Het onderwerp van thema 8 is: "Inkomensherverdeling 1: inkomen uit arbeid"
De voorgeschreven literatuur bij dit onderwerp is:
De Kam, Bolhuis en Lukkezen, hoofdstuk 14 en 19. [16e druk:
hoofdstuk 15 en 21]
Herhalen De Kam, Bolhuis en Lukkezen, hoofstuk 18.3. [16e druk:
hoofdstuk 19.3]
De twee korte kennisclips (weblectures) voor dit thema zijn hiernaast
beschikbaar. Na afloop van werkcollege 10 wordt ook de opname van het
werkcollege geplaatst.
De Kennisclips bevatten verwijzingen naar de Kam et al. 16e druk. De
relatie naar de 17e druk is als volgt:
o Paragraaf 21.6 is nu 19.6
o Paragraaf 21.3 is nu 19.3
o Paragraaf 17.3.2 is nu 16.3.2
o Paragraaf 18.3.5 is nu 17.3.5
o Paragraaf 19.3 is nu 18.3
o De stof uit Stiglitz, 1988 wordt besproken in CoreEcon.
Het belastingstelsel draagt bij aan herverdeling
• De werking van de economie veroorzaakt ongelijkheid in primaire inkomens
• Inkomensoverdrachten (AOW, bijstandsuitkering, toeslagen, etc) en belastingheffing dragen
bij aan meer gelijke secundaire inkomens (en uiteindelijk tertiaire inkomens). De Kam et al.
Hst. 19
• Het overheidsdoel inkomensherverdeling nemen we als gegeven
- Politiek: De Nederlandse overheid streeft een “redelijke” persoonlijke
inkomensverdeling na (De Kam et al., hst 19.3).
- Draagvlak: “Nederlanders [vinden] een goede verdeling tussen arm en rijk het
belangrijkste aspect van belastingen
(Bouwstenen voor een betere belastingstelsel, p. 23).”
- Filosofie: volgens het utilitarisme leidt inkomensherverdeling tot een toename in de
welvaart (De Kam et al. hst. 16.3.2)
• In dit werkcollege bespreken we hoe de inkomstenbelasting bijdraagt aan
inkomensherverdeling en op welke manier de inkomstenbelasting de economie verstoort.
In het werkcollege wordt gediscussieerd over de volgende vragen:
, 1. Een aantal vragen op basis van de Kam et al. (2024) 19.5 & 19.6:
1. Leg uit wat de Parade van Pen weergeeft. Wat zijn de belangrijkste
conclusies?
Jan Pen.
- Wat heb je nodig om beleid vorm te geven? Hoe zit het met inkomens in de
samenleving?
- Zag voor zich: parade van mensen met verschillende lengtes:
o Aan het begin de dwergen, de ondernemers met verlies die negatief uitkomen.
Op het einde de reuzen.
o Hoe lang duurt het voor de gemiddelde persoon?
Hoe kun je de ongelijkheid op een goede manier weergeven? Pen maakte een
parade van mensen die pauzeren langs een tribune, dan kun je zien in een uur
tijd wie er allemaal pauzeren en de lengte van die mensen geeft dan weer
hoeveel inkomen zij kennelijk verdienen. Het vermogen is veel schever dan het
inkomen! Let wel goed op de schaal! Het duurt een half uur voordat er mensen
pauzeren met een vermogen van 80.000 euro. Je zou dan kunnen zeggen dat de
helft van de samenleving een vermogen heeft minder dan 80.000 euro. (woning
wordt meegerekend)
Gestandaardiseerd besteedbaar inkomen alles terug te redeneren naar
huishoudens(inkomens)
Rond de 925.000 huishoudens hebben meer dan 50.000 euro te besteden.
, PARADE VAN PEN
De parade van dwergen en enkele reuzen, in 1971 bedacht door de Nederlandse econoom Jan
Pen, is een manier om de vermogens- (of inkomens-)verdeling in beeld te brengen. In een
optocht komen de ruim 8 miljoen huishoudens in één uur tijd voorbij, in volgorde van de
hoogte van hun vermogen. Eén gezinslid vertegenwoordigt één huishouden en heeft een
lengte die evenredig gemaakt is aan de hoogte van het vermogen. De persoon uit het
huishouden met een vermogen dat gelijk is aan het gemiddeld vermogen krijgt de gemiddelde
lengte van 1,74 meter. Mensen met een hoog vermogen kunnen daarbij reusachtige proporties
aannemen: zo wordt iemand met 1 miljoen euro aan vermogen 5,1 meter lang.
De parade speelt zich de eerste 8 minuten onder de grond af. Deze huishoudens hebben een
negatief vermogen en daardoor ook een negatieve lengte. Het gaat hier vooral om
werknemersgezinnen met een eigen woning waarvan de hypotheekschuld hoger is dan de
waarde van de woning. Tevens omvat deze groep betrekkelijk veel zelfstandigen met een
negatief vermogen.
Na deze groep komen minuscule dwergen van nog geen 2 centimeter voorbij. De huishoudens
in deze groep hebben een vermogen van hooguit 2 duizend euro en zijn voor hun
levensonderhoud vooral aangewezen op een uitkering. Ook hierna komen in de optocht nog
steeds dwergen voorbij: hun vermogen is nog altijd zeer gering in vergelijking tot het
gemiddelde. Onder hen bevinden zich steeds meer gepensioneerden die in hun leven een
bescheiden spaarpotje hebben opgebouwd.
Na een half uur, op de helft van de stoet, komen huishoudens voorbij met een vermogen van
125,9 duizend euro. Het gaat dan om dwergen van slechts 68 centimeter. Huishoudens met
een vermogen gelijk aan het gemiddelde van 322,9 duizend euro passeren pas in de 42e
minuut.
Vanaf de 27e minuut trokken hoofdzakelijk eigenwoningbezitters voorbij, en dat zal tot het
eind van de optocht zo blijven. De eigen woning is het voornaamste vermogensbestanddeel
van veel huishoudens. In de staart van de optocht gaat het vaak om oudere mensen die door te
sparen de schuld op hun woning geheel of grotendeels hebben afgelost. Voor jonge
woningbezitters rust hier nog vaak een grote hypotheekschuld op, zodat hun vermogen laag of
zelfs negatief kan zijn. Zij waren al te vinden in de kop van de stoet. Als de huizenprijzen
stijgen, kunnen zij wel zomaar flink in lengte toenemen en een latere positie in de optocht
innemen.
In de laatste minuten van de parade neemt de lengte van de deelnemers snel toe. Er zijn 427
duizend huishoudens met een vermogen van 1 miljoen euro of meer. Zij komen in de laatste
drie minuten van de optocht voorbij en zijn algauw meer dan 6 meter lang. De laatste minuut
is weggelegd voor de echte reuzen van bijna 30 meter lang. Zij hebben een gemiddeld
vermogen van 5,6 miljoen euro. De giganten die in de laatste minuut voorbijkomen, bezitten
29 procent van het totale vermogen. In deze groep is bijna 1 op de 8 zelfstandig ondernemer,
terwijl de rest werknemer of gepensioneerd is.