Wat is psychologie: wetenschap (logica) van het gedrag en psychische
processen
6 perspectieven vanuit waar je gedrag kan verklaren:
1. Biologisch perspectief -> richt zich op zenuwstelsel,
hormoonstelsel, genetica en fysieke kenmerken -> Decartes
2. Ontwikkelingsperspectief -> verandering in psychologisch
functioneren tijdens het leven, erfelijkheid en omgeving (nature
nurture)
3. Behavioristisch perspectief -> leren, beheersing van gedrag door
de omgeving, stimuli en responsen maar niet op mentale processen
4. Whole person perspectief omvat: psychodynamische
perspectief, dat zich richt op onbewuste motivatie en psychische
stoornissen, het humanistische perspectief, dat zich toelegt op
geestelijke gezondheid en menselijk potentieel, het perspectief
van karaktertrekken en temperament, dat persoonskenmerken
en individuele verschillen benadrukt (bv extra en introvert)
(sigmund freud)
5. Sociocultureel perspectief -> sociale invloeden op gedrag en
mentale processen, hoe individuen functioneren in een groep,
culturele verschillen
6. Cognitieve perspectief -> mentale processen zoals gedachten,
leren, geheugen en perceptie, de geest als computerachtige
‘machine’, hoe emotie en gedachten motivatie en perceptie
beïnvloeden -> Wundt
7 stromingen in de geschiedenis van de psychologie (en filosofie)
1. Structuralisme: ontrafelt de basisstructuren van de geest en
gedachte (wundt en tichener)
2. Behaviorisme: richt zich op wat je daadwerkelijk kan waarnemen,
fysieke stimulatie en waarneembare reactie van het organisme
daarop
3. Functionalisme: richt op functie van bewustzijn, organismen
passen zich aan aan de omgeving (william james) Volgens het Functionalisme
kunnen psychische processen het beste begrepen worden in het licht van hun adaptieve nut en functie
4. Rationalisme: verstand is de belangrijkste bron van kennis
(decartes)
5. Humanisme: klinische benadering die de focus legt op de
mogelijkheden, groei, potentie en vrije wil van de mens (Carl Hogers
en Abraham Maslow)
6. Empirisme: zintuigelijke ervaring als bron van kennis
, 7. Psychoanalyse: een benadering van de psychologie die is
gebaseerd op de veronderstellingen van Freud, die de nadruk legt
op onbewuste processen. De term verwijst zoveel naar Freuds
psychoanalytische theorie als naar zijn psychoanalytische
behandelmethode. -> Freud
Op het biologisch perspectief zijn 2 variaties gebaseerd:
- Neurowetenschap: vakgebied dat zich richt op begrip van de
hersenen, gedachten, gevoelens, motief, bewustzijn, herinneringen
en andere mentale processen creeëren
- Evolutionaire psychologie: relatief nieuw specialisme in de
psychologie dat gedrag en mentale processen beschouwt op basis
van hun genetische aanpassingen aan overleving en voortplanting -
> natuurlijke selectie (darwin)
Introspectie: beschrijving van je eigen, innerlijke, bewuste ervaring. Dit
waren de eerste psychologische experimenten in de geschiedenis
Hoofdstuk 2:
Biopsychologie: specialisme dat interactie tussen gedrag, biologie en
omgeving bestudeert
Samenspel tussen cirkelredenering en hoe dat elkaar beïnvloedt:
omgeving -> gedrag -> biologie (genen, hersenen etc)
Het brein is fluïde (aanpasbaar)
Hippocampus: hoe beweeg en positioneer jij jezelf in een ruimte +
lichaam verhouden tot omgeving (special awareness)
In cellen zitten chromosomen:
Chromosoom: reeksen van informatie, bestaat uit DNA en eiwit
DNA: lange spiraalvormige moleculen welke zijn opgebouwd uit genen
Genen beïnvloedt gedrag alleen maar INdirect
Alle eigenschappen hebben een oorsprong in je genen
Evolutie: het langetermijn/geleidelijke proces van biologische
verandering van een soort doordat die zich succesvol aanpast aan zijn
omgeving, mutatie: spontane verandering van DNA
, - Evolutie staat voor het doorgeven van genetische variaties die
gunstig zijn voor overleving en voortplanting (verandering
biologische en psychologische processen in de mens)
- Adaptief kenmerk: kenmerk dat is ontstaan gebaseerd op
aanpassen aan een specifieke omgeving
Natuurlijke selectie: drijvende kracht achter evolutie, waardoor de
omgeving het best aangepaste organisme “selecteert”.
Genotype: het volledige biologische ontwerp en plan van uitvoering voor
de ontwikkeling -> blauwdruk -> kenmerken van organisme zoals die
genetisch zijn vastgelegd. Hierin verschil je van alle andere mensen op
aarde
Fenotype: alle fysieke eigenschappen die door je genetische opmaak zijn
bepaald (waarneembaar, ook gedrag) -> fysieke bouwwerk -> veranderd
over de tijd en is een soort basis
Genotype codeert voor het fenotype, maar zegt niet alles
Druk vanuit omgeving -> concurrentie -> selectie geschikste fenotype ->
genotype van geschikste fenotype doorgeven -> aantal individuen met
dat genotype groeit
Chemische boodschappers:
- Endocriene stelsel: hormoonstelsel -> zorgt voor stress response
- Zenuwstelsel (neuronen) -> verwerkt prikkels