Oefentoets – NLT
Moord in de bakkerij
Op dinsdag 5 december 2006 is rond 10:00 meneer Klaassen dood gevonden in zijn bakkerij. Meneer
Klaassen is van achteren aangevallen en overleden door meerdere messteken. Op de kleding van
meneer Klaassen zijn twee onbekende stoffen gevonden. Er zij drie mogelijke verdachten, waarvan
ieder zijn/haar kleding heeft moeten inleveren.
1. Op basis van welke eigenschappen kunnen we onderscheid maken tussen stoffen?
2. Bedenk een proef waarmee je onderscheid kunt maken tussen verschillende eigenschappen.
Op de kledingstukken van de verdachten wordt ook gekeken naar eventuele bloedvlekken
3. Met welke stof(fen) kun je bloed aantonen?
4. Verklaar of de stof om bloed aan te tonen nauwkeurig is.
Naast een onbekende stof zijn er ook vingerafdrukken gevonden op plaats delict.
Figuur 1: Gevonden op plaats delict
Figuur 2: Verdachte A
Figuur 3: Verdachte B
Figuur 4: Verdachte C
Figuur 1 Figuur 2 Figuur 3 Figuur 4
De afdruk van figuur 1 heeft iets van een lus, maar lijkt meer op het grondpatroon dat dezelfde naam
heeft als het bijbehorende hoofdpatroon.
5. Geef de naam van het grondpatroon van de afdruk van figuur 1 die ook de naam van het
bijbehorende hoofdpatroon is.
6. Van welke verdachte zijn de vingerafdrukken gevonden op plaats delict?
, 7. Als de bewijzen (onbekende stof, bloed en vingerafdrukken) allemaal wijzen op dezelfde
verdachte, kun je dan je conclusie trekken dat dit de moordenaar is op meneer Klaassen? Leg
je antwoord uit.
DNA-profiel uit een bloedspoor
Op de plaats delict van een geweldsmisdrijf heeft het forensisch team verschillende
biologische sporen gevonden. Uit een van de sporen is het volgende DNA-profiel
verkregen.
bron: Speuren naar sporen (De Praktijk)
8. Het DNA-profiel is een zogeheten mengprofiel. Wat betekent dat en waaruit kun je dat
opmaken?
Sommige DNA-kenmerken zijn zeldzamer dan andere. In de tabel hieronder staan de
frequenties waarmee bepaalde DNA-kenmerken voorkomen.
bron: Speuren naar sporen (de Praktijk)
Moord in de bakkerij
Op dinsdag 5 december 2006 is rond 10:00 meneer Klaassen dood gevonden in zijn bakkerij. Meneer
Klaassen is van achteren aangevallen en overleden door meerdere messteken. Op de kleding van
meneer Klaassen zijn twee onbekende stoffen gevonden. Er zij drie mogelijke verdachten, waarvan
ieder zijn/haar kleding heeft moeten inleveren.
1. Op basis van welke eigenschappen kunnen we onderscheid maken tussen stoffen?
2. Bedenk een proef waarmee je onderscheid kunt maken tussen verschillende eigenschappen.
Op de kledingstukken van de verdachten wordt ook gekeken naar eventuele bloedvlekken
3. Met welke stof(fen) kun je bloed aantonen?
4. Verklaar of de stof om bloed aan te tonen nauwkeurig is.
Naast een onbekende stof zijn er ook vingerafdrukken gevonden op plaats delict.
Figuur 1: Gevonden op plaats delict
Figuur 2: Verdachte A
Figuur 3: Verdachte B
Figuur 4: Verdachte C
Figuur 1 Figuur 2 Figuur 3 Figuur 4
De afdruk van figuur 1 heeft iets van een lus, maar lijkt meer op het grondpatroon dat dezelfde naam
heeft als het bijbehorende hoofdpatroon.
5. Geef de naam van het grondpatroon van de afdruk van figuur 1 die ook de naam van het
bijbehorende hoofdpatroon is.
6. Van welke verdachte zijn de vingerafdrukken gevonden op plaats delict?
, 7. Als de bewijzen (onbekende stof, bloed en vingerafdrukken) allemaal wijzen op dezelfde
verdachte, kun je dan je conclusie trekken dat dit de moordenaar is op meneer Klaassen? Leg
je antwoord uit.
DNA-profiel uit een bloedspoor
Op de plaats delict van een geweldsmisdrijf heeft het forensisch team verschillende
biologische sporen gevonden. Uit een van de sporen is het volgende DNA-profiel
verkregen.
bron: Speuren naar sporen (De Praktijk)
8. Het DNA-profiel is een zogeheten mengprofiel. Wat betekent dat en waaruit kun je dat
opmaken?
Sommige DNA-kenmerken zijn zeldzamer dan andere. In de tabel hieronder staan de
frequenties waarmee bepaalde DNA-kenmerken voorkomen.
bron: Speuren naar sporen (de Praktijk)