zichzelf en de sociale wereld.
Het brein moet juiste beslissingen maken. Acuraat zijn is essentieel voor de (sociale)
overleving. Dit kan leiden tot problemen als we niet over alle informatie beschikken. Onze
verwachtingen maken dat we de werkelijkheid vervormen of zelfs veranderen -> self-
fulfilling prophecy: verwachtingen die je vooraf creëert worden waarheid wegens je
handelingen Bv. we denken “hij is onaangenaam” -> we doen onaangenaam ->
onaangename relatie. Experiment: etiket ‘hoogvlieger’ lln -> leraar gedraagt zich anders
(meer aandacht en oef.) -> lln slaagt beter.
SOCIALE PSYCHOLOGIE EN SOCIALE PROBLEMEN
Sociale psychologen worden gemotiveerd door nieuwsgierigheid om sociale gedrag te
bestuderen (= basis of fundamenteel onderzoek) en de wens om maatschappelijke
problemen op te lossen (= maatschappelijk georiënteerd of klinische onderzoek). Bv.
autisme = afwijking in kleine hersenen -> experimenteren of het stimuleren van de kleine
hersenen autisme kan genezen.
Bystander effect
= verminderde neiging om hulp te bieden wanneer er meerdere omstanders aanwezig
zijn. Kitty Genovese werd aangevallen zonder dat getuigen ingrepen. Mensen denken dat
anderen wel zullen helpen, wat leidt tot diffusie van verantwoordelijkheid. Hoe meer
omstanders er zijn, hoe minder verantwoordelijk elk individu zich voelt. Daarnaast kan
het uitblijven van reacties van anderen ervoor zorgen dat de situatie niet als een
noodsituatie wordt geïnterpreteerd, waardoor men zelf ook niet ingrijpt.
Gehoorzaamheid aan autoriteit
Stanley Milgrams hypothese: wanneer mensen worden bevolen door een legitieme
autoriteit, gehoorzamen ze meestal. Vertrekt van maatschappelijk fenomeen: blinde
gehoorzaamheid aan boosaardige autoriteit (Hitler).
Experiment: leraar moet leerling elektrische shock geven als hij fout antwoord
‐ leraar ziet leerling niet, hoort hem wel: 65% gaat tot de dodelijke shock toedienen
‐ verhoogde auditieve nabijheid (via luidspreker: eist stopzetting!): 62,5%
maximumschok
‐ auditieve + visuele nabijheid: 40% maximumschok
‐ auditieve, visuele en tactiele nabijheid (eist stopzetting en weigert hand op
schokplaat te leggen -> leerkracht moet leerling vastzetten aan plaat): 30%
maximumschok
hoe meer je met het lijden geconfronteerd wordt, hoe minder je tot het uiterste zal
gaan.
Alternatieve situaties:
3
, ‐ hartkwaal: ±63% maximumschok
‐ vrouw: 65% maximumschok
‐ geen associatie met Yale Univ: “Research Associates of Bridgeport”: 47,5%
maximumschok
‐ leraar telefonisch verbonden met proefleider: 22,5% maximumschok
‐ 2 onwillige ‘leraren’: 10% maximumschok
‐ leraar mag zelf de intensiteit kiezen: 2,5 % maximumschok
‐ 2 proefleiders zijn oneens over instructies: 0% maximumschok
Gevangenis experiment
Hypothese: het toewijzen van een rol (bewaker of gevangene) heeft effect op het gedrag.
Vroegtijdig moeten stopzetten van experiment, maar bleek uiteindelijk dat het
experiment vals was…
4