Datum toets: 12-11-2024
Klas: Vwo 6
Stof: Poëzie, beeldspraak en stijlfiguren
Weging: 10%
Cijfer:
, Begrippen:
Poëzie: verzamelnaam voor gedichten, die de volgende kenmerken kunnen bevatten:
- Een opvallende typografie.
- Enjambement.
- Afwijkend gebruik van leestekens en hoofdletters.
- Opbouw in strofen.
- Verschillende soorten rijm.
- Beeldspraak/stijlfiguren.
Typografie: de manier waarop zinnen op de bladzijde zijn geplaatst. Denk bijvoorbeeld aan
een gedicht in de vorm van het kruis van jezus.
Enjambement: het afbreken van zinnen op een onlogische manier.
Strofen: een deel van een gedicht dat van andere delen gescheiden is door een witregel. De
volgende strofes kunnen voorkomen:
- Distichon: strofe die bestaat uit 2 regels.
- Terzine: strofe die bestaat uit 3 regels.
- Kwatrijn: strofe die bestaat uit 4 regels.
- Kwintet: strofe die bestaat uit 5 regels.
- Sextet: strofe die bestaat uit 6 regels.
- Septet: strofe die bestaat uit 7 regels.
- Octaaf: strofe die bestaat uit 8 regels.
Parafraseren: Een deel van een tekst in je eigen woorden navertellen.
Eindrijm: Rijmvorm waarbij de laatste woorden van de regels op elkaar rijmen.
Binnenrijm: Rijmvorm waarbij woorden binnen een regel op elkaar rijmen.
Rijmschema: Schematische weergave van het eindrijm in een gedicht. De regels die op elkaar
rijmen geef je dezelfde letter. De volgende combinaties zijn mogelijk:
- a b a b: gekruist rijm
- a a b b: gepaard rijm
- a b b a: omarmend rijm
- a a a a: slagrijm
Halfrijm: Rijmvorm waarbij de laatste woorden van twee regels niet helemaal, maar wel een
beetje rijmen. Hiervan zijn twee vormen:
- Assonantie: meerdere woorden hebben dezelfde klank.
- Alliteratie: meerdere woorden beginnen met dezelfde klank.
Homoniem: Een woord dat meerdere betekenissen heeft.