Verschillende types tubes en masker
Endotrachleale tube Wordt geplaatst doorheen stembanden in luchtpijp (trachea)
Is het juist geplaatst?
→ kijken of tube aandampt bij beademingen
→ auscultatie (= luisteren naar de) longen
→ capnografie: CO2 in uitgeademde lucht meten
→ kijken of thorax omhoog gaat (excursie)
Longen mechanisch beademen en beschermen tegen aspiratie
Lengte: leeftijd/4 + 4
Diepte: leeftijd/2 + 12
Soms beter om ballon te gebruiken (minder kans op letsel)
Voor intubatie ook laryngoscoop nodig
Nasopharyngeale tube Voor operaties
Zodat luchtweg open blijft
Oropharyngeale tube Mayo pijp, van guedel
Zorgt dat tong opgeheven blijft
Niet BL: hoesten, braken, larynxspasme
Te lang: epiglottis
Te kort: tong
Inbrengen: extensie, hol craniaal, halfweg hol caudaal, rand tot
lippen
Ideale lengte: snijtanden → angulus mandibulae
Larynxmasker Wordt geplaatst boven de stembanden
Wgebruikt bij kleine operaties en bij reanimaties
, Second seal ⇒ afsluiten van oesphagale sfincter, wat aspiratie
verhindert
2e generatie: maagsonde voor draineren maaginhoud
Balonklepmasker Doorzichtig masker: able to see if pt throws up
Ballon
Reserveballong
Drukbegrenzer: max 35 cmH2O
Hartritmes
VF / Vfib
Ventriculaire fibrilatie
Grootste kans op herstel bij defib
20-25% vd gevallen eerst VFib voor hartstilstand
VT
Ventriculaire tachycardie
Hart kan zich onvoldoende vullen
Leidt uiteindelijk tot hartstilstand
PEA
Pulseless electrical activity
Wel elektriciteit maar geen circulatie
Dus GEEN shock toedienen