Thema 1
1.1
Beschrijven waarom wetenschap wordt beoefend
Wetenschap wordt beoefend als een systematische zoektocht naar kennis, waarbij die
kennis via een gestructureerde methode wordt verkregen. Het primaire doel is het kennen
en begrijpen van de werkelijkheid om ons heen.
Dit systematische proces is noodzakelijk vanwege de inherente tekortkomingen van de
menselijke informatieverwerking:
• Verstoring van de Geest: De menselijke geest is gevoelig voor vertekeningen, zoals
de wens dat een bepaalde uitkomst klopt (bijvoorbeeld dat een superfood werkt).
Onze subjectieve ideeën over de werkelijkheid zijn niet zomaar te vertrouwen.
• Systematiek en Objectiviteit: Wetenschappelijk onderzoek gebruikt
systematische methoden van informatieverzameling en -verwerking om de
werkelijkheid in kaart te brengen. Alleen door systematiek en objectiviteit kan het
onderzoek de subjectieve oordeelsvorming ontstijgen.
• Maatschappelijke Impact: De verkregen wetenschappelijke kennis vormt de basis
voor:
o Beïnvloeding van de Wereld: Het onderbouwen van interventies en
adviezen (bijv. voedingsadviezen, lesmethoden).
o Betrouwbare Richtlijnen: Het baseren van diagnostische en
behandelstandaarden (zoals die van het NHG) op bewijs in plaats van op
anekdotische of subjectieve ervaringen. De zoektocht naar kennis moet
plaatsvinden met integriteit, zoals vastgelegd in de European Code of
Conduct for Research Integrity.
Beschrijven wat de empirische onderzoekscyclus is en uit welke fasen deze bestaat
De empirische onderzoekscyclus is een systematisch en iteratief proces dat ten
grondslag ligt aan de wetenschappelijke methode, waarbij empirisch onderzoek (data
verzamelen) centraal staat.
De cyclus bestaat uit vijf opeenvolgende fasen:
1. Onderzoeksvraag formuleren: Het startpunt dat de onderzoeksopzet bepaalt.
, 2. Studie ontwerpen: Het vaststellen van de onderzoeksmethoden, inclusief analyses
zoals poweranalyses.
3. Data verzamelen: Het verzamelen van de feitelijke data volgens het ontwerp.
4. Data analyseren: Het verwerken en interpreteren van de verzamelde data.
5. Rapporteren: Het publiceren van het proces en de uitkomsten, wat vaak leidt tot
nieuwe onderzoeksvragen en daarmee de cyclus herstart.
Preregistratie: Hoewel de fasen elkaar in de praktijk kunnen overlappen (iteratief), is het
essentieel dat de onderzoeksvraag, het ontwerp en het analyseplan vastliggen voordat
data worden verzameld of geanalyseerd. Het vastleggen van deze plannen wordt
preregistratie genoemd. Preregistratie zorgt ervoor dat het onderzoek leidt tot zuivere
kennis en verkleint de kans op publication bias.
Publication bias is de neiging van wetenschappelijke tijdschriften (journals) om
voornamelijk studies te publiceren die een significant effect laten zien.
Dit betekent:
• Voorkeur voor Effecten: Artikelen waarbij de getoetste theorie overeenkomt met
de gevonden data (en dus een effect aantonen), hebben een grotere kans op
acceptatie en publicatie.
• Achterhouden van Null-resultaten: Studies die géén effect laten zien
(zogenaamde null-results) of studies met een onverwachte uitkomst, worden vaker
afgewezen of door de onderzoekers zelf niet ingediend, uit angst voor afwijzing.
• Gevolg: Dit leidt tot een vertekend beeld in de wetenschappelijke literatuur, waarbij
effecten robuuster (meer betrouwbaar) lijken dan ze in werkelijkheid zijn. Het is
een van de oorzaken die heeft bijgedragen aan de replicatiecrisis, omdat effecten
die in de literatuur stonden, later bij herhaling (replicatie) vaak niet meer werden
gevonden.
Door het gebruik van preregistratie wordt de kans op publicatiebias verkleind. Wanneer
een onderzoek van tevoren is vastgelegd en geaccepteerd door een tijdschrift, wordt het
vaak gepubliceerd, ongeacht of het de verwachte effecten laat zien.
Beschrijven wat dubieuze onderzoekspraktijken zijn
Dubieuze Onderzoekspraktijken (Questionable Research Practices of QRPs) zijn
handelingen die, hoewel ze meestal geen regelrechte fraude zijn (zoals het fingeren van
,data/verzinnen van data, zoals bij Diederik Stapel), de zuivere waarheidsvinding
ondermijnen.
• Definitie: De dataverzameling, -analyse of -rapportage wordt, al dan niet bewust,
beïnvloed door het toewerken naar gewenste resultaten in plaats van het zuiver
uitvoeren van onderzoek, ongeacht de uitkomst.
• Prevalentie: Onderzoek van John, Loewenstein, & Prelec (2012) toonde aan dat
QRPs verrassend vaak voorkomen onder psychologen.
De Replicatiecrisis
Het wijdverbreide gebruik van QRPs is een belangrijke oorzaak van de replicatiecrisis die
rond 2011 in de psychologie ontstond.
• Probleem: Veel bekende psychologische studies bleken niet te repliceren te zijn,
wat betekent dat herhaling van het onderzoek niet tot dezelfde uitkomsten leidde.
• Omvang: De Open Science Collaboration (2015) herhaalde 100 psychologische
studies en vond dat slechts bij (maximaal) de helft van de replicaties effecten in
dezelfde richting werden gevonden, en dat de gevonden effectgroottes vaak maar
de helft waren van die uit het oorspronkelijke artikel. Dit leidde tot bezorgdheid over
de robuustheid van veel psychologische effecten.
Vormen van Dubieuze Onderzoekspraktijken
QRPs bestaan uit het te flexibel omgaan met de fasen van de empirische
onderzoekscyclus:
1. Flexibiliteit bij Dataverzameling:
a. Vroegtijdig stoppen met data verzamelen omdat een voorlopige analyse al
het gewenste effect laat zien.
b. Extra data verzamelen omdat de voorlopige analyse het gewenste effect
nog niet laat zien.
2. Selectiviteit bij Rapportage en Analyse:
a. Selectief rapporteren van variabelen of condities die het gewenste effect
aantonen, terwijl variabelen zonder effect worden weggelaten.
, b. Flexibiliteit bij data-analyse door afwijkende scores (outliers) wel of niet in
de dataset te laten, afhankelijk van de impact op het resultaat.
3. Flexibiliteit bij Hypothesen: Hypothesen achteraf aanpassen zodat deze beter
aansluiten bij de gevonden resultaten.
Oplossingen voor QRPs
Om de wetenschap betrouwbaarder te maken, zijn er naast preregistratie initiatieven
zoals:
• Full Disclosure: Het geven van volledige openheid over het onderzoeksproces,
inclusief het delen van data en metadata. Dit is tegenwoordig goed mogelijk dankzij
digitale tijdschriften en lage opslagkosten.
• Publicatie van Null-resultaten: Preregistratie helpt publication bias (de neiging om
alleen studies met significante effecten te publiceren) te verkleinen, omdat
geaccepteerde studies vaak worden gepubliceerd, ongeacht de uitkomst.
1.2
Fundamentele Concepten van Onderzoek: Variabelen en Operationalisaties
Variabelen
Definitie van Variabele
Een variabele wordt gedefinieerd als iets dat varieert, of zou kunnen variëren.
• Potentiële Variatie: Zelfs als een score in de praktijk gedurende het onderzoek niet
varieert (bijvoorbeeld altijd 5 cacaobonen per dag), is het nog steeds een variabele
omdat de score in theorie zou kunnen variëren (je zou op een dag 10 cacaobonen
kunnen eten).
• Voorbeelden: Leeftijd, intelligentie, extraversie, het aantal gegeten cacaobonen, of
iemands attitude tegenover statistiek.
1.1
Beschrijven waarom wetenschap wordt beoefend
Wetenschap wordt beoefend als een systematische zoektocht naar kennis, waarbij die
kennis via een gestructureerde methode wordt verkregen. Het primaire doel is het kennen
en begrijpen van de werkelijkheid om ons heen.
Dit systematische proces is noodzakelijk vanwege de inherente tekortkomingen van de
menselijke informatieverwerking:
• Verstoring van de Geest: De menselijke geest is gevoelig voor vertekeningen, zoals
de wens dat een bepaalde uitkomst klopt (bijvoorbeeld dat een superfood werkt).
Onze subjectieve ideeën over de werkelijkheid zijn niet zomaar te vertrouwen.
• Systematiek en Objectiviteit: Wetenschappelijk onderzoek gebruikt
systematische methoden van informatieverzameling en -verwerking om de
werkelijkheid in kaart te brengen. Alleen door systematiek en objectiviteit kan het
onderzoek de subjectieve oordeelsvorming ontstijgen.
• Maatschappelijke Impact: De verkregen wetenschappelijke kennis vormt de basis
voor:
o Beïnvloeding van de Wereld: Het onderbouwen van interventies en
adviezen (bijv. voedingsadviezen, lesmethoden).
o Betrouwbare Richtlijnen: Het baseren van diagnostische en
behandelstandaarden (zoals die van het NHG) op bewijs in plaats van op
anekdotische of subjectieve ervaringen. De zoektocht naar kennis moet
plaatsvinden met integriteit, zoals vastgelegd in de European Code of
Conduct for Research Integrity.
Beschrijven wat de empirische onderzoekscyclus is en uit welke fasen deze bestaat
De empirische onderzoekscyclus is een systematisch en iteratief proces dat ten
grondslag ligt aan de wetenschappelijke methode, waarbij empirisch onderzoek (data
verzamelen) centraal staat.
De cyclus bestaat uit vijf opeenvolgende fasen:
1. Onderzoeksvraag formuleren: Het startpunt dat de onderzoeksopzet bepaalt.
, 2. Studie ontwerpen: Het vaststellen van de onderzoeksmethoden, inclusief analyses
zoals poweranalyses.
3. Data verzamelen: Het verzamelen van de feitelijke data volgens het ontwerp.
4. Data analyseren: Het verwerken en interpreteren van de verzamelde data.
5. Rapporteren: Het publiceren van het proces en de uitkomsten, wat vaak leidt tot
nieuwe onderzoeksvragen en daarmee de cyclus herstart.
Preregistratie: Hoewel de fasen elkaar in de praktijk kunnen overlappen (iteratief), is het
essentieel dat de onderzoeksvraag, het ontwerp en het analyseplan vastliggen voordat
data worden verzameld of geanalyseerd. Het vastleggen van deze plannen wordt
preregistratie genoemd. Preregistratie zorgt ervoor dat het onderzoek leidt tot zuivere
kennis en verkleint de kans op publication bias.
Publication bias is de neiging van wetenschappelijke tijdschriften (journals) om
voornamelijk studies te publiceren die een significant effect laten zien.
Dit betekent:
• Voorkeur voor Effecten: Artikelen waarbij de getoetste theorie overeenkomt met
de gevonden data (en dus een effect aantonen), hebben een grotere kans op
acceptatie en publicatie.
• Achterhouden van Null-resultaten: Studies die géén effect laten zien
(zogenaamde null-results) of studies met een onverwachte uitkomst, worden vaker
afgewezen of door de onderzoekers zelf niet ingediend, uit angst voor afwijzing.
• Gevolg: Dit leidt tot een vertekend beeld in de wetenschappelijke literatuur, waarbij
effecten robuuster (meer betrouwbaar) lijken dan ze in werkelijkheid zijn. Het is
een van de oorzaken die heeft bijgedragen aan de replicatiecrisis, omdat effecten
die in de literatuur stonden, later bij herhaling (replicatie) vaak niet meer werden
gevonden.
Door het gebruik van preregistratie wordt de kans op publicatiebias verkleind. Wanneer
een onderzoek van tevoren is vastgelegd en geaccepteerd door een tijdschrift, wordt het
vaak gepubliceerd, ongeacht of het de verwachte effecten laat zien.
Beschrijven wat dubieuze onderzoekspraktijken zijn
Dubieuze Onderzoekspraktijken (Questionable Research Practices of QRPs) zijn
handelingen die, hoewel ze meestal geen regelrechte fraude zijn (zoals het fingeren van
,data/verzinnen van data, zoals bij Diederik Stapel), de zuivere waarheidsvinding
ondermijnen.
• Definitie: De dataverzameling, -analyse of -rapportage wordt, al dan niet bewust,
beïnvloed door het toewerken naar gewenste resultaten in plaats van het zuiver
uitvoeren van onderzoek, ongeacht de uitkomst.
• Prevalentie: Onderzoek van John, Loewenstein, & Prelec (2012) toonde aan dat
QRPs verrassend vaak voorkomen onder psychologen.
De Replicatiecrisis
Het wijdverbreide gebruik van QRPs is een belangrijke oorzaak van de replicatiecrisis die
rond 2011 in de psychologie ontstond.
• Probleem: Veel bekende psychologische studies bleken niet te repliceren te zijn,
wat betekent dat herhaling van het onderzoek niet tot dezelfde uitkomsten leidde.
• Omvang: De Open Science Collaboration (2015) herhaalde 100 psychologische
studies en vond dat slechts bij (maximaal) de helft van de replicaties effecten in
dezelfde richting werden gevonden, en dat de gevonden effectgroottes vaak maar
de helft waren van die uit het oorspronkelijke artikel. Dit leidde tot bezorgdheid over
de robuustheid van veel psychologische effecten.
Vormen van Dubieuze Onderzoekspraktijken
QRPs bestaan uit het te flexibel omgaan met de fasen van de empirische
onderzoekscyclus:
1. Flexibiliteit bij Dataverzameling:
a. Vroegtijdig stoppen met data verzamelen omdat een voorlopige analyse al
het gewenste effect laat zien.
b. Extra data verzamelen omdat de voorlopige analyse het gewenste effect
nog niet laat zien.
2. Selectiviteit bij Rapportage en Analyse:
a. Selectief rapporteren van variabelen of condities die het gewenste effect
aantonen, terwijl variabelen zonder effect worden weggelaten.
, b. Flexibiliteit bij data-analyse door afwijkende scores (outliers) wel of niet in
de dataset te laten, afhankelijk van de impact op het resultaat.
3. Flexibiliteit bij Hypothesen: Hypothesen achteraf aanpassen zodat deze beter
aansluiten bij de gevonden resultaten.
Oplossingen voor QRPs
Om de wetenschap betrouwbaarder te maken, zijn er naast preregistratie initiatieven
zoals:
• Full Disclosure: Het geven van volledige openheid over het onderzoeksproces,
inclusief het delen van data en metadata. Dit is tegenwoordig goed mogelijk dankzij
digitale tijdschriften en lage opslagkosten.
• Publicatie van Null-resultaten: Preregistratie helpt publication bias (de neiging om
alleen studies met significante effecten te publiceren) te verkleinen, omdat
geaccepteerde studies vaak worden gepubliceerd, ongeacht de uitkomst.
1.2
Fundamentele Concepten van Onderzoek: Variabelen en Operationalisaties
Variabelen
Definitie van Variabele
Een variabele wordt gedefinieerd als iets dat varieert, of zou kunnen variëren.
• Potentiële Variatie: Zelfs als een score in de praktijk gedurende het onderzoek niet
varieert (bijvoorbeeld altijd 5 cacaobonen per dag), is het nog steeds een variabele
omdat de score in theorie zou kunnen variëren (je zou op een dag 10 cacaobonen
kunnen eten).
• Voorbeelden: Leeftijd, intelligentie, extraversie, het aantal gegeten cacaobonen, of
iemands attitude tegenover statistiek.