Samenvatting Geïntegreerde Cognitieve Gedragstherapie
Handboek voor theorie en praktijk
C.W. Korrelboom & E. ten Broeke
December 2013 | ISBN 9789046903810 | 2e druk
Door: Annick Bouma
Deeltoets 2: H4, H7 en H16
H4: Integratie van cognitieve gedragstherapie en emotietheorieën (p. 2-3)
H7: Het cognitief-gedragstherapeutisch proces (p. 3-4)
H16: Integratie, flexibiliteit en professionele attitude (p. 4-5)
1
, Hoofdstuk 4: Integratie van cognitieve gedragstherapie en
emotietheorieën
4.1 Waarom emotietheorieën belangrijk zijn voor CGT
In de verdere ontwikkeling van CGT werd steeds duidelijker dat leertheorie alleen
onvoldoende is om complexe emotionele problemen te verklaren. Emoties zijn niet slechts
automatische reacties, maar psychologische processen waarin cognitie, gevoel en gedrag
samenkomen. Integratie met emotietheorieën maakt het mogelijk om beter te begrijpen
waarom bepaalde situaties zo’n sterke emotionele impact hebben.
4.2 Cognitie en emotie
Binnen moderne emotietheorieën wordt ervan uitgegaan dat cognitieve processen
noodzakelijk zijn voor het ontstaan van emotie. Emoties ontstaan niet direct uit stimuli, maar
uit de betekenisverlening aan die stimuli. Deze betekenis is gebaseerd op opgeslagen
kennis en eerdere ervaringen.
Belangrijk hierbij is het onderscheid tussen:
● snelle, automatische cognitieve processen (intuïtief, weinig bewust)
● trage, bewuste cognitieve processen (reflectief, talig)
Deze processen beïnvloeden elkaar voortdurend en bepalen samen de emotionele reactie.
4.3 Geheugen als actief systeem
Het geheugen wordt binnen CGT niet gezien als een passieve opslagplaats, maar als een
actief en reconstruerend systeem. Nieuwe informatie wordt geïnterpreteerd vanuit
bestaande kennisstructuren (top-down), terwijl prikkels uit de omgeving input leveren
(bottom-up).
Hierdoor kan dezelfde gebeurtenis bij verschillende mensen totaal verschillende emoties
oproepen.
4.4 Frijda’s algemene emotietheorie
Frijda beschrijft emotie als een psychologisch proces met drie samenhangende
componenten:
1. Appraisal (betekenistoekenning) – de beoordeling van het persoonlijk belang van
een gebeurtenis
2. Actiebereidheid – de neiging om op een bepaalde manier te handelen
3. Arousal – fysiologische activatie die voorbereidt op actie
Emoties zijn daarmee functioneel: zij bereiden het organisme voor op handelen in relatie tot
belangrijke gebeurtenissen.
4.5 Emoties en psychopathologie
Psychische problemen ontstaan wanneer emotionele reacties:
2
Handboek voor theorie en praktijk
C.W. Korrelboom & E. ten Broeke
December 2013 | ISBN 9789046903810 | 2e druk
Door: Annick Bouma
Deeltoets 2: H4, H7 en H16
H4: Integratie van cognitieve gedragstherapie en emotietheorieën (p. 2-3)
H7: Het cognitief-gedragstherapeutisch proces (p. 3-4)
H16: Integratie, flexibiliteit en professionele attitude (p. 4-5)
1
, Hoofdstuk 4: Integratie van cognitieve gedragstherapie en
emotietheorieën
4.1 Waarom emotietheorieën belangrijk zijn voor CGT
In de verdere ontwikkeling van CGT werd steeds duidelijker dat leertheorie alleen
onvoldoende is om complexe emotionele problemen te verklaren. Emoties zijn niet slechts
automatische reacties, maar psychologische processen waarin cognitie, gevoel en gedrag
samenkomen. Integratie met emotietheorieën maakt het mogelijk om beter te begrijpen
waarom bepaalde situaties zo’n sterke emotionele impact hebben.
4.2 Cognitie en emotie
Binnen moderne emotietheorieën wordt ervan uitgegaan dat cognitieve processen
noodzakelijk zijn voor het ontstaan van emotie. Emoties ontstaan niet direct uit stimuli, maar
uit de betekenisverlening aan die stimuli. Deze betekenis is gebaseerd op opgeslagen
kennis en eerdere ervaringen.
Belangrijk hierbij is het onderscheid tussen:
● snelle, automatische cognitieve processen (intuïtief, weinig bewust)
● trage, bewuste cognitieve processen (reflectief, talig)
Deze processen beïnvloeden elkaar voortdurend en bepalen samen de emotionele reactie.
4.3 Geheugen als actief systeem
Het geheugen wordt binnen CGT niet gezien als een passieve opslagplaats, maar als een
actief en reconstruerend systeem. Nieuwe informatie wordt geïnterpreteerd vanuit
bestaande kennisstructuren (top-down), terwijl prikkels uit de omgeving input leveren
(bottom-up).
Hierdoor kan dezelfde gebeurtenis bij verschillende mensen totaal verschillende emoties
oproepen.
4.4 Frijda’s algemene emotietheorie
Frijda beschrijft emotie als een psychologisch proces met drie samenhangende
componenten:
1. Appraisal (betekenistoekenning) – de beoordeling van het persoonlijk belang van
een gebeurtenis
2. Actiebereidheid – de neiging om op een bepaalde manier te handelen
3. Arousal – fysiologische activatie die voorbereidt op actie
Emoties zijn daarmee functioneel: zij bereiden het organisme voor op handelen in relatie tot
belangrijke gebeurtenissen.
4.5 Emoties en psychopathologie
Psychische problemen ontstaan wanneer emotionele reacties:
2