Gezondheidspsychologie: interdisciplinair veld met als doel de
toepassing van psychologische kennis en technieken op de gezondheid,
ziekte en gezondheidszorg
Doel: gezondheid bevorderen, ziektes voorkomen en psychologische
factoren die een rol spelen bij het ontstaan van een ziekte en genezing
begrijpen
Visies op gezondheid:
- Medische visie: gezondheid = afwezigheid van ziekte
- Biologische visie: genetica, lichamelijke processen en biochemie
bepalen gezondheid
- Psychologische visie: mentale processen (gedachten, emoties,
stress) zijn essentieel voor gezondheid
- Sociale visie: maatschappelijke factoren, relaties en cultuur spelen
een rol
- Dynamische/positieve gezondheid: gezondheid als veerkracht
en het vermogen je aan te passen aan veranderingen of
tegenslagen, niet alleen afwezigheid van ziekte (denk aan
vermogen tot herstel of zelfmanagement)
- Biopsychosociaal model: gezondheid is een samenspel van
biologische, psychologische en sociale factoren
Mensen hanteren verschillende definities van gezondheid (blaxter 1990)
- Gezondheid als: niet ziek
- Gezondheid als bezit
- Gezondheid als gedrag (gezond doen)
- Gezondheid als: lichamelijke fitheid
- Gezondheid als functie
- Gezondheid als psychosociaal welzijn
WHO (wereldgezondheidsorganisatie): volledig fysiek, geestelijk en
sociaal welbevinden en niet alleen het ontbreken van ziekten of gebreken
Model van Hubert: gezondheid is niet alleen de afwezigheid van ziekte,
maar het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en
sociale uitdagingen van het leven om te gaan en zo veel mogelijk eigen
regie te voeren
Biomedisch: pijn komt door lichamelijke afwijking, behandel die ->
lichaam en geest gescheiden
1.2 gezondheidsvaardigheden
,Gezondheidsvaardigheden: mate waarin je informatie van de arts begrijpt
Soorten gezondheidsvaardigheden:
- Functioneel: lezen, schrijven, rekenen, zoeken op internet
- Interactief: of communicatief, begrijpend lezen, abstract denken,
hoofd- van bijzaken onderscheiden, reflecteren, vragen durven en
kunnen stellen -> actief informatie verwisselen
- Kritisch: toepassen van informatie, ordenen, vooruitdenken,
prioriteiten stellen -> beoordelen van informatie en gebruiken om te
handelen en keuzes te maken
Therapietrouw: de mate waarin het gedrag van de patiënt overeenkomt
met de afgesproken aanbevelingen van een hulpverlener
- Compliantie: in hoeverre volgt de patiënt de aanwijzingen van de
arts op -> gehoorzaamheid
- Adherentie: in welke maten houdt iemand zich aan de
behandelafspraken -> zich houden aan
- Concordantie: is er een gezamenlijk bereikte overeenkomst tussen
arts en patiënt omrent de juiste behandeling bereikt ->
overeenstemming
Waarom volgen we adviezen wel of niet op?
- Patiënt gerelateerde factoren
- Aandoening gerelateerde factoren
- Behandeling gerelateerde factoren
- Sociaaleconomische factoren
- Systeem gerelateerde factoren
SES (sociaal economische status):
- Status: leefstijl, aanzien, betere baan, hogere opleiding, meer
aanzien
- Klassencomponent: materiële hulpbronnen bijv. Salaris
- Lage SES -> ongezond gedrag -> slechtere gezondheid
Achterliggende oorzaken gezondheidsverschillen:
- Werksituatie
- Bestaanszekerheid
- Leefomstandigheden
- Sociaal netwerk, kennis en vaardigheden
- Goed, betaalbare en begrijpelijke zorg
,2.1 gezondheidsgedrag
Gedragsmatige pathogenen: gedragingen die schadelijk zijn voor de
gezondheid
Gedragsmatige immunogenen: gedragingen die gezondheid
bevorderen
Gedragsbepalers/determinanten: invloeden op gezondheidsgedrag
Distale factoren (indirecte invloed): demografische invloeden,
persoonskenmerken, SES, etniciteit, sociale invloed
Proximale factoren (directe invloed):
- Kennis
- Attitude
- Risico inschatting/onrealistisch optimisme
- Zelfeffectiviteit
Niet-intentionele factoren Intentionele factoren
Vergeetachtigheid Patient ervaart behandeling als niet
Beperkt vermogen om de noodzakelijk
behandeling te begrijpen Negatieve attitude ten aanzien van
Onherkenbaarheid geneesmiddel specifiek voorgeschreven
Kosten behandeling geneesmiddel
Analfabetisme Zorgen om geneesmiddel
Slechtziendheid Gebrek aan vertrouwen in
behandeling
Kennisgebrek
Aandoening wordt als
stigmatiserend gezien
2.2 stress en coping
, Stress: toestand van druk of belasting die ontstaat als de
aanpassingsmogelijkheden in een bepaalde levenssituatie worden
overschreden.
Eustress: stress die gepaard gaat met positieve gevoelens of toestand
van gezondheid (bevordert prestaties) -> gezonde spanning
Distress: stress samen met negatieve gevoelens en een verstoring van
de lichamelijke toestand -> zorgt voor uitputting
Acute stress: kortdurende stressreactie op een concrete gebeurtenis of
dreiging, lichaam gaat in alarmstand, maar ontspant wanneer de situatie
voorbij is, kan helpend zijn. Past vaak bij eustress of korte distress.
Chronische stress: acture stress verandert in chronisch wanneer dit
vaker voorkomt (elke dag). Er is geen plaats meer voor rust en herstel in
je lichaam
Oorzaken chronische stress:
- Draaglast niet in verhouding met draagkracht
- Aanpassingsgraad en mate van aanpassing
- Hoge belasting en weinig controle
Gevolgen kunnen een burn out zijn: mentale en fysieke uitputting
Transsectionele model van lazerus:
Stress is een gevolg van de interactie tussen iemands eigenschappen en
beoordelingen, de externe en interne gebeurtenis en hulpmiddelen
waarover iemand beschikt