Hoofdstuk 1: evolutie en gedragsgenetica:
Les 1:
Waarom biologische psychologie:
2 belangrijke klemtonen: waarom EN biologische psychologie:
Stel oud koppel voor Jos en Anemie:
➔ J werkt en A zorgt voor huis, op woensdag komt kleinkind naar hun
➔ hun leven is heel goed geregeld + voorspelbaar dus een goed koppel
➔ J komt thuis en heeft airfryer gekocht en elke week brengt hij nieuwe dingen mee + s ’avonds
gebruikt hij vaak computer en moet A alleen slapen
➔ J verteld dat hij fantaseert om kleinkind pijn te doen dus A pakt hem mee naar de dokter en
hij blijkt een hersentumor te hebben →6/7 maanden verder is J terug zichzelf
Dit is geen echt verhaal, maar bij tumor gebeurt dit wel echt en het ander gedrag hangt af van waar
de tumor in brein zit →biologische verandering zorgt voor een grote psychologische verandering
Verbondenheid: lichaam en psyche:
2 dingen lijken van andere orde
te zijn →sommige zeggen dat het
2 dingen van hetzelfde zijn
→verandering in het ene zorgt
voor verandering in het andere
→lichaam houdt op gegeven
moment op met bestaan
veranderingen van links naar rechts:
bv: tumor + motoriek + waarneming +
persoonlijkheid
slide 12: apparaat creëert magnetische
velden en geeft magnetische pulsen
→bij geklik is er een magnetisch veld
gecreëerd
Slide 12: Motoriek: TMS op de motorische cortex veroorzaakt beweging: machine op linker helft
hoofd en rechter arm uithouden →arm beweegt omdat met magnetisch veld neuronen aangezet
worden om te vuren en arm beweegt →machine aan andere kant hersenen gaat andere arm
bewegen →rechter helft hersenen zorgt voor beweging linker kant lichaam en omgekeerd
,Waarneming: 1/10 van de massa van een zandkorrel lysergeenzuurdi-ethylamide (LSD) brengt visuele
hallucinaties teweeg bij de meeste mensen; andere substanties kunnen slaap teweeg brengen,
honger veroorzaken, of zorgen dat we geen pijn voelen. → komt door moleculen die op zenuwstelsel
aangrijpen en invloed hebben op psyche
Persoonlijkheid: Schade aan welbepaalde delen van hersenen kan je persoonlijkheid ingrijpend
veranderen, vb. leiden tot ontremd gedrag (hypersexualiteit), of je apathisch doen reageren (vb. op
pijn).De psychische effecten van hersenschade hangen op systematische wijze samen met o.m. locus.
Trolley dilemma: trek je aan wissel of niet?
→meeste wel want 5 redden ipv 1
Moraal: TMS van de rDLPFC verhoogt de kans op utilitaire responsen in morele dilemma’s →met
machine om magnetische velden te creëren kan je invloed hebben op keuze (kan ook placebo zijn)
veranderingen van rechts naar links:
Dingen die gebeuren in psyche kunnen
er veranderingen in lichaam komen
Filmpje slide 17 (min59): je kan
mensen, letters, dieren… herkennen
→is belangrijk gegeven dat je dingen
kan herkennen want video is gemaakt
op de grond van hersenactiviteit van iemand →ligt in MRI scanner en bekijkt video →nieuwe video
tonen met inschatting wat persoon aan het zien is (‘gedachten lezen’) naast echte video →mensen
worden het beste gedecodeerd →hersenactiviteit hangt heel sterk samen met wat mens ziet
Dit soort technologie kan ondertussen gebruikt
worden bijvoorbeeld onze visuele verbeelding
zichtbaar te maken (Shen et al., 2017)
Eerst groen kruis tonen, weghalen en dns moeten
zich inbeelden wat ze gezien hadden
→computermodel pikt dat op en lijkt erop →we
denken dus met beelden
Samenvatting: er zijn veel voorbeelden van grote correspondentie tussen lichaam en geest (psyché)
Verbondenheid: Binnen het organisme:
o Verwevenheid : geen enkel stuk lichaam wordt niet beïnvloed door andere stukken lichaam
o alle subsystemen van het lichaam :
➢ hormonaal,
➢ spijsvertering,
➢ cardiovasculair,
➢ neuraal,
➢ …
, o & gedrag
➢ Vb: eerste keer les geven is mond droog omdat lichaam spijsvertering stillegt
o Weerspiegeld in de taal: wat is “moe zijn”? Wat is “slapen”?
o Specifiek voor het zenuwstelsel:
Studie: Hubel & Wiesel (1959): naald in deel hersenen bij katten in visueel deel brein →weten
wanneer 1 neuron vuurt
o Individueel neuron in de visuele cortex is selectief sensitief voor een
bepaalde oriëntatie van een lijnstuk.
→elk verticaal streepje betekend dat neuron vuurt →neuron is gevoelig
voor oriëntatie lijnstukken
→hoe verder lijnstuk afwijkt van verticale stimuli, hoe minder neuron
vuurt →neuron is verbonden met fotoreceptoren die gevoelig zijn voor
bepaalde zaken
o Enkel bij een (min of meer) verticaal lijnstuk gaat dit neuron vuren
o ! Dit neuron:
➢ “ziet” geen oriëntatie
➢ kan dit patroon enkel vertonen als onderdeel van een netwerk
Verbondenheid: Tussen organisme en omgeving:
Biologie:
o Organisme = open system
➢ uitwisseling van materie en energie met omgeving
➢ vb. zintuigen (chemisch <-> energetisch)
Voorbeeld: 2 genetische identieke ratten en een 3e rat die je pest (schokken geven, geen eten,
isoleren…) →pakt stoelgang en steekt die in ene rat en bij andere rat ook maar van niet gepeste rat
→gedrag observeren: rat met gestresseerde stoelgang blijft aan rand kot (meer stress)
o Omgeving is veranderlijk (plaats en tijd)
➢ vb. natuurlijke slaapcyclus <-> rotatiesnelheid van de aarde rond haar as;
slaapproblemen aan polaire regio’s
o Verstrekkende, verklarende kracht van evolutietheorie
o “gedragsneurowetenschappen” versus “biologische psychologie”
x-as = jaartal, y-as proportie woorden in populaire
liedjes die verwijzen naar natuur →steeds minder
→verliezen verbinding omgeving
, Concreet:
o Fundamentele kaders en perspectief, ook cruciaal voor andere domeinen
(ontwikkelingspsychologie, cognitieve psychologie, klinische psychologie, maar ook AI, ethiek,
recht, ...)
Voorbeeld: vroeger dachten mensen dat degene met epilepsie bezeten waren met duivel, is iemand
met tumor verantwoordelijk voor iemand iets aan te doen als gedrag beïnvloed werd?
o Nog belangrijker voor bepaalde specialismes, vb. klinische neuropsychologie
o Belang in diagnostiek en interventies, vb moeilijk te onderzoeken over racisme want mensen
gaan dit niet toegeven dus we moeten dit kunnen meten op andere manier
Slide 26: Voorbeeld: mirrorbox is ontwikkeld voor fantoompijn →vaak voor het geamputeerd is, heb
je dat lidmaat lang niet kunnen gebruiken →door spiegel zie je precies wel lidmaat en die kan je
bewegen
o Multidisciplinair werk (zie o.a. psychofarmacotherapie)
o Kritische zin!
Studie: methoden voor MRI onderzoek →statistische methode die gebruikt worden om uitspraken te
doen zijn fout →dode zalm in scanner doen en zeggen dat er hersenactiviteit is →kan niet
Les 2:
Evolutie:
Zie juist of fout vragen: (moeten kunnen beantwoorden na studeren)
- Evolutie betekent: de wet van de sterkste.
- Mensen stammen af van apen.
- Homoseksualiteit is per definitie onnatuurlijk, want onverenigbaar met evolutie.
- Moderne mensen en neanderthalers zijn genetisch meer dan 99% identiek.
- Mensen hebben van alle dieren in verhouding tot hun lichaam het grootste brein.
Definiëring perspectief:
Grondvoorwaarden natuurlijke selectie:
1. Overerving: Er zijn overerfbare eigenschappen (niet allemaal, vb: als je arm verliest hebben u
kinderen niet meer kans om geboren te worden zonder arm, dus niet overerfbaar) →gaat
niet allen over fysieke eigenschappen, maar ook over psychisch functioneren