Het onderwerp van thema 10 is: "Instrumentele functie: Fiscale vergroening"
De voorgeschreven literatuur bij dit onderwerp is:
De Kam, Bolhuis en Lukkezen, hoofdstuk 3, 16.5.2, en boxen op p.
288, 300 en 310.
The Core Team, The Economy 1.0, Unit 12.1; Unit 12.3; Unit 20.5.
De een korte kennisclip (weblecture) voor dit thema zijn hiernaast
beschikbaar. Na afloop van werkcollege 10 wordt ook de opname van het
werkcollege geplaatst.
De Kennisclips bevatten verwijzingen naar de Kam et al. 16e druk. De
relatie naar de 17e druk is als volgt:
o Paragraaf 17.3.3 is nu 16.3.3
Gezondheidsdoelstellingen, klimaat externe effecten internaliseren.
Externe effecten: gevolgen van jouw economisch handelen die effect hebben
op anderen die niet in de prijs verwerkt zijn. moet je iets aan doen, d.m.v.
belastingen.
Vermijdingskostencurve de doelmatigheid van “beprijzen” kan het beste
begrepen worden m.b.v. een vermijdingskostencurve/abatement cost curve.
Banden oppompen = linkerkant grafiek (win-win: minder Co2 en minder
kosten)
, Naast vragen over de stof wordt er in de werkgroep gediscussieerd over de
volgende vragen:
1. Waarom zien economen het beprijzen van emissies als een doelmatig
beleidsinstrument? Bespreking aan de hand van de volgende
opgave link.
B. Als we als overheid een wet/norm invoeren die moeten 5 emissies reduceren, houden elk
nog 5 eenheden aan emissie over en moeten dus 5 vermijden.
Dutch oil: 3 keer gratis + A (= 2)
JataSteel: 4 keer gratis + B (= 4) + C (= 6)
Doelamtige oplossing? Kijk naar de curve van de economie als geheel, de norm zegt je meot 5
bij bedrijf a en 5 bij bedrijf b. Maar de samenleving wil 10 reduceren. Aan de hand van de
vermijdingskostencurve kun je zien dat het goedkoper/efficiënter kan:
- Ipv norm een prijs introduceren
Bijvoorbeeld emissiebelasting van 4,50 bedrijven kiezen zelf
hoeveel emissie ze gaan reduceren.
Kosten zijn lager dan de emissiebelasting
LET OP dat je alles bij elkaar opteld bijvoorbeeld als je moet kiezen voor optie D, dan is
het A + B + C + C + C + D
2. Op welke manier wordt CO2 beprijsd in Nederland?
CO2 wordt in Nederland beprijsd via verschillende mechanismen, voornamelijk een CO2-
heffing voor de industrie (die per ton stijgt) en het Europese Emissiehandelssysteem (EU
ETS) voor grote vervuilers, plus een nationale minimumprijs voor elektriciteitsproducenten;
daarnaast zijn er subsidies (SDE++) voor groene investeringen en wordt er gekeken naar
bredere CO2-beprijzing in sectoren zoals gebouwde omgeving en transport.
- CO2-heffing industrie: Een nationale belasting die grote industriële installaties betalen
voor hun uitstoot, met een tarief dat jaarlijks stijgt (bijv. €87,90/ton in 2025).
o Energiebelasting (impliciete CO2 beprijzing)
o (Brandstof) Accijnzen
- EU Emissiehandelssysteem (ETS): Een Europees systeem waarbij bedrijven rechten
kopen om te mogen uitstoten; de prijs wordt bepaald door vraag en aanbod en geldt
voor sectoren zoals energie en zware industrie.
- CO2 minimumheffing = (inmiddels afgeschaft) enkele betaald als de ETS prijs niet
hoog genoeg was, ondergrens in de ETS
- Subsidies (SDE++): Financiering voor CO2-besparende investeringen, gefinancierd
via een opslag op de energierekening, wat de prijs ook indirect verhoogt.