Naam: …
Email: …
Studentennummer: …
DATUM
WERKPLEK
,Inhoudsopgave
Reflectie en ethiek
Onderdeel A, reflectie: ........................................................................................................ 3
1 Reflectiewijzer ................................................................................................... 3
3 Onderzoeken. .................................................................................................... 4
4 Alternatieven formuleren. ................................................................................... 7
5 Verandering. ...................................................................................................... 7
Onderdeel B, ethiek: (delen met werkbegeleider) ............................................................. 8
Stap 1 Oriëntatie ................................................................................................... 8
Stap 2 Analyse .................................................................................................... 10
Stap 3 Conclusie................................................................................................. 13
Strategie ............................................................................................................. 14
Stap 4 Feedback en reflectie ................................................................................ 17
Literatuurlijst ......................................................................................................................19
Onderdeel C, reflectie op de bijeenkomsten.
Klinische redeneren. ..........................................................................................................21
Stap 1 Probleemoriëntatie/klinisch beeld .........................................................................21
Stap 2 Probleemanalyse. ...................................................................................................25
Stap 3 Aanvullend onderzoek en diagnose. .....................................................................28
Stap 4 Klinisch beleid. .......................................................................................................30
Stap 5 Klinisch verloop ......................................................................................................32
Bijlage .................................................................................................................................35
Literatuurlijst
Onderzoekend vermogen...................................................................................................49
Logboek CAT .......................................................................................................... 49
Reflectieverslag STARR- methode ............................................................................ 61
Beoordeling eindpresentatie ................................................................................... 62
PowerPointpresentatie............................................................................................ 66
Evaluatieformulier CanMEDS-rollen PL3 .................................................................... 0
2
,Onderdeel A, reflectie:
Reflectiewijzer
1 Een situatie beschrijven.
Tijdens mijn werk op de afdeling werkte ik in eerste instantie prettig samen met een
collega die ik in dit verslag ‘Ans’ zal noemen. Zij begon bij ons als flex-medewerker en in
die periode verliep de samenwerking soepel en zonder bijzonderheden. Na enige tijd
kreeg zij een vast contract aangeboden binnen het (werkplek) als afgestudeerd mbo-
verpleegkundige en werd zij EVV’er (eerstverantwoordelijk verzorgende) als nieuwe
collega. Vanuit de organisatie kreeg zij steeds meer verantwoordelijkheid, en na het
uitvallen van onze teamleider werd zij gevraagd om een deel van diens taken over te
nemen.
Na een aantal weken merkte ik veranderingen in onze samenwerking. Feitelijk gezien
nam Ans tijdens gesprekken en overdrachten vaak de leiding, sprak zij snel en was zij
degene die het gesprek meestal bepaalde. Regelmatig praatte ze door mij heen of nam
ze het woord van mij over voordat ik mijn zin had afgerond. Ook tijdens gezamenlijke
werkzaamheden nam zij zichtbaar de regie zonder overleg.
In mijn beleving vond ik dit steeds lastiger. Ik voelde dat ik moeite had om mijn verhaal te
doen en dat ik niet de ruimte kreeg om rustig uit te spreken wat ik wilde delen. Ik ervoer
haar manier van communiceren als dominant en snel, waardoor ik dacht dat mijn
bijdrage niet belangrijk was of niet gehoord werd. Naarmate de weken vorderden, merkte
ik dat ik meer spanning voelde wanneer ik met haar samenwerkte. Ik trok me terug, hield
me in en voelde mij minder mezelf in haar aanwezigheid. Ik had steeds vaker de
gedachte: ‘Laat maar, dit heeft toch geen zin.’
Mijn eigen aandeel in deze situatie was dat ik geen directe feedback gaf en mijn grenzen
niet duidelijk aangaf. In plaats van aan te geven dat ik behoefte had aan respect en
ruimte in het gesprek, werd ik stiller en liet ik gesprekken over aan haar. Door mijn
terughoudende houding raakte ik in een patroon waarin zij steeds meer de leiding pakte
en ik mezelf verder op de achtergrond plaatste. Dit maakte dat de situatie voor mij
steeds ongemakkelijker werd en mijn eigen gedrag bijdroeg aan de afstand die ik voelde.
Deze situatie begon op het moment dat Ans in haar vaste functie startte en intensiever
met mij samenwerkte. Ik realiseerde mij dat ik niet meer mezelf was in haar
aanwezigheid en dat ik dit wil onderzoeken vanuit mijn rol als derdejaars HBO-
verpleegkundige. Ik wil begrijpen wat deze situatie met mij doet en hoe ik hierin
professioneel kan groeien.
In deze situatie kon ik de verpleegkundige methodiek wel volgen, maar ik merkte dat ik
dit steeds meer alleen deed. Door de spanning in de samenwerking overlegde ik minder
en deed ik stappen in de zorgcyclus (zoals signaleren en beslissen) vooral zelfstandig,
terwijl ik dit met een andere collega waarschijnlijk samen of in overleg had gedaan.
3
, 2 Betekenis geven.
Deze ervaring heeft veel voor mij betekend, omdat ik merkte dat mijn eigen gedrag en
zelfvertrouwen veranderden door de manier waarop Ans communiceerde. Ik merkte dat
ik mij anders ging gedragen dan ik normaal doe. Ik trok mij terug, liet minder van mij
horen en voelde mij minder vrij om mezelf te zijn in haar aanwezigheid.
Dit heeft mij aan het denken gezet over mijn eigen professionele ontwikkeling. Het raakte
mij dat één collega zoveel invloed had op mijn houding, gedrag en gevoel van ruimte
binnen de samenwerking. Het confronteerde mij met het feit dat ik in sommige situaties
sneller twijfel aan mezelf of minder duidelijk mijn grenzen en behoeften aangeef.
Gevoelsmatig ervoer ik spanning, onzekerheid en frustratie. Ik voelde dat ik onbewust
een muur begon op te trekken om mezelf te beschermen, maar daardoor ook minder in
verbinding stond met mijn collega en met mezelf. Dit had niet alleen invloed op hoe ik
mij voelde, maar ook op hoe ik functioneerde in het team.
Met deze reflectie wil ik beter begrijpen waarom ik zo reageerde, welke patronen hierin
zichtbaar zijn en hoe ik mij als derdejaars HBO-verpleegkundige verder kan ontwikkelen
in assertiviteit, communicatie en professionele weerbaarheid. Ik wil onderzoeken hoe ik
in toekomstige situaties mijn grenzen eerder kan aangeven en ruimte voor mezelf kan
creëren zonder me terug te trekken.
3 Onderzoeken.
Reflectievraag: Wat maakt dat ik mij niet meer mezelf voelde in haar aanwezigheid?
Wanneer ik deze vraag onderzoek, merk ik dat dit niet de eerste keer is dat ik moeite
ervaar in de samenwerking met iemand die dominant communiceert. In eerdere
ervaringen heb ik vaker gemerkt dat ik mij kleiner maak wanneer iemand veel ruimte
inneemt. In zulke situaties voel ik mij minder zeker en neem ik een terughoudende
houding aan. Dit patroon herken ik nu opnieuw in mijn samenwerking met Ans.
Daarnaast merk ik dat ik soms vooraf al denk dat mijn boodschap niet binnenkomt bij
collega’s die snel, direct en taakgericht communiceren. Ik ervaar dan dat zij zo gefocust
zijn op hun eigen manier van werken, dat ik moeite heb om echt contact te maken of
mijn verhaal te delen. Deze gedachte beïnvloedt hoe ik in het gesprek sta; omdat ik
verwacht dat ik toch niet gehoord word, houd ik mij eerder in, wat uiteindelijk bevestigt
waarom de situatie voor mij zo lastig voelt.
Ik heb deze situatie besproken met twee collega’s op de afdeling. Zij herkenden het
snelle en sturende gedrag van Ans, maar gaven aan dat zij hier zelf weinig last van
hebben. Zij kunnen dit soort communicatie makkelijker van zich af laten glijden of
nemen de regie sneller terug als dat nodig is. Dit liet mij zien dat mijn terughoudendheid
vooral te maken heeft met mijn eigen communicatiestijl, en dat ik in dit soort situaties
eerder geneigd ben om me stil te houden in plaats van ruimte te nemen.
4