Les 1: 15/09 Wat is psychologie? Wat zijn de 6 perspectieven vd
psychologie?
Psychologie = een breed veld, met vele specialismen in wezen de
wetenschap van gedrag en geestelijke processen.
Psychè = levensadem, ziel, geest
→ uiterlijk waarneembaar gedrag: hoe gaan we dat meten?
Logos = woord, verklaring, rede, leer, gebied van studie
6 belangrijkste perspectieven
1) Biologische psychologie (biopsychologie of psychobiologie)
= nature
= studie van het gedrag dat mensen uitgaande van principes uit de
biologie.
→ Renée Descartes
Geniale idee: de kerk kon de geest buiten het wetenschappelijk
onderzoek houden. De bestudering van de menselijke gevoelens
en gedragingen was ge baseert op de lichamelijk activiteit in het
zenuwstelsel.
Denkbeeld sloot aan bij wetenschappers
→ aangetoond hoe zintuigen stimulatie omzetten in
zenuwimpulsen en spierreacties.
⇒ eerste keer aantonen dat biologische processen de basis zijn van
sensatie en eenvoudige reflexmatige gedragingen ipv mysterieuse en
spirituele krachten.
- Scheiding tussen spirituele geest en fysieke lichaam.
- Rationalisme: denken is enige middel om aan wetenschap en
filo te doen
- Empirisme: waarnemingen, ervaringen en experimenten =
enige juiste bron (wetenschappelijk)
⇒ theorieën passen zich steeds aan
- Francis Bacon: ‘denken vertroebelt de waarneming’
- John Locke: ‘mens is bij geboorte een tabula rasa’
⇒ een onbeschreven blad dat door ervaring, leerprocessen en opvoeding
persoonlijkheid en vaardigheden krijgt.
Modern biologisch perspectief
Lichaam en geest = samengevoegd
1
, Geest = product van hersenen
Oorzaken van gedrag worden in zenuwstelsel, endocriene
(hormonen) stelsel en genen gezocht
→ 2 variaties
Neurowetenschap
= ontrafelen van het mysterie van de wijze waarop onze ogen en
hersenen lichtgolven in beelden omzetten
= door spectaculaire ontwikkelingen van computers en
beeldvormingstechnieken van de hersenen
Evolutionaire psychologie (Charles Darwin + natuurlijke
selectie)
= onze genetische opmaak is gevormd door de omstandigheden
waarin onze genetische voorouders in verkeerden.
Vb:
- Rechtop lopen → verdwijning van oerwouden + mensen kregen
meer inzicht over zijn omgeving + kon daardoor beter
anticiperen
- Jonge kinderen hebben afkeer van bitter → gif smaakte bitter
= de natuurlijke selectie: de omgeving zorgde voor aanpassing van
de mensen waarbij de individu met de meeste adaptieve psychische
en lichamelijke kenmerken het langst leeft.
Vb: de noodzaak om in grotere groepen te leven → vergroting cortex
+ mensen socialere wezens werden
2) Moderne cognitieve perspectief (algemene/ experimentele +
functieleer)
= studie van de afzonderlijke psychische functies en processen
→ W. Wundt (1832 – 1920)
- Structuralisme: bouwstenen van het denken
Vb: periodiek systeem uit scheikunde
→ periodiek systeem zorgde voor structuur in de scheikunde
en W. dacht dat het ook mogelijk was om de menselijke geest
op die manier te simplificeren
- Methode: introspectie (naar jezelf kijken)
→ simpele experimenten met getrainde vrijwilligers die hun
sensorische en emotionele reacties op prikkels beschreven
= eerste experimenten naar de ‘elementen’ van het
bewustzijn en dat bestond uit een combinatie van
gewaarwording en waarneming, geheugen, aandacht, emotie,
denken, leren en taal
(= elementaire processen)
→ probleem (kritiek)
- Subjectief
= Hoe kunnen die vrijwilligers de nauwkeurigheid
van hun beschrijvingen weten/meten?
2
, - Vaker retrospectie (naar verleden kijken)
- Variabel tussen observatoren
⇒ Gestalts reactie: ‘het geheel, niet te delen’
Vb: Lijnen apart is geen beer
→ W. James
- Fuctualisme: psychische processen kunnen het beste
begrepen worden in het licht van hun adaptieve nut en
functie.
→ vonden de ideeën van Darwin interessanter
- Diepe belangstelling voor emoties met begrip van hun
relatie tot het lichaam en tot gedrag.
- Psychologie moet verklaren op welke wijze mensen zich
aanpassen aan de werkelijke wereld buiten labo. (=
toegepaste)
Vb: ontwikkeling van computer
Cognitieve psychologie legt nadruk op mentale processen
(leren, geheugen, perceptie en denken als vormen van
informatieverwerking) = brain-imaging
→ wetenschappers kunnen de hersenen tijdens allerlei
mentale processen bestuderen.
3) Behavioristisch perspectief = nurture
= legt nadruk op waarneembaar gedrag
= bouwen voort op het empiristische idee dat je enkel zekerheid
kan verwerven over datgene wat je kunt waarnemen + mens is
tabula rasa (= onbeschreven blad)
= bekendst geworden: bestuderen geest = geen deel van de
psychologie
= iemands gedachten of emoties zijn niet relevant, enkel gedrag
kan gemeten worden.
= vraagt aandacht voor de manier waarop ons handelen wordt
gevormd door de consequenties ervan.
- Vb: Gaat een kind eerder dankjewel zeggen als het geprezen
of gaat een volwassene beter presteren als ze loonsverhoging
krijgt?
⇒ we begrijpen nu veel beter dat krachten vanuit de omgeving van
invloed zijn op het menselijke vermogen om te leren.
⇒ behavioristen ontwikkelen effectieve strategieën waarmee we gedrag
kunnen wijzigen door de omgeving te veranderen.
→ J.B Watson (1878-1958)
3
, - Boek: Psychology from the standpoint of a behaviorist = formele
start
- J.B maakt geen onderscheid tussen mensen en dier bij bestudering
van gedrag
- Menselijk gedrag wordt volledig gestuurd door externe stimuli
- Omstreden uitspraken en experimenten
→ B.F Skinner (1904-1990)
- Operante conditionering: proeven met duiven en ratten
- Vele nieuwe begrippen en technieken: Skinner-box, reinforcement
(gebeurtenis of prikkel die een voorwaardelijke reactie tot stand
brengt), schedules, shaping (gedrag dat mens of dier nog niet
stelt) ...
- Het verleidelijke concept van de geest leidde tot cirkelredenering
→ geest = subjectief; kunnen eigenlijk bestaan er niet van verklaren
→ I. Pavlov (1849-1936) + de hond van Pavlov
= fysioloog die de spijsvertering bestudeerde
- ‘Per toeval ‘de klassieke conditionering ontdekt
4) Perspectieven vanuit de gehele persoon (= differentiële
psychologie)
= bestudeert de mens als individu, in datgene waarin zij verschillen
van anderen
→ S. Freud (1856-1939)
→ ontwikkelt een methode voor het behandelen van psychische
stoornissen
= gebaseerd op: persoonlijkheid en psychische stoornissen ontstaan uit
processen in de onbewuste geest en niet in het bewustzijn.
+ kon de gehele persoon verklaren, niet enkele delen
- Ontwikkeling van een psychodynamische theorie van
persoonlijkheid
- De onbewuste geest (psyche) is een reservoir van energie
(dynamica) voor de persoonlijkheid
- Revolutionaire ideeën
- Kritiek: niet toetsbaar aan de feitelijke werkelijkheid (niet
falsificeerbaar)
→ Psychodynamische psychologie
→ Humanistische psychologie
→ Psychologie van karaktertrekken en temperament
→ A. Maslow (1908-1970)
- Reactie op behaviorisme & psychoanalyse
- Menselijke natuur overstijgt de omgeving; behoeften piramide
- Bewuste processen (+ onbewuste) vormen het studieobject
- Humanistische psychologie: nadruk op mogelijkheden, groei,
Potentie en vrije wil van de mens
4