SAMENVATTING BESTUURSRECHT WEEK 1: ALGEMEEN
Wat is bestuursrecht?
-het bestuursrecht regelt de verhouding tussen overheid en burgers en de
bijbehorende rechten en plichten
-het juridische kader voor de verhouding tussen de uitvoerende macht van de
overheid en de burgers (zowel natuurlijke als rechtspersonen)
-het bestuursrecht waarborgt dat die verhouding legitiem, controleerbaar en
rechtvaardig verloopt door:
Duidelijke bevoegdheidsverdeling binnen de overheid
Bescherming van burgerrechten
Mechanismen voor rechtsbescherming en handhaving
Wat is de overheid?
-de overheid is het hoogste gezag binnen een bepaald gebied en bestaat uit een
breed scala aan instanties:
Wetgevende organen: Eerste en Tweede Kamer, Provinciale Staten,
Gemeenteraden
Uitvoerende organen: Ministers, gemeenten, provincies, bestuurscolleges,
uitvoeringsinstanties (UWV, SVB, Belastingdienst, IND)
Rechtsprekende instanties: Hoge Raad, rechtbanken, gerechtshoven,
bestuursrechters (zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
State)
Trias Politica
-de overheid kent drie functies volgens het principe van de scheiding der
machten (Montesquieu):
1. Wetgevende macht – maakt de wetten (bijv. Tweede Kamer)
2. Uitvoerende macht – voert de wetten uit (bijv. ministers, gemeenten)
3. Rechterlijke macht – toetst of wetten correct zijn uitgevoerd en beslecht
geschillen (bijv. rechtbanken)
wetgevende macht uitvoerende rechtsprekende
macht macht
voorbeeld: art. 13b Opiumwet: afdeling
De burgemeester is bestuursrechtspraa
bevoegd tot oplegging k van de raad van
van een last onder state in hoger
bestuursdwang indien beroep:
in een woning of lokaal
of op een daarbij Dit betekent dat de
behorend erf: Een rechtbank terecht
middel als bedoeld in heeft geoordeeld
lijst I of II dan wel dat de
aangewezen krachtens burgemeester in
art. 3a, lid 5, wordt dit geval niet in
verkocht, afgeleverd of redelijkheid van
verstrekt dan wel zijn bevoegdheid
daartoe aanwezig is tot sluiting van de
woning gebruik
heeft kunnen
2
, maken
Checks and balances zorgen ervoor dat de machten elkaar controleren:
De rechter controleert de uitvoerende macht
De burger controleert de wetgevende macht via verkiezingen
De rechterlijke macht wordt beperkt door de wet: wie het niet eens is met
een uitspraak, kan via wetgeving of via hoger beroep iets veranderen
Vloeiende grenzen van de machten
-de scheiding tussen de machten is in de praktijk niet absoluut. Vooral tussen
wetgevende en uitvoerende macht zijn de grenzen vaak vervaagd:
Initiatiefwetgeving komt vaak van de regering (uitvoerende macht)
De uitvoerende macht krijgt via wetten beslissingsruimte, waarmee ze ook
deels wetgevende functies uitoefent
Opbouw van de Awb: gelaagde structuur
-je hebt meerdere hoofstukken nodig om tot een antwoord te komen
voorbeeld: je wilt iets weten over een beschikking, dan moet je de hoofstukken 1
t/m 4 hebben
voorbeeld: als je iets wilt weten over het beroep, dan moet je de hoofdstukken 1,
6, 8 (2) hebben
Gelede normstelling
-constructie waarbij de toepasselijkheid van een rechtsregel niet enkele uit de
wet is af te leiden, maar in een combinatie met andere, lagere regelingen
EVRM
Grondwet
Opiumwet
Algemene wet bestuursrecht
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Gemeentelijke beleidsregels
Betekenis van ‘overheid’ binnen het bestuursrecht
-in het bestuursrecht bedoelen we met overheid alleen die onderdelen van de
uitvoerende macht die zich bezighouden met besturen en reguleren, niet met
strafrechtelijke vervolging of het maken van wetten
Groei van de overheid
-de rol van de overheid is in de afgelopen 150 jaar enorm gegroeid. Die groei ging
gepaard met een uitbreiding van het bestuursrecht
-vier functies van de overheid:
1. Ordenende functie (19e eeuw): beperkt tot handhaving openbare orde,
defensie, buitenlandse betrekkingen.
2. Presterende functie (eind 19e eeuw): overheid gaat zorgen voor welzijn,
bijv. onderwijs, arbeidsomstandigheden, sociale zekerheid.
2
, 3. Sturende functie (20e eeuw): actieve beleidsvoering om welvaart te
vergroten. Beleidsterreinen: economie, inkomensverdeling, zorg,
leefomgeving.
4. Arbitrerende functie (vanaf eind 20e eeuw): bemiddeling tussen
conflicterende belangen in de samenleving, bijv. bij ruimtelijke ordening en
milieubeleid.
-elke uitbreiding van de overheidsrol betekende meer regelgeving en dus meer
bestuursrechtelijke kaders
Wie is de burger?
Natuurlijke personen: individuele mensen
Rechtspersonen: bv’s, nv’s, stichtingen, verenigingen
-beide soorten burgers kunnen rechten hebben, zoals recht op subsidie of
vergunning en beide soorten hebben plichten, zoals belasting betalen of regels
naleven
! niet alle rechten gelden voor iedereen: de aard van de persoon (natuurlijk of
rechtspersoon) én de individuele situatie bepaalt of men aanspraak heeft op
bepaalde rechten (bv. AOW, kinderbijslag)
Wederzijdse rechten en plichten van overheid en burger
-wanneer een burger een bepaalde plicht heeft tegenover de overheid, betekent
dit dat de overheid een corresponderend recht heeft tegenover die burger – en
andersom
Burger: aanspraak op uitkering à overheid: plicht tot verstrekken uitkering
Burger: recht op privacy à overheid: verbod om inbreuk te maken
Burger: plicht om belasting te betalen à overheid: recht op belastingheffing
-door deze wederkerigheid wordt duidelijk hoe het bestuursrecht een structuur
biedt waarin beide partijen – overheid en burger – met elkaar in evenwicht
moeten functioneren
Plichten van de burger tegenover de overheid
1. Geboden: een gebod is een verplichting om iets te doen:
voorbeeld: belastingplicht: iedereen met inkomen en/of vermogen moet
belasting betalen aan de Belastingdienst
voorbeeld: leerplicht: ouders zijn verplicht hun kinderen onderwijs te laten
volgen (wel met enige keuzevrijheid t.a.v. het type onderwijs of zelf
onderwijs geven onder voorwaarden)
-in sommige gevallen gelden vrijstellingen op deze geboden:
voorbeeld: in het verleden: vrijstelling van militaire dienstplicht bij twee oudere
broers in dienst
voorbeeld: gemeentelijke vrijstellingen voor belastingplicht bij lage inkomens
2. Verboden: een verbod is een verplichting om iets na te laten:
voorbeeld: verbod op het afsteken van vuurwerk buiten de toegestane
periode
2
, voorbeeld: verbod op bouwen, evenementen organiseren, wapens
bezitten, vissen etc., zonder vergunning
-vergunningen vormen hier de uitzondering: een bestuursorgaan kan toestaan
dat de burger toch een verboden activiteit verricht, als aan wettelijke criteria
wordt voldaan
voorbeelden: omgevingsvergunning, evenementenvergunning, visvergunning
etc.
Rechten van de burger tegenover de overheid
1. Aanspraken: een aanspraak houdt in dat de overheid verplicht is een
prestatie te leveren aan de burger. Dit komt vooral voor in het
socialezekerheidsstelsel, o.a.:
voorbeelden: WW (werkloosheid), ziektewet, WIA (arbeidsongeschiktheid),
AOW, studiefinanciering, Wmo (voorzieningen als hulp in huishouden,
maaltijdzorg, rollators)
-ook subsidies vallen hieronder (bijv. voor bedrijven of culturele
instellingen)
-bij aanspraken kunnen uitsluitingen gelden
voorbeeld: een WW-uitkering als de werkloosheid door eigen schuld is
veroorzaakt
2. Vrijheden: vrijheden betekenen dat de overheid zich moet onthouden van
inmenging:
voorbeeld: recht op privacy: bescherming tegen ongeoorloofde inmenging
door de overheid in het privéleven van burgers (huiszoeking,
communicatie afluisteren, cameratoezicht, etc.)
-hoewel vrijheden in beginsel absoluut lijken, kunnen er beperkingen op bestaan:
voorbeeld: inbreuk mag alleen bij een gerechtvaardigd belang (bijv. opsporing
criminaliteit)
voorbeeld: de beperking moet voldoen aan het subsidiariteitsbeginsel: het mag
alleen als er geen minder ingrijpend alternatief is
Machtsverhouding: Overheid als machtige partij
-hoewel het bestuursrecht dus voorziet in bescherming van de burger, is het ook
duidelijk dat het een systeem is waarin de overheid de sterkere partij is, met veel
middelen tot haar beschikking om gedrag van burgers te reguleren en beleid te
realiseren
1. de overheid kan veel sturen: zij kan burgers verplichten tot handelingen of
juist verbieden deze uit te voeren
2. Tegelijkertijd heeft zij de bevoegdheid om financiële ondersteuning te
bieden via uitkeringen en subsidies
3. Burgers moeten zich aan veel regels houden, maar kunnen ook rechten
claimen die hen beschermen of voordelen bieden
Legitimiteit en normering van het handelen van de overheid
-de overheid beschikt over veel macht en invloed in de samenleving: ze kan
2
Wat is bestuursrecht?
-het bestuursrecht regelt de verhouding tussen overheid en burgers en de
bijbehorende rechten en plichten
-het juridische kader voor de verhouding tussen de uitvoerende macht van de
overheid en de burgers (zowel natuurlijke als rechtspersonen)
-het bestuursrecht waarborgt dat die verhouding legitiem, controleerbaar en
rechtvaardig verloopt door:
Duidelijke bevoegdheidsverdeling binnen de overheid
Bescherming van burgerrechten
Mechanismen voor rechtsbescherming en handhaving
Wat is de overheid?
-de overheid is het hoogste gezag binnen een bepaald gebied en bestaat uit een
breed scala aan instanties:
Wetgevende organen: Eerste en Tweede Kamer, Provinciale Staten,
Gemeenteraden
Uitvoerende organen: Ministers, gemeenten, provincies, bestuurscolleges,
uitvoeringsinstanties (UWV, SVB, Belastingdienst, IND)
Rechtsprekende instanties: Hoge Raad, rechtbanken, gerechtshoven,
bestuursrechters (zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
State)
Trias Politica
-de overheid kent drie functies volgens het principe van de scheiding der
machten (Montesquieu):
1. Wetgevende macht – maakt de wetten (bijv. Tweede Kamer)
2. Uitvoerende macht – voert de wetten uit (bijv. ministers, gemeenten)
3. Rechterlijke macht – toetst of wetten correct zijn uitgevoerd en beslecht
geschillen (bijv. rechtbanken)
wetgevende macht uitvoerende rechtsprekende
macht macht
voorbeeld: art. 13b Opiumwet: afdeling
De burgemeester is bestuursrechtspraa
bevoegd tot oplegging k van de raad van
van een last onder state in hoger
bestuursdwang indien beroep:
in een woning of lokaal
of op een daarbij Dit betekent dat de
behorend erf: Een rechtbank terecht
middel als bedoeld in heeft geoordeeld
lijst I of II dan wel dat de
aangewezen krachtens burgemeester in
art. 3a, lid 5, wordt dit geval niet in
verkocht, afgeleverd of redelijkheid van
verstrekt dan wel zijn bevoegdheid
daartoe aanwezig is tot sluiting van de
woning gebruik
heeft kunnen
2
, maken
Checks and balances zorgen ervoor dat de machten elkaar controleren:
De rechter controleert de uitvoerende macht
De burger controleert de wetgevende macht via verkiezingen
De rechterlijke macht wordt beperkt door de wet: wie het niet eens is met
een uitspraak, kan via wetgeving of via hoger beroep iets veranderen
Vloeiende grenzen van de machten
-de scheiding tussen de machten is in de praktijk niet absoluut. Vooral tussen
wetgevende en uitvoerende macht zijn de grenzen vaak vervaagd:
Initiatiefwetgeving komt vaak van de regering (uitvoerende macht)
De uitvoerende macht krijgt via wetten beslissingsruimte, waarmee ze ook
deels wetgevende functies uitoefent
Opbouw van de Awb: gelaagde structuur
-je hebt meerdere hoofstukken nodig om tot een antwoord te komen
voorbeeld: je wilt iets weten over een beschikking, dan moet je de hoofstukken 1
t/m 4 hebben
voorbeeld: als je iets wilt weten over het beroep, dan moet je de hoofdstukken 1,
6, 8 (2) hebben
Gelede normstelling
-constructie waarbij de toepasselijkheid van een rechtsregel niet enkele uit de
wet is af te leiden, maar in een combinatie met andere, lagere regelingen
EVRM
Grondwet
Opiumwet
Algemene wet bestuursrecht
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Gemeentelijke beleidsregels
Betekenis van ‘overheid’ binnen het bestuursrecht
-in het bestuursrecht bedoelen we met overheid alleen die onderdelen van de
uitvoerende macht die zich bezighouden met besturen en reguleren, niet met
strafrechtelijke vervolging of het maken van wetten
Groei van de overheid
-de rol van de overheid is in de afgelopen 150 jaar enorm gegroeid. Die groei ging
gepaard met een uitbreiding van het bestuursrecht
-vier functies van de overheid:
1. Ordenende functie (19e eeuw): beperkt tot handhaving openbare orde,
defensie, buitenlandse betrekkingen.
2. Presterende functie (eind 19e eeuw): overheid gaat zorgen voor welzijn,
bijv. onderwijs, arbeidsomstandigheden, sociale zekerheid.
2
, 3. Sturende functie (20e eeuw): actieve beleidsvoering om welvaart te
vergroten. Beleidsterreinen: economie, inkomensverdeling, zorg,
leefomgeving.
4. Arbitrerende functie (vanaf eind 20e eeuw): bemiddeling tussen
conflicterende belangen in de samenleving, bijv. bij ruimtelijke ordening en
milieubeleid.
-elke uitbreiding van de overheidsrol betekende meer regelgeving en dus meer
bestuursrechtelijke kaders
Wie is de burger?
Natuurlijke personen: individuele mensen
Rechtspersonen: bv’s, nv’s, stichtingen, verenigingen
-beide soorten burgers kunnen rechten hebben, zoals recht op subsidie of
vergunning en beide soorten hebben plichten, zoals belasting betalen of regels
naleven
! niet alle rechten gelden voor iedereen: de aard van de persoon (natuurlijk of
rechtspersoon) én de individuele situatie bepaalt of men aanspraak heeft op
bepaalde rechten (bv. AOW, kinderbijslag)
Wederzijdse rechten en plichten van overheid en burger
-wanneer een burger een bepaalde plicht heeft tegenover de overheid, betekent
dit dat de overheid een corresponderend recht heeft tegenover die burger – en
andersom
Burger: aanspraak op uitkering à overheid: plicht tot verstrekken uitkering
Burger: recht op privacy à overheid: verbod om inbreuk te maken
Burger: plicht om belasting te betalen à overheid: recht op belastingheffing
-door deze wederkerigheid wordt duidelijk hoe het bestuursrecht een structuur
biedt waarin beide partijen – overheid en burger – met elkaar in evenwicht
moeten functioneren
Plichten van de burger tegenover de overheid
1. Geboden: een gebod is een verplichting om iets te doen:
voorbeeld: belastingplicht: iedereen met inkomen en/of vermogen moet
belasting betalen aan de Belastingdienst
voorbeeld: leerplicht: ouders zijn verplicht hun kinderen onderwijs te laten
volgen (wel met enige keuzevrijheid t.a.v. het type onderwijs of zelf
onderwijs geven onder voorwaarden)
-in sommige gevallen gelden vrijstellingen op deze geboden:
voorbeeld: in het verleden: vrijstelling van militaire dienstplicht bij twee oudere
broers in dienst
voorbeeld: gemeentelijke vrijstellingen voor belastingplicht bij lage inkomens
2. Verboden: een verbod is een verplichting om iets na te laten:
voorbeeld: verbod op het afsteken van vuurwerk buiten de toegestane
periode
2
, voorbeeld: verbod op bouwen, evenementen organiseren, wapens
bezitten, vissen etc., zonder vergunning
-vergunningen vormen hier de uitzondering: een bestuursorgaan kan toestaan
dat de burger toch een verboden activiteit verricht, als aan wettelijke criteria
wordt voldaan
voorbeelden: omgevingsvergunning, evenementenvergunning, visvergunning
etc.
Rechten van de burger tegenover de overheid
1. Aanspraken: een aanspraak houdt in dat de overheid verplicht is een
prestatie te leveren aan de burger. Dit komt vooral voor in het
socialezekerheidsstelsel, o.a.:
voorbeelden: WW (werkloosheid), ziektewet, WIA (arbeidsongeschiktheid),
AOW, studiefinanciering, Wmo (voorzieningen als hulp in huishouden,
maaltijdzorg, rollators)
-ook subsidies vallen hieronder (bijv. voor bedrijven of culturele
instellingen)
-bij aanspraken kunnen uitsluitingen gelden
voorbeeld: een WW-uitkering als de werkloosheid door eigen schuld is
veroorzaakt
2. Vrijheden: vrijheden betekenen dat de overheid zich moet onthouden van
inmenging:
voorbeeld: recht op privacy: bescherming tegen ongeoorloofde inmenging
door de overheid in het privéleven van burgers (huiszoeking,
communicatie afluisteren, cameratoezicht, etc.)
-hoewel vrijheden in beginsel absoluut lijken, kunnen er beperkingen op bestaan:
voorbeeld: inbreuk mag alleen bij een gerechtvaardigd belang (bijv. opsporing
criminaliteit)
voorbeeld: de beperking moet voldoen aan het subsidiariteitsbeginsel: het mag
alleen als er geen minder ingrijpend alternatief is
Machtsverhouding: Overheid als machtige partij
-hoewel het bestuursrecht dus voorziet in bescherming van de burger, is het ook
duidelijk dat het een systeem is waarin de overheid de sterkere partij is, met veel
middelen tot haar beschikking om gedrag van burgers te reguleren en beleid te
realiseren
1. de overheid kan veel sturen: zij kan burgers verplichten tot handelingen of
juist verbieden deze uit te voeren
2. Tegelijkertijd heeft zij de bevoegdheid om financiële ondersteuning te
bieden via uitkeringen en subsidies
3. Burgers moeten zich aan veel regels houden, maar kunnen ook rechten
claimen die hen beschermen of voordelen bieden
Legitimiteit en normering van het handelen van de overheid
-de overheid beschikt over veel macht en invloed in de samenleving: ze kan
2