De Vlaamse onderwijs structuur
1. Situering
• In België (federale staat): berusten de onderwijsbevoegdheden bij de gemeenschappen
• Vlaanderen: Vlaamse regering met Vlaams minister van onderwijs en vorming (Zuhal Demir)
• De federale regering bepaalt enkel nog: de leerplichtleeftijd, diplomavoorwaarden en de
pensioenregeling voor het personeel
2. Algemene principes
A) Leerplicht
• Leerplicht voor alle kinderen
- vanaf 1 september van het jaar waarin het kind 5 jaar wordt
- tot de 18de verjaardag of 30 juni van het waar waarin het kind 18 jaar wordt.
• Diploma S.O. voor de 18de verjaardag = einde leerplicht
• Deeltijds leren kan pas vanaf 15 of 16 jaar
• Leerplicht ≠ schoolplicht → huisonderwijs is alternatief
• Vrijstelling van leerplicht voor kinderen die onmogelijk onderwijs kunnen volgen
• Leerplichtonderwijs is kosteloos, met beperkte bijdragen voor materiaal/activiteiten
B) Vrijheid en onderwijs
Recht om onderwijs te organiseren en hiervoor instellingen op te richten
• Inrichtende macht:
o verantwoordelijk voor 1 of meerdere scholen
o vrij in keuze onderwijsmethode en levensbeschouwing eigen leerplan en lesrooster
o zelf personeel aanstellen
• Erkenning en financiële steun door overheid: eisen naar minimumdoelen,
pedagogisch project, uitrusting, didactisch materiaal enz …
Vrije schoolkeuze van ouders = school naar keuze vinden op redelijke afstand van
woonplaats
3. Onderwijsnetten en onderwijskoepels
*Onderwijsnetten: verenigen gelijkaardige inrichtende machten (schoolbesturen).
Binnen een onderwijsnet bestaan er 1 of meerdere onderwijskoepels.
*Onderwijskoepels ondersteunen de inrichtende machten (bv door het ontwikkelen
van leerplannen) en vertegenwoordigen hen (bv in onderhandelingen met de overheid).
*De inrichtende macht is verantwoordelijk voor 1 of meerdere scholen, vergelijkbaar
met de raad van bestuur in een bedrijf. De dagelijkse leiding van een school wordt 1
overgelaten aan de directeur van de school.
,Officieel en vrij onderwijs
Officieel onderwijs: scholen georganiseerd in opdracht van een overheid
• De Vlaamse regering (de Vlaamse gemeenschap)
• De provincies
• De steden en gemeenten
• Officieel onderwijs is verplicht tot (levensbeschouwelijke) neutraliteit
Vrij onderwijs: scholen die niet georganiseerd worden door een overheid maar wel door
privé-personen of privé-organisaties
• Confessionele scholen (aan een godsdienst gebonden)
• Niet-confessionele scholen
3 onderwijsnetten, met binnen elk net 1 of meer onderwijskoepels
1. GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap (GO)
• Raad van het GO: Verenigt alle scholen georganiseerd in opdracht van de Vlaamse
gemeenschap
2. Officieel gesubsidieerd onderwijs (OGO)
• OVSG: verenigt alle scholen georganiseerd door een gemeentebestuur
• POV: verenigt alle scholen georganiseerd door een provinciebestuur
3. Vrij onderwijs (VGO)
• KOV: verenigt alle katholieke scholen
• OKO: verenigt vier kleinere koepels
• Enkele vrije scholen zijn niet aangesloten bij een koepel
4. De organisatie van een schooljaar
• Een schooljaar start op 1 september en eindigt in theorie op 31 augustus
• In de praktijk is er een zomervakantie van 1 juli t.e.m. 31 augustus
• Indeling in groepen = vrije keuze van school
Lesweek:
• 28 lestijden van 50 minuten onderwijs- en opvoedingsactiviteiten
• Lessen gelijkmatig gespreid over 5 dagen (ma – vr)
• Woensdagnamiddag is vrij
• Schooldag start ten vroegste om 8u 2
• Schooldag eindigt ten vroegste om 15u en ten laatste om 17u
,5. De onderwijsstructuur
A) Basisonderwijs
Kleuteronderwijs:
• instapmomenten tussen 2,5 en 3 jaar
• vanaf 3 jaar geen vaste instapmomenten
• extra jaar indien niet schoolrijp
Lager onderwijs:
• Start: 1 september van het schooljaar waarin het kind 6 wordt
• Schoolrijpheid
• Taalscreening voor instap (Koala)
• Extra schooljaren mogelijk tot 14j
• Getuigschrift basisonderwijs voor wie de minimumdoelen haalt
B) Buitengewoononderwijs
• Buitengewoon kleuter- en lager onderwijs
• Toegang enkel mogelijk via een verslag van het CLB
• Onderwijs onderverdeeld in types
C) Secundair onderwijs
• Getuigschrift basisonderwijs → 1e graad SO 1e lj A
• Geen getuigschrift basisonderwijs → 1e graad SO 1e lj B
• Doorstroomgerichte en arbeidsmarkt gerichte studierichtingen (finaliteit)
• Studierichtingen binnen verschillende domeinen of interessegebieden: STEM, maatschappij en
welzijn, taal en cultuur, kunst en creatie, land- en tuinbouw, economie en organisatie, …
6. Scholengemeenschappen
Een scholengemeenschap =
• Een samenwerkingsverband tussen meerdere scholen
• Met in totaal mintens 900 lln
• Van scholen met hetzelfde OF een verschillend schoolbestuur (inrichtende macht)
• Met als doel schaalvoordelen na te streven op vlak van logistiek, studieaanbod, personeel,…
Bv: lerarenplatform, ict-coordinator, …
3
, 7. Het curriculum
Tien vakdisciplines voor het lager onderwijs:
1. Nederlands
2. Wiskunde
3. Wetenschap en techniek
4. Aardrijkskunde
5. Geschiedenis
6. Muzische vorming
7. Lichamelijke opvoeding
8. Frans
9. ICT
10. Attitudes
Godsdienst of zedenleer
Officiële scholen
• Verplicht tot neutraliteit
• Ouders hebben keuze tussen alle erkende levensbeschouwingen én zedenleer
• OF vrijstelling om je eigen levensbeschouwing te studeren
Vrije scholen
• Mogen kiezen in welke levensbeschouwing(en) zij godsdienstonderwijs verschaffen
• Indien zij geen godsdienstig onderwijs aanbieden, moeten zij zedenleer of
cultuurbeschouwing geven
• Confessionele scholen bieden meestal slechts 1 godsdienst aan
8. Financiering
• De werkingsmiddelen worden voor alle netten op dezelfde manier berekend.
o Enkel objectiveerbare verschillen worden in rekening gebracht
(bv extra godsdienstlessen in officiële scholen)
• Lestijdenpakket o.b.v. aantal leerlingen
o Leerlingkenmerken van de schoolpopulatie spelen een rol bij de verdeling van de
werkingsmiddelen (gelijke onderwijskansen)
• Puntenenveloppe voor beleids- en ondersteunend personeel
zorguren, ICT-beleid, administratie)
4