1. Wat Belastingen Doen
Prijseffect: Belastingen op goederen en diensten verhogen de prijs die kopers betalen
en verlagen de prijs die verkopers ontvangen, waardoor een wig (de belasting) tussen
de twee ontstaat.
Hoeveelheidseffect: Een belasting verschuift de aanbodcurve (of de vraagcurve,
afhankelijk van wie de belasting betaalt) en leidt tot een lagere verhandelde
hoeveelheid op de markt.
Belastingopbrengst: De overheid genereert inkomsten gelijk aan de belasting per
eenheid vermenigvuldigd met de nieuwe (lagere) hoeveelheid.
2. De Verdeling van de Belasting (Tax Incidence)
De incidentie van de belasting (wie de belasting feitelijk draagt) hangt niet af van wie
wettelijk verplicht is deze te betalen (de koper of de verkoper), maar van de elasticiteit van de
vraag en het aanbod.
Vraag is inelastisch (steiler): Kopers dragen een groter deel van de belasting.
Aanbod is inelastisch (steiler): Verkopers dragen een groter deel van de belasting.
In het algemeen: De partij met de meest inelastische curve (de partij die minder
makkelijk kan reageren op de prijsverandering) draagt het grootste deel van de
belastingdruk.
3. Efficiëntie en Welvaartsverlies (Deadweight Loss)
Deadweight Loss (DWL) / Welvaartsverlies: De verlaging van de verhandelde
hoeveelheid als gevolg van de belasting betekent dat sommige wederzijds voordelige
transacties niet langer plaatsvinden. Dit verlies aan potentiële totale surplus
(consumenten- en producentensurplus) wordt het deadweight loss genoemd.
, Shutterstock
Efficiëntie: Een belasting is inefficiënt omdat het de markt weghaalt van het
evenwichtspunt waar het totale surplus gemaximaliseerd is. Dit inefficiëntieverlies is
groter naarmate de vraag en/of het aanbod elastischer zijn (omdat de hoeveelheid dan
sterker daalt).
Kortom, de sectie analyseert de gevolgen van overheidsbelastingen op marktuitkomsten en
welzijn, en benadrukt dat de werkelijke verdeling van de last afhangt van de marktkenmerken
(elasticiteit).