Durkheim primair binnen de samenleving?
A. Het vergroten van straffeloosheid
B. Het bevestigen van collectieve normen
C. Het individualiseren van schuld
D. Het voorkomen van emotionele reacties
2. Waarom zijn politiecijfers ongeschikt als directe maat voor de
werkelijke criminaliteitsomvang?
A. Omdat zij uitsluitend ernstige delicten bevatten
B. Omdat zij geen internationale vergelijkingen toelaten
C. Omdat zij afhankelijk zijn van aangifte- en opsporingsgedrag
D. Omdat zij juridisch onbetrouwbaar zijn
3. Wat is het kernmechanisme achter verborgen criminaliteit?
A. Onvoldoende strafmaat
B. Gebrek aan wettelijke definities
C. Afwezigheid van registratie bij politie en justitie
D. Lage maatschappelijke tolerantie
4. Waarom zijn levensmisdrijven relatief geschikt voor
trendanalyse?
A. Omdat ze zelden voorkomen
B. Omdat ze uniform gedefinieerd zijn en bijna altijd worden gemeld
C. Omdat ze zwaar worden bestraft
D. Omdat ze geen aangifte vereisen
5. Wat verklaart volgens de routineactiviteitentheorie het
ontstaan van criminaliteit?
A. Aangeboren agressie
B. Structurele armoede
C. Samenloop van gelegenheid en toezichttekort
D. Sociale labeling
6. Wat is het gevolg van lage zelfcontrole volgens de
zelfcontroletheorie?
A. Toename van georganiseerde misdaad
B. Grotere gevoeligheid voor gelegenheidsdelicten
C. Sterkere morele neutralisatie
D. Afname van strafgevoeligheid
7. Waarom leidt strafverzwaring zelden tot structurele
criminaliteitsdaling?
2
, A. Omdat daders straffen onderschatten
B. Omdat strafzekerheid belangrijker is dan strafzwaarte
C. Omdat resocialisatie wordt overschat
D. Omdat detentie altijd criminogeen werkt
8. Wat onderscheidt primaire van secundaire preventie?
A. Het type sanctie
B. De fase van strafproces
C. De mate van doelgroepselectie
D. De inzet van politie
9. Welke verstoring treedt op bij overmatige selectiviteit door
capaciteitsgebrek?
A. Overcriminalisering
B. Rechtsongelijkheid
C. Strafverzwaring
D. Normvervaging
10. Wat is het centrale risico van predictive policing volgens de
criminologie?
A. Inefficiëntie
B. Gebrek aan data
C. Reproductie van bestaande biases
D. Onvoldoende preventieve werking
11. Waarom zijn slachtofferenquêtes vaak betrouwbaarder dan
zelfrapportagestudies?
A. Slachtoffers zijn juridisch verplicht te antwoorden
B. Slachtofferschap is sociaal minder afkeurenswaardig
C. Ze bevatten minder vragen
D. Ze meten alleen ernstige delicten
12. Wat is het effect van secundaire victimisatie?
A. Snellere aangifte
B. Vergroting van herstel
C. Extra psychische schade
D. Afname van strafmaat
13. Welke functie heeft labeling in de kritische criminologie?
A. Het verklaren van biologische afwijkingen
B. Het legitimeren van straf
C. Het versterken van secundaire deviantie
D. Het vergroten van afschrikking
3